UA-118292059-1

Monthly Archives: mei 2010

Made in Chitaly

De modemaakstad Prato in Italië heeft een workforce van circa veertigduizend Chinezen die kleding maakt voor een kostprijs die in het Verre Oosten niet zou misstaan. Slechts een kwart heeft een verblijfsvergunning. De Chinezen accepteren sweatshop-condities, omdat ze zo geld verdienen voor het thuisfront. Dagelijks wordt 1,5 miljoen dollar overgeboekt naar de familie in China.

Eerder gepubliceerd op de website InDeMode (2010)

Vorig jaar ging het Italiaanse productiebedrijf Ittierre (IT Holding) failliet, direct en indirect werkgever van drieduizend mensen in de textielsector. Ittierre maakte jeans voor onder andere Dolce Gabbana, Versace, Roberto Gavalli en eigen merken, maar de concurrentie met lage lonen-naaisters was niet vol te houden. Het bedrijf had al een deel van zijn productie uitbesteed, maar desondanks verloor het een contract van Versace. Begin 2009 was de kas leeg. Het bedrijf liet talloze toeleveranciers achter met maanden aan onbetaalde rekeningen.

Ittierre wordt niet alleen beconcurreerd door bedrijven in China of Turkije. Het echte gevaar komt uit eigen land; van Pronto Moda. Fast fashion, made in Italië. De aanvoer uit het verre oosten neemt twee maanden in beslag; sweatshops in Italië kunnen verse mode binnen twee weken leveren.

In de stad Prato zijn meer dan zesduizend toeleveranciers actief. In naam zijn deze bedrijven Italiaans, maar meer dan de helft heeft Chinese eigenaars. De Chinese ondernemingen zijn opgeteld goed voor circa veertigduizend werknemers, die bereid zijn een shirt te maken vanaf 1,70 euro. Ze werken dag en nacht, deze Chitalianen, en slechts een kwart heeft een verblijfsvergunning.

La Forza China

Prato produceert dagelijks één miljoen kledingstukken waarvan een deel verkocht wordt in de lokale groothandelsmarkt Macrolotto. Daar arriveren dagelijks bestelbusjes vanuit heel Europa, van retailers die hun voorraad aanvullen met goedkope kleding. Pronto Moda! De stoffen komen uit China; een kwart van alle import in Italië. Verven en printen gebeurt lokaal. Knopen, ritsen en kralen worden ter plekke geproduceerd. Belasting wordt amper betaald. En de winst vloeit terug naar het moederland: 1,5 miljoen dollar dagelijks, volgens de Italiaanse algemene bank.

De overheid is sinds een paar jaar bezig om arbeidsomstandigheden en verblijfsvergunningen te controleren, maar het fenomeen van Chinese subcontractors in Prato bestaat al meer dan twintig jaar. Tot voor kort heeft de overheid namelijk een oogje dicht geknepen, want La Forza China is essentieel voor retailers zoals Zara, Mango en Top Shop, maar ook grote merken zoals Gucci, Prada en Versace. Bovendien houden deze vaardige Chinezen de mythe in stand: Made in Italy!

Fair Wear

Nou is er niks mis met Chinezen die kleding maken. Maakt niet uit waar ze dat doen, thuis in China of in Italië. Maar ze moeten zich wel aan de spelregels houden. Zodat er voor concurrentie een level playing field blijft. In de bouw bestaat er zoiets als ketenaansprakelijkheid. De hoofdaannemer dient ervoor te zorgen dat onderaannemers zich aan de regels houden. Dat zou in confectie ook moeten gebeuren. Zodat de merkleveranciers en retailers die zwart genaaide kleding verkopen, aangesproken kunnen worden.

De zwarte piet is in handen van de overheid, die naleving van zijn eigen wetten en regels moet controleren. Maar ook de particuliere sector speelt een rol. Door kritische klanten worden leveranciers gewezen op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Misstanden in een industrie zoals die in Prato (dagelijks een miljoen kledingstukken) kunnen alleen bestaan als merkleveranciers en retailers niet goed controleren wat de herkomst van hun aanvoer is.

Bekende merken in de Verenigde Staten staan al onder vuur omdat de arbeidsomstandigheden bij toeleveranciers niet correct zijn; vergelijkbare protesten nemen ook in Europa toe. Fair Wear en de Clean Clothes Campaign richten hun pijlen niet alleen op verre landen, maar ook op migrant workers in het westen. Bovendien is het een onderwerp dat aandacht van de vakbonden verdient, want zulke moda-migranten beïnvloeden de mededinging op de arbeidsmarkt.

Retailers staan daar tussenin. Ze kunnen hun ogen sluiten voor de arbeidsomstandigheden bij toeleveranciers of een actieve rol spelen door te kiezen voor leveranciers en merken die een serieuze poging doen om hun aanvoerlijnen van misstanden te ontdoen. Want die paar grijpstuivers kostenvoordeel veroorzaken veel ellende in de sweatshops van Azië en de sloppenwijken van Los Angeles en Italië.