UA-118292059-1

Monthly Archives: september 2011

Salvage Stores

Voedselverspilling kost Nederland een miljard of vier. Betere logistiek is een oplossing. Maar in de Verenigde Staten en nu ook Engeland worden producten voorbij de best before oftewel THT-datum gewoon verkocht. Via marktkramen, gespecialiseerde webwinkels en bent & dent groceries! Deze banana box business is in opkomst. Is er in Nederland ruimte voor vrekkenwinkels?

Eerder gepubliceerd in het vakblad RetailTrends (2011)

Sinds de kredietcrisis is de wereld een paar interessante retailfenomenen rijker. Behalve de goedkope pond- en euroshops (Action is een Nederlands voorbeeld) zijn er de afgelopen jaren ook winkels opgericht die levensmiddelen verkopen nabij of over de THT-datum. Deze winkels zijn een dankbaar afzetkanaal voor overschotten uit de fabriek en groothandel, al zal menig consument zijn neus ophalen voor frisdrank, snacks en conserven die twee jaar na dato nog steeds in het schap staan.

Toch is de THT-datum geen uiterste verkoopdatum. THT staat voor tenminste houdbaar tot en niet voor TGT oftewel te gebruiken tot. Ongekoelde producten die de THT gepasseerd zijn, mogen ook na die datum verkocht worden als de wederverkoper van oordeel is dat de kwaliteit niet aangetast is. De retailer neemt vervolgens wel de aansprakelijkheid van de fabrikant of verpakker over. Gekoelde producten kunnen niet op initiatief van de retailer in de verkoop gehouden worden. Daarvoor is de verkooplimiet een harde grens.

In Nederland treffen we zelden producten op het schap met een gepasseerde THT-datum. Die gaan naar de voedselbanken, worden verwerkt tot varkensvoer of doorgedraaid. Jaarlijks vernietigen handel en industrie voor circa twee miljard aan levensmiddelen, terwijl de gezamenlijke huishoudens nog eens eenzelfde bedrag aan levensmiddelen aan de vuilnisman meegeven. Toch is meer dan de helft van alle huishoudens bereid om producten voorbij de THT-datum een tweede kans te geven, stelt het onderzoeksbureau Marketresponse in zijn Duurzaamheidskompas (pdf). Circa dertig procent van alle klanten koopt bewust producten die afgeprijsd zijn omdat de houdbaarheidsdatum nadert.

Tweedekansmarkt

Dat zijn veel potentiële klanten. In zowel Amerika als Engeland wordt dit segment bediend door een aantal gespecialiseerde retailers. In Europa is dit fenomeen alleen op kleine schaal zichtbaar, maar in de Verenigde Staten zijn joblot shops en salvage groceries uitgegroeid tot grote ondernemingen.

Het adviesbureau Greve-Davis (return logistics experts – out of business) schat dat fabrikanten negen tot veertien procent van hun omzet besteden aan returns, en dat de tweedekansmarkt 2,28% van het bruto nationaal product vertegenwoordigt. Zuinig is ook in Amerika een grote beweging. Daar spelen grote vrekkenwinkels in op de trend van thrift chic. Meer dan de helft van die markt wordt ingenomen door value retailers (9%), dollar stores (5%), outlet stores (4%) en salvage stores (39%).

Nou is salvage retail op zich niet nieuw. Partijenhandel is altijd een goede business geweest voor retailers die op een laag prijsniveau actief zijn (eerdergenoemde dollar-, pond- en euroshops), maar het aandeel levensmiddelen in dit kanaal neemt sinds de kredietcrisis sterk toe.

De grap van salvage stores is dat veel klanten daar shoppen voor avontuur. Je weet maar nooit welke restpartijen plotseling opduiken. Dure lekkernijen voor een prikkie, exotische specerijen voor een spotprijs. De keten Ocean State Job Lot (honderd vestigingen, een half miljard dollar omzet) adverteert met de slogan The Home of Adventure Shopping en noemt een andere Amerikaanse partijenketen zichzelf Treasure Hunt. In Nederland kennen we dit fenomeen van Xenos.

Deze retailers zijn vooral koopjeswarenhuizen waar levensmiddelen een bijzaak zijn. Wie een echte koopjeskruidenier zoekt, zou eens naar Amelia’s Grocery Outlet kunnen kijken: een keten van dertien vestigingen in Pennsylvania. Amelia’s is gespecialiseerd in zogenaamde close-out producten, maar ook factory markdown en thrift factory. Thrift is licht beschadigd of post-dated. Daarop geeft Amelia’s een niet tevreden geld terug garantie. Maar de klanten zeuren niet, want de gemiddelde kassabon is de helft van de kassabon bij een fullservice supermarkt om de hoek. Ook interessant is de restantenbouwmarkt Budget Salvage Store.

Grocery Outlet

De giant gorilla in dit marktsegment is echter de Grocery Outlet Bargain Market: meer dan honderdvijftig vestigingen in zes westelijke markten. Oprichter Jim Read begon 65 jaar geleden met voorraad die bestond uit army surplus in blik; toen heette het bedrijf nog Cannary Sales. Inmiddels is de onderneming een grote inkoper van restpartijen en branded surplus.

Tachtig procent van Grocery Outlet’s inkoop bestaat uit overschotten; de resterende twintig procent wordt gevormd door merkartikelen die speciaal voor deze formule gemaakt worden. De onderneming heeft contacten met meer dan 2500 leveranciers, dus aan aanbod geen gebrek. In tegendeel: Grocery Outlet moet het aanbod managen, want anders staat het distributiecentrum vol voorraad wanneer zich een nog betere deal aandient. Grappig is dat Grocery Outlet vaak overschotten in de aanbieding heeft van de huismerken van andere retailers.

Slechts drie vestigingen zijn echte company stores. De overige winkels worden gerund door lokale franchisenemers die zelf hun assortiment samenstellen uit het aanbod van de distributiecentra. Zo kan lokaal assortiment afgestemd worden op de lokale klantenkring. Alleen de wekelijkse aanbiedingen worden centraal bepaald.

Voor zijn klanten houdt deze koopjeswinkel een aparte blog bij: Bargainista Blog. Grocery Outlet is sterk in diepvries en koelvers, met name pizza’s en ijs. Kaas en vleeswaren zijn destination products, omdat er veel hoogwaardige overschotten aangevoerd worden. Deze keten krijgt alle worsteindjes van Sara Lee! Daarnaast loopt het biologische assortiment als een trein, zeker omdat Grocery Outlet veel goedkopere is dan Whole Foods. Goedkope melk is een klantenlokker, maar dat is een loss leader. Verse zuivelproducten moet Grocery Outlet apart laten maken, omdat die niet als surplus te koop zijn.

After Best-Before

Bargain BrandsIn Engeland is de restanten-retail minder goed georganiseerd. Toch loopt het Verenigde Koninkrijk voor op de rest van Europa. Bekend is de uit Amerika overgewaaide stocklot-winkel TKMax, maar daar zijn levensmiddelen schaars. En salvage groceries zijn in het Verenigd Koninkrijk vooral een lokaal fenomeen. Het after-best before segment is daar een markt die bewerkt wordt door een aantal gespecialiseerde handelaren.

Wie voorverpakte levensmiddelen voor een bodemprijs wil kopen, shopt bijvoorbeeld bij de webwinkel Approved Food, waar we op een willekeurig moment de volgende producten aantroffen: drie halve liters Coca-Cola voor nog geen pond en een halve liter Bertolli Extra Vierge olijfolie voor 2,5 pond. Een klant kan daar voor één pond kiezen: vier potten Nutella, twee potjes Demeter Holle babyvoeding of twee zakjes Pedigree Puppy Tubos hondenmergpijpjes. Het zijn producten aan het einde van hun THT-datum of artikelen die uit de verkoop genomen worden. Stocklots en clearance lines.

De aanbiedingen van Approved Food demonstreren dat salvage grocery zich niet beperkt tot vage producten van onbekende leveranciers. Concurrent Bargain Brand Foods heeft zelfs de labels van Nestlé, Coca-Cola, Cadbury en Milka trots op zijn site gezet. Blijkbaar gebruiken grote merkleveranciers dit kanaal volop, en wellicht zijn het zijn de supermarktketens en groothandels die hun overschotten dumpen. Deze handel wordt expliciet gestimuleerd door de Britse overheid die drie jaar geleden vaststelde dat er in het Verenigd Koninkrijk maar liefst tien miljard verspild werd. In 2008 is daarom een War on Waste ontketend.

Job Lot

De webwinkels zijn een tamelijk nieuw fenomeen in Europa. Restpartijen kwamen vroeger vooral op de markt terecht. Approved Food is opgezet door een voormalige markthandelaar die ontdekt heeft dat consumenten bereid zijn verzendkosten te betalen voor verouderde levensmiddelen. En nu duiken er links en rechts ook in de Britse winkelstraat shops op waar oudere conserven, frisdrank en zoetwaren verkocht worden.

Een keten die nu snel groeit is Job Lot. De eerste winkel werd tien jaar geleden in Sheffield geopend door grossier Martyn Todd. De ondernemer heeft veel ervaring in herverpakken, wat van pas komt bij restpartijen die opnieuw van een verpakking voorzien moeten worden. Job Lot koopt op grote schaal partijen op, inclusief zogenaamde short-dated of out-of-date stock.

In midden Engeland zijn bovendien winkels te vinden van Jack Fultons, ook wel Fultons Food genaamd. Fultons leunt zwaar op diepvriesproducten en was traditioneel nooit zo bezorgd om best before data. Dat veroorzaakte soms verwarring bij klanten, dus nu maakt Fultons voorzichtig van de nood een deugd door zijn goedkope levensmiddelen speciaal aan te prijzen. Klanten vinden er zelfs late levensmiddelen onder huismerk van de grote supermarkten zoals Sainsbury’s! Online is Fultons actief onder de naam Star Bargains.

Vroeg er of later waait deze salvage retail-trend over naar het vastenland van Europa. Ook daarvoor moeten we weer naar de VS kijken. Daar wordt salvage retail aangeraden aan starters in de levensmiddelenmarkt. Er zijn veel groothandels die restpartijen opkopen, dus een kleine ondernemer die slim inkoopt kan prima in een lokale behoefte voorzien. Dit wordt in de VS omschreven als banana box business, want de opkopers slijten hun restpartijen vaak in bananendozen. Met dagelijkse aanvoer is zo een lokale bent & dent grocery op te zetten.

<naschrift>

Het Vara-programma Zembla maakte een documentaire over dit thema die uitgezonden is op 9 maart 2012.