UA-118292059-1

Monthly Archives: oktober 2014

Vreemde Valuta

Brixton Pounds, Disney Dollars, Bitcoins en Dragon Kill Points: er bestaan naast de reguliere betaalmiddelen nog talloze parallelvaluta die vooral lokaal of binnen besloten gemeenschappen gebruikt worden. Nu geld gedigitaliseerd wordt en mondiale crypto-currencies opduiken, rijst de vraag: wat doen winkeliers met deze vreemde valuta?

Eerder gepubliceerd in Retailtrends (2014)

Toen de Griekenland diep moest snijden in zijn overheidsbestedingen en overwoog de euro te vervangen door de oude drachme, kwam er onverwacht advies uit Duitsland. De middelbare school-docent Christian Gelleri suggereerde het voorbeeld te volgen dat hij met zijn leerlingen sinds 2003 in Prien am Chiemsee (Beieren) in praktijk brengt door een lokaal betaalmiddel te beheren: de Chiemgauer. Een bankbiljet is uiteindelijk niet veel meer dan een tegoedbon die uitgegeven wordt door een centrale instelling, en een banktegoed is de girale vertaling van hetzelfde verschijnsel. Dat model kan elke gemeenschap kopiëren, als men maar vertrouwt dat het tegoed dat de ene deelnemer uitkeert door de volgende deelnemer geaccepteerd wordt als betaalmiddel.

Onder de naam Chiemgauer worden in Beieren niet alleen betaalbiljetten uitgegeven; er is ook een pinpas beschikbaar die bij zeshonderd deelnemende detaillisten gebruikt kan worden. Die detaillisten zijn overwegend regionale middenstanders, maar ook de coöperatieve winkels van Edeka accepteren het lokale betaalmiddel. De Chiemgauer is één-op-één aan de euro gekoppeld, maar gebruikers weten dat ze met dit betaalmiddel primair de lokale economie steunen. Dat is voor veel landelijke winkelketens ingewikkeld, maar Edeka heeft dat blijkbaar regionaal opgelost.

Het acceptatieprobleem speelt ook elders voor grote retailers, want de Chiemgauer in Beieren is één van de inmiddels honderden lokale betaalmiddelen die in Europa als regiogeld gebruikt worden. In de VS is het fenomeen in opkomst, maar Japan heeft al meer dan zeshonderd buurtbetaalmiddelen. In landen als Duitsland en Nederland blijft het gebruik van deze buurtvaluta doorgaans beperkt tot een simpel barteringssysteem (dienst en wederdienst), maar in landen waar sprake is van snelle geldontwaarding of een bankencrisis heeft regiogeld een belangrijker functie. Argentinië kent tal van regiomunten waarmee de lokale ruilhandel min-of-meer ontkoppeld is van de officiële valutakoers. Spanje heeft een stuk of dertig stadsmunten en ook in Griekenland is het voorbeeld van de Chiemgauer op verschillende plaatsen opgevolgd.

Dragon Kill Points

Het is niet de eerste keer dat in tijden van crisis de centrale valuta ingeruild worden voor regionale betaalmiddelen, simpelweg omdat lokale gemeenschappen een alternatief bedenken om de onderlinge ruilhandel gaande te houden. Het kanaaleiland Guernsey financierde in 1816 zijn infrastructuur met een tijdelijk eigen betaalmiddel toen de beschikbaarheid van Britse ponden onvoldoende was om de eilandeconomie draaiende te houden. In Duitsland werden in de jaren Dertig zogenaamde Wära-zegels gebruikt als lokaal alternatief voor de snel eroderende Reichsmark. De Amerikaanse winkelketen Larkin betaalde tijdens de Great Depression zijn personeel deels met tegoedbonnen die in de eigen winkels besteed konden worden.

De ervaring met gemeenschapsgeld is interessant, omdat het fenomeen in de 21e eeuw een digitale dimensie heeft gekregen. Deze digitalisering raakt reguliere valuta, maar er ontstaan ook parallelvaluta in de vorm van digitale spaarpunten, game gold en crypto-currencies.

Digitaal geld zoals bitcoins of dragon kill points (DKP) die in online games als Everquest gebruikt worden, zullen door veel retailers net zo min serieus genomen worden als monopolygeld. Maar het kan geen kwaad ook deze ontwikkeling met een schuin oog in de gaten te houden, want winkelketens creëren immers zelf ook alternatieve betaalmiddelen met bijvoorbeeld Airmiles, spaarzegels en bonuspunten in loyaliteitsprogramma’s.

Doorgaans dienen deze tegoeden een beperkt doel, maar grotere retailers zijn in staat hun eigen micro-economie op te zetten, met eigen regels. Wie bijvoorbeeld bonuspunten verzamelt met Tesco’s Clubcard kan de ruilwaarde van dat tegoed verdubbelen in speciale actieweken, en dan nog eens extra verdienen door het puntensaldo te gebruiken voor tegoedbonnen van amusementsparken en restaurantketens. Zo wordt een bonustegoed van tien pond al snel verviervoudigd. De aanpak van Tesco werkt echter alleen als andere ondernemers bereid zijn Tesco als centrale bank te accepteren.

Puntenpiraten

Puntenruilhandel tussen retailers is niet uniek, want veel winkelketens sluiten zich aan bij collectieve loyaliteitsprogramma’s als Air Miles en Nectar Points die centrale verrekening vergen. Retailers krijgen zo ‘vreemde valuta’ in hun boekhouding. Free Record Shop haalde in 1993 met de Actie Keukenla maar liefst drie miljoen aan winkelvreemde omzet binnen door tijdelijk andermans spaarzegels en tegoedbonnen te accepteren. Heel creatief, puntenpiraterij!

De winkelketen moest naar de rechter stappen om vergoeding af te dwingen bij de oliemaatschappijen en het vergde tien werkstudenten een half jaar om al die vreemde valuta te verzilveren. Maar Free Record Shop kreeg er veel aandacht voor terug. Macintosh Retail Group haalde afgelopen zomer een vergelijkbare stunt uit door korting te geven aan iedere klant die een cadeaubon van FRS inleverde, kort nadat bekend werd dat die bonnen niet meer geaccepteerd werden door de Nederlandse winkels van Free.

Het vraagstuk van vreemde valuta wordt prangend nu we aan de vooravond staan van een golf aan nieuwe digitale betaalmiddelen. Retailers zullen moeten vaststellen wat ze wel en niet in hun winkels en webshops accepteren. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de lancering van Octopus Card in Hongkong in 1997. Aanvankelijk was het een betaalmiddel voor het openbaar vervoer, maar al snel wilden ook kiosken en food-stalletjes gebruik maken van de tegoeden op deze smartcard. Inmiddels is Octopus uitgegroeid tot een digital wallet die ook door lokale winkels, restaurants en zelfs vending machines in Hongkong geaccepteerd wordt. Octopus is bovendien beschikbaar in een horloge-versie en als armbandje.

De openbaar vervoersmaatschappij Transport for London heeft hetzelfde geprobeerd met zijn Oyster Card, maar het bleek niet mogelijk een betaalbaar systeem op te zetten dat voldeed aan de Britse veiligheidseisen voor elektronisch geld. Er zijn de afgelopen tien jaar meer dan veertig miljoen van die smartcards uitgegeven, waarvan een slordige zes miljoen regelmatig gebruikt worden. Dat is een aanzienlijke userbase, waar Visa en Mastercard likkebaardend naar kijken.

Een succesvolle lobby bij de Londense burgemeester Boris Johnson heeft ertoe geleid dat nu overal in het openbaar vervoer wave-and-pay paaltjes worden opgesteld, maar TfL spreekt tegen dat de originele Oyster Card afgeschaft wordt. Uit gebruikcijfers blijkt namelijk dat reizigers liever een aparte reispas gebruiken dan hun bankkaart of smartphone. Bovendien is de NFC-technologie in mobieltjes en bankpasjes nog niet in staat om de verwerkingssnelheid te leveren die de London Underground met zijn Mifare-based Oyster Cards bij topdrukte realiseert: één transactie elke twee seconden. Het Oyster-hoofdstuk is dan ook nog lang niet afgesloten.

De ervaring in de London Underground is relevant voor retailers. Ook NFC heeft handicaps, waarschuwen de experts bij TfL, dus wed niet op één kaart. Er is ruimte voor verschillende prepaid cards en dedicated wallets, want de klant wil niet volledig afhankelijk zijn van zijn smartphone of watch. Er ontstaan naast de gangbare betaalsystemen ook alternatieven waar retailers zich bij kunnen aansluiten. Walmart heeft om die reden zelfs een compleet MoneyCenter opgezet, waar klanten uit verschillende betaalalternatieven kunnen kiezen.

Eén van de alternatieven is een prepaid card die door Walmart samen met American Express is opgezet: de Bluebird card, met betaal-app voor online transacties en overboekingen. Deze laadkaarten zijn het snelst groeiende segment in de Amerikaanse betaalmarkt, waar veel mensen geen bankrekening hebben. Die laten hun maandloon in de vorm van een pay-check gewoon opladen op betaalkaarten als de Bluebird. Daar zit geen bank meer tussen. Het voordeel voor Walmart is dat er geen interchange fee van 21 dollarcent per transactie meer betaald hoeft te worden; American Express neemt genoegen met een aanzienlijk lager tarief.

Facebook Florijn

Het experiment van Walmart en American Express sluit aan bij een observatie van monetair expert Bernard Lietaer, auteur van boeken als The Future of Money en Rethinking Money. Lietaer voorziet dat er een einde komt aan de dominantie van de grote officiële muntsystemen en dat het huidige stelsel plaats gaat maken voor een monetair ecosysteem dat ruimte biedt aan parallelvaluta en complementary currencies. Die gedachte wordt gedeeld door meer bankiers, want in het alternatieve geld-wereldje zijn opvallend veel mensen actief met een achtergrond bij centrale banken. Die zijn geïnteresseerd in de macro-economische effecten en creatief in suggesties voor regulering die niet alles verbiedt maar ruimte geeft aan innovatie.

Nu we de overgang meemaken van giraal geld naar digitaal geld en mobiele betalingen, gaan we ook zien dat nieuwe partijen in de betaalmarkt hun alternatieven aantrekkelijk proberen te maken voor retailers en consumenten. Ze bieden lagere interchange fees, nieuwe insights, meer gebruiksgemak en komen naar voren met creatieve beloningsystemen. De grote creditcards doen dat al wat langer, door incentives te bieden aan klanten die bij grotere bestedingen hun standaard betaalpas inruilen voor Visa of Mastercard. Regiogeld-aanbieders hebben hun eigen variant ontwikkeld door lokaal geld met korting te verkopen. Eén Berkshare dollar kost 95 cent; één Brixton Pond geeft tien procent meer koopkracht dan de reguliere munt.

De concurrentie tussen aanbieders, de extra faciliteiten voor acceptanten en de groeiende populariteit van specifieke betaalmiddelen voor bijzondere doelgroepen maakt parallelvaluta interessant voor grote retailers. Het is denkbaar dat een keten als Starbucks zich interesseert voor regiogeld als middel om zich in lokale gemeenschappen te nestelen. Webwinkels kunnen via online tegoeden en crypto-currencies een link leggen met online communities.

Al deze valuta zijn net als regulier geld niet meer dan een tegoed dat gebaseerd is op vertrouwen. We vertrouwen de bankbiljetten die worden uitgegeven onder hoede van centrale banken, we vertrouwen de girale tegoeden die als cijfertjes op ons beeldscherm verschijnen. Maar consumenten vertrouwen ook dat Disney de waarde van zijn Disney Dollars garandeert en dat Tesco het bonustegoed van zijn Clubcard-houders respecteert. Dan zijn Google Guilders en Facebook Florijnen ook niet ondenkbaar, of een Bol.com-betaalmiddel. Bollars!

<kaders>

Berkshare Dollar

Berkshares zijn sinds acht jaar in gebruik in Berkshire County, Massachusetts. Deze lokale bankbiljetten zijn bij wijze van experiment in omloop gebracht met hulp van twaalf lokale banken. De vaste koers bij de bank is 95 cent voor een lokaal dollarbiljet, maar binnen de gemeenschap hebben Berkshares dollars gewoon een volle dollar koopkracht. Het idee is dat dit betaalmiddel de lokale economie bevordert. De economen achter Berkshares spelen nu met het idee om hun lokale munt los te koppelen van de dollar en in plaats daarvan een gallon maple syrup (of een basket aan lokale producten) als vaste tegenwaarde te kiezen. Het regiogeld wordt dan minder afhankelijk van ontwikkelingen in de wereldmarkt en eventuele fluctuaties van de US dollar.

Brixton Pound

Dit lokaal betaalmiddel in de Londonse voorstad Brixton is in 2009 gelanceerd. Er zijn eigen bankbiljetten in B£ en deelnemers kunnen ook gebruik maken van pay-per-text (mobile local currency). Er zijn een slordige tweehonderd winkels en restaurants die dit buurtgeld accepteren en een paar duizend actieve gebruikers. Lokale gemeente-ambtenaren kunnen zelfs een deel van hun salaris laten uitbetalen in B£; burgemeester Anderson doet ook mee. De betaalbiljetten hebben een opvallend design, dat aantrekkelijk is voor verzamelaars. Die collectors vormen een extra bron van inkomsten. Gebruikers kunnen hun tegoed niet terugwisselen voor de standaard pond, maar bedrijven die het betaalmiddel accepteren hebben die mogelijkheid wel.

Disney Dollars

Eigen geld heeft voordelen. Branded currencies bevorderen besteding in eigen huis en zijn mogelijk interessant voor verzamelaars. We signaleren dat verschijnsel bij Disney, dat sinds 1987 in zijn Amerikaanse parken, winkels, hotels en cruise ships eigen Disney Dollars uitgeeft als betaalmiddel. De biljetten van één, vijf, tien en vijftig dollar kunnen bij Disney weer ingeruild worden voor regulier geld, maar veel klanten bewaren een deel van hun parkgeld als souvenir. Disney komt jaarlijks met nieuwe designs, met als gevolg dat oude edities een hoge verzamelaarswaarde hebben.

Mobile Vikings

VikingCo is een Vlaamse onderneming (met een Nederlands kantoor aan het Wim Duisenbergplantsoen in Maastricht) die mobiele ecosystemen bouwt voor communities. Onder het label Mobile Vikings biedt dit bedrijf prepaid abonnementen aan voor mobiele telefonie in België, Polen en Nederland. In België is te zien wat het ontwikkelpotentieel van deze aanpak is. Gebruikers worden daar beloond met een community currency: VikingPoints. Het systeem voorziet in connecties met lokale retailers (VikingSpots), een ingebouwde wallet en desgewenst een prepaid Mastercard (VikingCard) die ook als mobiele app ter beschikking staat. De technologie onder dit ecosysteem kan zo maar gebruikt worden voor lokale en digitale communities, en dus ook loyaltyprogramma’s. Uit dezelfde koker komen inmiddels zogenaamde zorgmunten voort (Caring Currencies) en lokale loyaltycards met eigen beloningssysteem zoals de Fonske in Leuven.

Bitcoins

Eind vorig jaar werd bekend dat de Britse kanaaleilanden overwegen om onderdak te geven aan bitcoins als betaalmiddel. Alderney (onder hoede van Guernsey) is al een online gambling haven. Idee is om een munt te laten slaan door Royal Mint waardoor bitcoins ook een fysieke vorm krijgen. Alderney zou bitcoin-bankdiensten gaan leveren in de vorm van betaal- en spaarvormen. Het voorstel moet nog door het lokale parlement worden goedgekeurd en vastgelegd in wetgeving, wat een tamelijk controversieel traject is. Retailers zijn tot dusver huiverig voor acceptatie van bitcoins, maar sinds kort accepteren Overstock.com en TigerDirect betalingen via BitPay. Vanuit de Pacific komt een alternatief op in de vorm de Global Stability Dollar, een crypto-currency die mede mogelijk wordt gemaakt door Swift, met speciale aandacht van de Wereldbank en het IMF.

Druktemeters

Het bericht dat Dixons klanten telt door wifi- en bluetooth-signalen te meten, werd een half jaar geleden groot uitgemeten in de landelijke media. Voor retailers is dat echter niet nieuwswaardig. Nederland hangt immers vol druktemeters en die leveren nuttige info op, niet alleen voor winkelketens maar ook voor instellingen en overheden. Een serieus debat over privacy vergt daarom meer openheid. Van retailers èn de overheid zelf.

Eerder gepubliceerd in Etailtrends (2014)

Het leek een goeie deal voor de City of London. De firma Media Metrica zou voor de Olympische Spelen van 2012 een paar honderd vuilnisbakken in de stad plaatsen met aan twee kanten interactieve schermen voor stadsnieuws, afgewisseld met reclame. Dat is het typische stadsmeubilair waarmee buitenreclamebedrijven steeds meer media-momenten in de bebouwde omgeving weten te creëren. Hetzelfde systeem werd ook aangeboden aan Singapore en New York. Maar een jaar later bleken de vuilnisbakken behalve beeldschermen ook andere technologie te bevatten: wifi-zendertjes die de drukte in het stadscentrum afmeten aan het aantal mensen met smartphones. Media Metrica registreerde afgelopen zomer wekelijks meer dan vier miljoen passerende apparaatjes. Toen de pers daar lucht van kreeg, eiste het stadsbestuur meteen dat Media Metrica deze vorm van monitoring zou staken.

footfallIn de Verenigde Staten speelde vorig jaar een vergelijkbare kwestie toen de New York Times een artikel publiceerde waarin beschreven wordt hoe retailers zogenaamde footfall-data verzamelen. Voorheen werd dat gedaan met technieken die warmte of beweging registreerden, maar nu steeds meer mensen rondlopen met apparaatjes die een signaal afgeven (gsm, bluetooth, wifi) experimenteren grote retailers met methoden om de drukte digitaal te meten. Dezelfde techniek biedt de mogelijkheid om terugkerende bezoekers te herkennen en eventueel zelfs te communiceren met klanten. De New York Times beschrijft cases bij Nordstrom, Family Dollar, Benetton en Mothercare. Dat leidde tot een discussie in de VS over inbreuk op privacy in winkels.

Kamervragen

In Nederland werd het vraagstuk een half jaar later een onderwerp voor de publieksmedia. In januari ‘ontdekte’ de website Tweakers dat Bas Group wifi-signalen oppikt om de drukte in de winkels van Dixons, MyCom en iCentre te meten. Dat leidde prompt tot heibel in de dagbladen, een stevig standpunt van het College Bescherming Persoonsgegevens en kamervragen aan minister Opstelten. Die stelde dat voor het volgen van bezoekstromen in de winkel een simpele melding volstaat, mits de verzamelde data niet tot individuele bezoekers te herleiden zijn. Voor dat laatste is expliciete toestemming vereist, via een opt-in procedure. Het volgen van passanten in de openbare ruimte is ingewikkelder. De minister bespreekt dat met het CBP, zegde hij in februari toe.

pleinmeterDat moet een interessant gesprek geweest zijn, want er zijn in Nederland tal van systemen die passanten op de openbare weg volgen. Ook in ‘openbare gebouwen’ zoals theaters, ziekenhuizen, musea, scholen en kerken zijn meetkastjes geïnstalleerd. Die trackers hangen niet alleen bij C&A, Action en in de Unox Shops op het station, maar ook in gemeentehuizen en politiebureaus. Ze zijn geplaatst in onze winkelstraten om de stad in staat te stellen aan city center management te doen en ze worden ingezet bij demonstraties en evenementen om crowd control mogelijk te maken. De Nationale Politie heeft zelfs apps ontwikkeld (voor de Vierdaagse, de Tilburgse Kermis en Gay Pride) die geregistreerde footflow kan gebruiken om consumenten te waarschuwen tegen voetgangverstopping: zogenaamde druktemeters. Bij de gemeente Utrecht is een pleinmeter in gebruik die ontwikkeld is door Vinton.

Mobiliteitsgegevens

Huib Lubbers van CityTraffic in Amsterdam vergelijkt het met de verschillende technieken die de drukte op de weg volgen om filevorming tegen te gaan. Daar worden ook bewegingssensoren (detectielussen) voor gebruikt, camera’s en zendgegevens van mobiele telefoons. De Nationale Databank Wegverkeersgegevens wordt sinds een paar jaar continu voorzien van data die verzameld worden door honderden masten met bluetooth- en infrarood-tellers die langs het wegennet staan.

druktemetersOverheden zijn grote afnemers van zulke mobiliteitsgegevens en hetzelfde geldt voor de druktedata die in onze stadscentra verzameld worden. Vijf jaar geleden werd deze footfall nog gemeten door menselijke tellers die een paar keer per jaar voorbijgangers observeerden; anno 2014 heeft menig winkelstraat en winkelcentrum elektronische telsystemen die always-on zijn. CityTraffic heeft ruim vierhonderd druktemeters in beheer, maar werkt bovendien met data van wifi-accesspoints (of beacons) die door derden beheerd worden, voor gemeenten onder andere. Locatus en Bluemark Innovation willen een vergelijkbaar netwerk opbouwen in de Benelux. Deze sensoren zijn always-on en geven dus veel gedetailleerder informatie, zeker als de data jaar op jaar vergeleken kunnen worden.

Voorbijgangers-registratie is een internationaal fenomeen. De datagigant Experian publiceert nationale footfall-indexcijfers in Engeland, Duitsland, Frankrijk, de VS en tal van andere landen. Experian wekt de indruk passanten alleen te observeren met camera’s, maar de meetkastjes van dit bedrijf registreren ook elektronische signalen. Deze footfall-expert ziet maandelijks meer dan 1,5 miljard mensen voorbij komen langs zijn netwerk van meetpunten. Experian is vooral bekend als leverancier van kredietwaardigheidsdata en profielgegevens via Mosaic. Die activiteiten staan tamelijk los van elkaar, maar het plaatst Experian wel in de positie om in de toekomst profielgegevens en betaalgegevens te combineren met lokatiedata. <Naschrift: deze werkmaatschappij is in 2015 verkocht aan Tyco International en heet nu ShopperTrak.>

Lokatiedata

Het is een toekomstperspectief dat snel realiteit wordt, want gebruikers van smartphones geven achteloos toestemming aan Apple, Google en tal van andere techologiebedrijven (social media, app-leveranciers) om gedragsgegevens te combineren met lokatiedata. Het analysevermogen dat webwinkels hebben, kruipt zo langzaam de reguliere retail in. “Winkels zijn in het nadeel in vergelijking met webshops die digitale broodkruimels kunnen verzamelen,” vertelde Guido Jouret van de emerging technologies group bij Cisco aan de New York Times. Cisco wil wel meehelpen om het speelveld weer gelijkwaardig te maken. Ook Hewlett-Packard is daar klaar voor. Die brengt nu de app SmartShopper op de markt waarmee retailers location-based aanbiedingen naar klanten kunnen sturen.

druktemeterChristiaan van Rooijen van WifiProfs in Maarssen merkt echter op dat ‘actionable insights’ een zekere opbouw vergen. “Als retailer begin je te meten hoeveel bezoekers een winkel heeft en je vergelijkt dat met het aantal passanten (capture rate) en het aantal transacties dat de kassa’s registreren (conversion rate). Daarna ga je verder analyseren: hoe bewegen klanten zich door de winkel, welke productgroepen trekken weinig aandacht, welke displays werken goed? Het is een piramide. Je bouwt eerst de basis voor je aan de top toekomt. Aan de top zitten de toepassingen waarbij individuele klanten toegespitste informatie krijgen op een passend moment. Het is te vergelijken met de opbouw van een loyaliteitsprogramma. Retailers moeten eerst veel transactiedata en klantgegevens verzamelen voordat ze goede analyses kunnen maken; pas aan het end van de rit worden gepersonaliseerde aanbiedingen mogelijk. Albert Heijn heeft die basis van die piramide al lang opgebouwd. Jumbo moet nog beginnen met datasparen.”

Gepersonaliseerde aanbiedingen op basis van transactie- of lokatiedata kunnen niet ongevraagd verzonden worden. Dat gaat alleen via een app of een andere toepassing die opt-ins vergt: een omnichannel loyalty-programma bijvoorbeeld. Van Rooijen wijst erop dat Apple nu bezig is om alle lokatie-data van zijn iPhones achter dubbele opt-ins te zetten. Apple beseft dat het succes van gepersonaliseerde informatie staat of valt met goede privacy-waarborgen. De verwachting is dat Google met zijn Android dezelfde koers gaat volgen. Daarnaast zijn de ontwikkelaars van meet- en analyse-systemen ook collectief bezig om de privacy van individuele consumenten beter te beschermen, in de VS via het Future of Privacy Forum en in Europa via het recent opgerichte PrivacySiG, waar BlueMark Innovations uit Enschede bij aangesloten is. Frank Groot Rouwen van BlueMark vertelt dat hij afgelopen voorjaar met een paar collega’s op bezoek is geweest bij het CBP om uit te leggen dat het meten van footfall geen inbreuk maakt op de privacy van consumenten.

Versleutelde informatie

Bluetrace uit Amsterdam versleutelt op eigen initiatief de gegevens die eventueel naar personen te herleiden zijn (vooral om opdrachtgevers in de publieke sector van dienst te zijn) en laat dat desgewenst auditen door KPMG, vertelt Feike Liemburg. “De meeste opdrachtgevers zijn niet geïnteresseerd in individuele klanten; ze willen gewoon de trends zien. Op een doorsnee zaterdag meten we bij Dixons een kwart miljoen unieke mac-adressen. Daar kun je niks mee op individueel niveau.”

Voor Bluetrace had de publiciteit rond de druktemeters bij Dixons afgelopen voorjaar een onverwacht positief effect: veel retailers willen nu ook meten wanneer er klanten in de winkel zijn, zodat ze hun personeelsbezetting kunnen afstemmen op de drukte. “Dixons heeft de hele kwestie als een pr-moment behandeld. We kunnen hun case als referentie gebruiken.” Liemburg noemt nog een paar andere toepassingen met groeipotentieel. Adverteerders die gebruik maken van buitenmedia en willen weten hoeveel mensen nu echt in de buurt van die reclame-objecten komen. En sponsors van evenementen die betrouwbare bezoekerscijfers verlangen. “Dat wordt door de organisatoren soms erg overdreven.”

<streamers>

Footflow maatstaven

Capture Rate = passanten worden bezoekers
Conversion Rate = bezoekers worden klanten

<kaders>

Gezichtsherkenning

Camera-netwerken die door de overheid gebruikt worden om wetsovertreders te volgen of sociale verzekeringsfraudeurs te betrappen, lenen zich ook voor retail-toepassingen. Een insider uit de installatiebranche vertelt dat er bouwmarkten zijn die camera’s gebruiken om vast te stellen waar aarzelende klanten behoefte aan advies hebben. In combinatie met gezichtsherkenningsoftware wordt het mogelijk gekende winkeldieven voortijdig te signaleren of big spenders bij binnenkomst te identificeren. Daar zijn helemaal geen mobiele telefoons voor nodig.

Lichtboeien

Philips heeft dit voorjaar een technologie gelanceerd waarbij licht-frequenties ingezet worden om winkels of theaters in kaart te brengen. Bij visible light communication (VLC) dienen lampen als bakens, als lichtboeien voor lokatiediensten. De idee is dat smartphones met hun camera het lichtsignaal oppikken, waarna vervolgens de relevante retail-app de klant van informatie voorziet. Nadeel: licht-lokalisering werkt niet als mobieltjes in zak en tas zitten. Voordeel: Apple en Google en andere big brothers kijken niet mee.

Abriwifi

Buitenreclame-exploïtanten zoals Exterion Media (voorheen CBS Outdoor) experimenteren al wat langer met abri’s die zijn voorzien van camera’s of wifi-accesspoints. Afgelopen zomer werden vijftig reclame-wachthuisjes van Exterion in grote Nederlandse steden verrijkt met wifi-hotspots en in december zijn vijf abri’s uitgerust met wifi-zenders. Deze zenders zijn niet alleen een extra service voor de passanten; ze stellen Exterion ook in staat om het aantal voorbijgangers te meten. In de VS heeft buitenreclame-exploïtant Titan duizenden beacons in stadsmeubilair in beheer die meten hoeveel passanten een smartphone met bluetooth hebben aanstaan.