UA-118352680-1

Parallelhandel (2) inkoopkanaal voor webwinkels?

Parallel-trade is een belangrijke inkoopbron voor partijen-winkels. In Nederland maakt de Action gebruik van dit kanaal, maar ook Kruidvat, Xenos en Big Bazaar verkopen veel parallel-producten. Voor webwinkels is parallelinkoop vaak de enige manier om aan merkproducten te komen. Maar die stuiten daarbij wel op belemmeringen.

Eerder gepubliceerd in Retailtrends (voorjaar 2015)

Het verschijnsel parallelhandel heeft een nieuwe dimensie gekregen in het internet-tijdperk. Veel nieuwe webwinkels merken dat ze niet geleverd krijgen door de gevestigde groothandel. Die webshops gaan op zoek in het buitenland en ontdekken het voordeel van parallel-trade. Ze kloppen aan bij een buitenlandse groothandel die graag wat extra omzet wil, ze maken afspraken met een collega-retailer om samen in te kopen of ze openen zelfs een vestiging over de grens. Daar reageert de gevestigde groothandel in Nederland dan weer op. Die laat blafbrieven sturen naar importerende webwinkels en klaagt bij de merkeigenaar, in de hoop dat deze strenger toeziet op Europese distributors en doorverkoop verbiedt.

Gevestigde grossiers en retailers zijn niet blij met grensoverschrijdende handel die de Europese Commissie juist aanmoedigt. Veel merken werken vanouds met een distributiemodel dat gebaseerd is op rayons en regio’s. Een groothandel krijgt het alleenrecht in Nederland en die regeert op zijn beurt met verdeel-en-heers in stad en land. Deze praktijk staat haaks op de internet-realiteit die grenzenloos is en is daarom een bron van talloze ketenconflicten.

Choice in e-Commerce

Een manier om deze ketenconflicten te verzachten zijn levercontracten die alleen passieve verkoop toestaan (product mag wel in de winkel liggen) en actieve verkoop (product wordt aangeprezen) verbieden. Voor gevestigde retailers die online gaan, zijn deze beperkingen lastig. Maar voor online startups en grotere pure players kan het een serieus obstakel zijn. In Duitsland hebben een aantal webwinkels zich dan ook verenigd in het Bundesverband Online Handel dat zich actief verzet tegen beperking van online mededinging. Vanuit deze BVOH is een Europees initiatief gelanceerd dat steun zoekt bij de Europese Commissie: Choice in eCommerce. Uit eigen onderzoek van deze club blijkt dat zo’n zestig procent van alle webwinkels in zijn bedrijfsvoering belemmerd wordt door verkoopbeperkingen van merkleveranciers en groothandels. Een petitie van Choice in eCommerce werd gesteund door meer dan 14.000 webwinkels.

Dat initiatief vindt gehoor bij de Europese Commissie, omdat die voorstander is van meer vrijhandel in Europa en met name grensoverschrijdende verkoop wil bevorderen. Europa was lang een lappendeken van markten en gevestigde belangen, maar een gevolg daarvan is dat er geen grote (online) ondernemingen ontstaan die de concurrentie aankunnen met Amerikaanse bedrijven. De Europese Commissie treedt daarom harder op tegen bedrijven die online mededinging proberen te belemmeren. Eind 2013 werden er met dat doel invallen gedaan bij grote elektronicabedrijven en –retailers: Philips, Samsung, Media Markt en Redcoon. “We komen in een nieuwe fase van Europese handhaving terecht,” bevestigde het hoofd van de Duitse mededingingsautoriteit Andreas Mundt destijds.

Volgens de BVOH in Duitsland zijn beperkingen van online verkoop te vinden in talrijke branches, in speelgoed en sportkleding, bij tuinartikelen en muziekinstrumenten, in huishoudelijk en bij meubels. De BVOH merkt bovendien op dat het niet alleen pure players zijn die geraakt worden, maar dat bijvoorbeeld ook inkoopcombinaties en het vrijwillig filiaalbedrijf ervaren dat ze bij de inkoop anders behandeld worden dan het grootwinkelbedrijf. Zeker als het inkoop voor webwinkels betreft. Daar komen we bijvoorbeeld het fenomeen dual pricing tegen: webwinkels hebben een hogere inkoopprijs dan ‘gewone’ winkels, zogenaamd omdat leveranciers het meelift-effect verdisconteren. Webwinkels worden afgeschilderd als freeriders omdat ze zouden meeliften op de marketinginspanningen van gevestigde retailers. Voor straf krijgen ze minder korting op de inkoopprijs.

Doppelpreis

In Nederland en Engeland wordt dual pricing door de mededingingsautoriteiten door de vingers gezien, maar het Bundeskartellamt kijkt de laatste jaren kritisch naar zogenaamde Doppelpreis-systemen. Twee jaar geleden werd Bosch-Siemens aangesproken op nieuwe inkoopcontracten die verschil maakten in kortingen voor webwinkels en gewone winkels. Bosch ontkwam aan vervolging door het onrechtmatige onderscheid snel af te schaffen. Een paar maanden laten werd Gardena tot dezelfde keuze gedwongen. Deze merkleverancier van tuinartikelen hanteerde twee inkoopprijzen: eentje voor de zogenaamde stationaire handel en een andere voor webwinkels. Ook sanitair-leverancier Dornbracht kwam er met een tik op de vingers vanaf. Dit bedrijf kondigde al in 2006 een ‘offensief tegen online verkoop’ aan, gevolgd door een systeem van dubbelprijzen. Dat werd in 2013 op aandringen van het Kartellamt beëindigd.

Het aantal zaken dat onder aandacht werd gebracht bij de lokale mededingingsautoriteiten was voor het Kartellamt aanleiding om een algemene notitie te publiceren over Verticale Beperkingen in de Internethandel. Interessant aan deze ontwikkeling in Duitsland is dat het Kartellamt actiever optreedt tegen leveranciers die online mededinging beperken, terwijl een groot deel van de traditionele vakhandel in Duitsland juist stelling kiest vòòr beperking en ruime toepassing van de zogenaamde Vertikal-GVO (groepsvrijstellingsverordening).

Batavus Arrest

Die tegenstelling kennen we in Nederland ook, onder andere door het actieve verzet van Euretco – Fietswereld en Profile De Fietsspecialist – tegen online verkoop en outlet centers. Euretco (INretail) heeft jarenlang zijn leveranciers onder druk gezet om vooral geen A-merkfietsen te leveren aan webwinkels zoals Bikemotion. Meer dan tien jaar procederen leidde uiteindelijk tot de conclusie dat Euretco en de Accell-Group inderdaad de mededinging beperkten: het Batavus Arrest. Fietsen van dat merk zijn nu gewoon te koop bij webwinkels zoals Bikemotion.

Een andere zaak die leerzaam is voor online resellers die last hebben van weigerachtige leveranciers, is Oase versus Voorne Koi. De Duitse producent Oase levert al sinds 1999 zijn merkpompen aan het vijvercentrum in Rockanje, maar die relatie vertroebelde toen Voorne Koi de pompen in zijn webwinkel te koop aanbood. Oase heeft de markt ‘verdeeld’ en probeert online verkoop tegen te gaan. Omdat de winkel weigerde de online verkoop te stoppen, werd in 2009 levering gestaakt. Dat leidde tot een rechtszaak in 2010 waarbij de detaillist zelfs verboden werd om Oase-producten in te kopen via parallelhandel in Europa. Daar ging de retailer tegen in beroep. Eind vorig jaar herzag de Handelskamer in Utrecht dat oordeel. Oase mag de Zeeuwse webwinkel niet langer tegenwerken en Oase mag zijn resellers niet langer verbieden om door te leveren aan webwinkels. Als Voorne Koi elders een leverancier vindt, kan het vijvercentrum gewoon weer Oase-pompen verkopen en daar op zijn website reclame voor maken.

De pompen-affaire illustreert hoe snel de rechtspraak verandert. Vijf jaar geleden zag de webwinkelier al zijn inkoopkanalen gestremd door de rechtbank; vorig jaar gingen alsnog de sluizen open. In 2010 werden alle verwijzingen naar het merk op de webwinkel onrechtmatig geacht; nu blijkt het merkrecht uitgeput en verliest de merkhouder zijn stalen greep op de distributors. Het is een volledige ommekeer. En illustratief voor de zwabberende rechtspositie van webwinkels die parallel inkopen.

Afgelopen Maand – Parallelhandel: regulier inkoopkanaal voor retail?

<kaders>

Fast Movers

Toen het Kartellamt vorig jaar aankondigde onderzoek te doen naar de selectieve distributie van sportschoeisel in Duitsland en de beperkingen op online verkoop, maakte het Duitse sportmerk Adidas bekend zijn resellers niet langer in hun online mededinging te beperken. Asics daarentegen volhardt in zijn verzet tegen webwinkels en online marktplaatsen. Dealers mogen zelfs niet actief meedoen aan prijsvergelijkingssites. Het Kartellamt heeft een schot voor de boeg afgegeven door zijn ontstemming publiek te maken. Volgende stap is een boete. Maar wellicht wil Asics dat, zodat het bedrijf naar de rechter kan stappen.

Pierre Fabre

Pierre Fabre was een Franse apotheker die aan de basis stond van een breed assortiment huidverzorgende producten. Het distributiebeleid van Fabre was gericht op apotheken; verkoop via drogisten werd niet toegestaan. Om dezelfde reden verbood het bedrijf verkoop online. In 2008 besloot een Franse rechter dat zo’n verbod onrechtmatig is. De kwestie werd voorgelegd aan het Europese Hof, dat in tot de conclusie kwam dat de producten geen medisch advies vergen en dat verkoop online dus niet belemmerd mag worden. In het verlengde van dit oordeel legde een Franse rechter het bedrijf een symbolische boete op van 13.000 euro.

Mobility Scooters

De Britse mededingingsautoriteit OFT deelde vorig jaar een boete uit aan Pride Mobility Products omdat het bedrijf zijn resellers beperkingen oplegde met betrekking tot de verkoop online.

Kunststof Kozijnen

Een Nederlands installatiebedrijf van kunststof kozijnen kocht in bij de Duitse groothandel en maakte promotie via websites met een verwijzing naar de merknaam. Daar was de Nederlandse groothandel niet van gediend, dus die begon in 2012 met hulp van de merkeigenaar een rechtszaak over misbruik van de handelsnaam. De rechter koos in zijn oordeel echter de kant van het installatiebedrijf, op basis van drie criteria die bij domeinnaamarbitrage gebruikt worden: a) de website verkoopt de litigieuze merkproducten daadwerkelijk, 
b) er worden geen concurrerende producten aangeboden op een zodanige manier dat sprake kan zijn van “bait and switch” en c) de website geeft nauwkeurig aan wat de relatie met de merkhouder is. De groothandel heeft niets te zeggen over online verkoop en de merkhouder kan gebruik van de merknaam niet tegengaan, omdat het merkrecht ‘uitgeput’ is.

Alessi

De Italiaanse leverancier van keukendesign Alessi kreeg in 2011 een boete opgelegd van het Kartellamt in Duitsland omdat de Duitse vestiging zijn online resellers verbood onder de adviesprijs te verkopen.

Dr Hauschka

Wala Heilmittel kreeg in 2013 een boete van 6,5 miljoen euro voor het afdwingen van vaste prijzen bij wederverkopers. De boete was hoog omdat Wala deze praktijk jarenlang volgehouden heeft. Al sinds 2003 worden de verkoopprijzen opgelegd, en sinds 2007 hanteert Wala een selectief distributiemodel. Dat laatste mag, mits de criteria voor resellers objectief zijn en niet in strijd met het mededingingsrecht. Prijsafspraken zijn verboden, en dat geldt ook voor een blokkade op doorverkoop en webverkoop. Wala probeerde internetverkoop te frustreren, dus daarvoor werd het bedrijf beboet.

VABER

Dwars op het streven naar vrije mededinging en de uitputtingsregel staat de zogenaamde groepsvrijstellingsverordening (VABER in Eurospeak) die selectieve distributie mogelijk maakt voor merkhouders die niet-geautoriseerde resellers buiten de deur willen houden. Dat lukt, mits het distributiestelsel goed opgezet is en de afspraken niet in strijd zijn met de kleine lettertjes in de vrijstellingsverordening.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

zeven + zeventien =

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.