UA-118352680-1

Blijf van mijn Lijfland

Zijn portretten het verzamelen waard? Vaak tonen ze somber kijkende mannen en vrouwen, die (toen ze de schilder eenmaal konden betalen) hun jeugd en aantrekkingskracht verloren hadden. Wil je zo iemand aan de muur, neerkijkend op jouw dagelijkse worsteling in het bestaan?

Op een online veiling trof ik een portret aan van een edelman. Strenge blik, snor, een mond die geen weerspraak duldt. Hij heeft een kanten kraag en spijkers in zijn mouwen. Een krijgsheer in ruste. Volgens de verkoper betreft het Gustav Horn en dateert het schilderij uit de jaren twintig.

Wie is Gustav Horn? Volgens wikipedia is het een Zweedse edelman van Finse afkomst. Hij leefde van 1592 tot 1657 en werd dus een jaar of vijfenzestig. Horn vocht in de Pools-Zweedse oorlog en promoveerde tot veldmaarschalk. Enkele jaren later werd Horn aangesteld als gouveneur-generaal van Lijfland, wat later Letland en Estland werden. In Lijfland woonden de Lijven die een eigen taal spraken.

Gripsholm

De achterkant van het portret suggereert dat het schilderij ouder is dan honderd jaar. Er staat een tekst op het doek. Daarbij zijn de woorden Gustav Horn duidelijk herkenbaar, maar de rest is vager. Zoeken we op de afbeelding dan krijgen we meteen een hit. Vrijwel exact hetzelfde schilderij is niet alleen bekend in Zweden, maar ook in Nederland bij de Rijksdienst voor Kunst Documentatie. Het origineel is getoond op de expositie Hollandse Meesters in Zweeds Bezit.

TALIMAHIKALK
GUSTAV-HOLM
ERTIORICA GRIPJHOLMSSAML
AV-D-BECK
KEK AV FIJALMION 1969

Om welke Hollandse meester gaat het? Volgens de RKD is het portret gemaakt door een David Beck (wiens naam we herkennen in de tekst) en hangt het origineel in Gripsholm Castle te Marienfred. Dit kasteel herbergt sinds 1822 de volledige Zweedse rijks-portret-galerie. De formaten van beide schilderijen zijn exact hetzelfde. Beck leefde van 1621 tot 1656 en werd dus vijfendertig jaar. Hij kwam uit Delft en begon als leerling en assistent van Anthony van Dyck in Londen. Van 1647 tot zijn dood was hij een van de hofschilders van Christina, koningin van Zweden, al betekende deze aanstelling niet dat hij in Zweden woonachtig moest zijn.

Die vele reizen van Beck zijn een filmscript waardig. Dat komt vooral omdat Christina van Zweden een bijzondere vrouw was. Bij haar geboorte in 1623 meenden de vroedvrouwen dat het een prinsje betrof omdat de baby luid schreeuwde en tamelijk harig bleek. Haar vader was echter dol op zijn dochter. Hij legde vast dat Christina zijn opvolger moest zijn, een gedegen opleiding zou krijgen en uiteindelijk zelfs ‘koning’ genoemd diende te worden.

De koning is een vrouw

Koning Gustav Adolf stierf relatief jong op het slagveld. Omdat haar moeder niet goed bij verstand was en door de regering naar kasteel Gripsholm verbannen was (toevallig weer dat kasteel) werd de zorg voor de jonge prinses een zaak voor kanselier Oxenstierna. Hij gaf haar een opleiding die prinswaardig was. Om te voorkomen dat ze zich aan een pleegmoeder zou hechten, was haar verzorging verdeeld over vier speciaal aangestelde hofdames. Christina leerde zeven talen naast haar moedertaal, waaronder ook Nederlands.

Op 21-jarige leeftijd was ze volwassen en kon ze als koning aan de slag. Christina had een enorme interesse ontwikkeld in wetenschap en de schone kunsten, en gaf opdrachten aan talloze wetenschappers en kunstenaars. In 1645 nodigde ze Hugo de Groot uit om haar bibliotheek te beheren, maar die overleed op weg naar Zweden. Vier jaar later wist ze de Franse filosoof Descartes naar Stockholm te lokken die er een academie mocht beginnen. De koningin stuurde een speciaal schip naar Frankrijk dat terug kwam met de geleerde heer en tweeduizend boeken. Descartes voelde zich echter niet thuis in het tochtige kasteel van Christina en de koningin was het niet eens met zijn mechanisch wereldbeeld. In 1650 overleed de Fransman aan longontsteking.

Vossius

Christina was tegen oorlog, maar maakte wel gebruik van kansen om de invloedssfeer van Zweden tot het hele Baltische gebied uit te breiden. Door haar invloed werd de dertigjarige oorlog beëindigd met de Vrede van Wesphalia in 1648. Het leverde de koningin een fikse oorlogsbuit op, inclusief alle kunstschatten van Praag. Haar bezit aan unieke boeken en manuscripten was inmiddels zo fenomenaal dat critici meenden dat ze als een maniak tekeer ging. Na de dood van Descartes nodigde ze Isaac Vossius uit om haar bibliotheek te beheren.

Christina had zo haar eigen ideeën over de troonopvolging. Ze wilde bijvoorbeeld niet huwen. “Het vergt meer moed om te trouwen dan een oorlog te beginnen,” vertelde ze aan diplomaten die op bezoek kwamen. Ze deelde wel het bed met een vriendin, la belle comtesse Ebba Sparre. Christina kleedde zich graag als een man en gaf weinig aandacht aan haar verschijning en haar haar. Een dolle mina avant la lettre.

Koningin op de vlucht

Eén van vele wetenschappers en kunstenaars die door de koningin werden ingehuurd voor bijzondere opdrachten was David Beck. De schilder hoefde niet in Zweden te wonen, maar hij werd wel regelmatig naar andere vorstenhuizen gestuurd om portretten te maken van bevriende adel. Die schilderijen gingen retour naar de koningin, in ruil voor een medaillon met haar portret. Deze opdrachten brachten Beck onder andere naar Gottorf (Schleswig-Holstein), Rome en Madrid.

Christina had een brede interesse in religie en liet zich onderrichten over de islam en joodse overtuigingen. Ergens in 1652 besloot ze te kiezen voor het katholieke geloof, een ongehoorde zaak in het strikt-lutherse Zweden. Ze deed daarom in 1654 afstand van de troon en reisde naar Antwerpen met een entourage van circa 255 mensen. David Beck was lid van dit reisgezelschap. De oud-koningin vierde elke avond feest en haar schatkist raakte leeg. Daarop werd ze uitgenodigd om naar Brussel te komen door de aartshertog Leopold-Wilhelm van Oostenrijk in zijn paleis Coudenberg, waar ze zich stiekem tot de rooms-katholieke leer bekeerde.

Met haar entourage reisde de voormalige koningin vervolgens naar Innsbruck, wederom op uitnodiging van de aartshertog. Toen ze uiteindelijk vertrok was Leopold-Wilhelm van Oostenrijk zo goed als failliet. Het gezelschap reisde door naar Rome, waar ze warm onthaald werd door de paus die een complete vleugel van het Vaticaan ter beschikking stelde. Vanuit Italië vertrok ze naar Parijs, waar ze een deal probeerde te sluiten tussen de Fransen en de Italianen waardoor ze tijdelijk Koningin van Napels zou worden. De schilder Beck maakte dat echter niet meer mee, want die ging terug naar Den Haag waar hij overleed.

En het portret van Gustav Horn?

Dat werd uiteindelijk verkocht voor iets meer dan vierhonderd euro…

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

5 × 4 =

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Warning: Cannot modify header information - headers already sent by (output started at /www/wp-includes/functions.php:5279) in /www/wp-content/plugins/wp-fastest-cache/inc/cache.php on line 384 Blijf van mijn Lijfland » Zakenkrant UA-118352680-1

Blijf van mijn Lijfland

Zijn portretten het verzamelen waard? Vaak tonen ze somber kijkende mannen en vrouwen, die (toen ze de schilder eenmaal konden betalen) hun jeugd en aantrekkingskracht verloren hadden. Wil je zo iemand aan de muur, neerkijkend op jouw dagelijkse worsteling in het bestaan?

Op een online veiling trof ik een portret aan van een edelman. Strenge blik, snor, een mond die geen weerspraak duldt. Hij heeft een kanten kraag en spijkers in zijn mouwen. Een krijgsheer in ruste. Volgens de verkoper betreft het Gustav Horn en dateert het schilderij uit de jaren twintig.

Wie is Gustav Horn? Volgens wikipedia is het een Zweedse edelman van Finse afkomst. Hij leefde van 1592 tot 1657 en werd dus een jaar of vijfenzestig. Horn vocht in de Pools-Zweedse oorlog en promoveerde tot veldmaarschalk. Enkele jaren later werd Horn aangesteld als gouveneur-generaal van Lijfland, wat later Letland en Estland werden. In Lijfland woonden de Lijven die een eigen taal spraken.

Gripsholm

De achterkant van het portret suggereert dat het schilderij ouder is dan honderd jaar. Er staat een tekst op het doek. Daarbij zijn de woorden Gustav Horn duidelijk herkenbaar, maar de rest is vager. Zoeken we op de afbeelding dan krijgen we meteen een hit. Vrijwel exact hetzelfde schilderij is niet alleen bekend in Zweden, maar ook in Nederland bij de Rijksdienst voor Kunst Documentatie. Het origineel is getoond op de expositie Hollandse Meesters in Zweeds Bezit.

TALIMAHIKALK
GUSTAV-HOLM
ERTIORICA GRIPJHOLMSSAML
AV-D-BECK
KEK AV FIJALMION 1969

Om welke Hollandse meester gaat het? Volgens de RKD is het portret gemaakt door een David Beck (wiens naam we herkennen in de tekst) en hangt het origineel in Gripsholm Castle te Marienfred. Dit kasteel herbergt sinds 1822 de volledige Zweedse rijks-portret-galerie. De formaten van beide schilderijen zijn exact hetzelfde. Beck leefde van 1621 tot 1656 en werd dus vijfendertig jaar. Hij kwam uit Delft en begon als leerling en assistent van Anthony van Dyck in Londen. Van 1647 tot zijn dood was hij een van de hofschilders van Christina, koningin van Zweden, al betekende deze aanstelling niet dat hij in Zweden woonachtig moest zijn.

Die vele reizen van Beck zijn een filmscript waardig. Dat komt vooral omdat Christina van Zweden een bijzondere vrouw was. Bij haar geboorte in 1623 meenden de vroedvrouwen dat het een prinsje betrof omdat de baby luid schreeuwde en tamelijk harig bleek. Haar vader was echter dol op zijn dochter. Hij legde vast dat Christina zijn opvolger moest zijn, een gedegen opleiding zou krijgen en uiteindelijk zelfs ‘koning’ genoemd diende te worden.

De koning is een vrouw

Koning Gustav Adolf stierf relatief jong op het slagveld. Omdat haar moeder niet goed bij verstand was en door de regering naar kasteel Gripsholm verbannen was (toevallig weer dat kasteel) werd de zorg voor de jonge prinses een zaak voor kanselier Oxenstierna. Hij gaf haar een opleiding die prinswaardig was. Om te voorkomen dat ze zich aan een pleegmoeder zou hechten, was haar verzorging verdeeld over vier speciaal aangestelde hofdames. Christina leerde zeven talen naast haar moedertaal, waaronder ook Nederlands.

Op 21-jarige leeftijd was ze volwassen en kon ze als koning aan de slag. Christina had een enorme interesse ontwikkeld in wetenschap en de schone kunsten, en gaf opdrachten aan talloze wetenschappers en kunstenaars. In 1645 nodigde ze Hugo de Groot uit om haar bibliotheek te beheren, maar die overleed op weg naar Zweden. Vier jaar later wist ze de Franse filosoof Descartes naar Stockholm te lokken die er een academie mocht beginnen. De koningin stuurde een speciaal schip naar Frankrijk dat terug kwam met de geleerde heer en tweeduizend boeken. Descartes voelde zich echter niet thuis in het tochtige kasteel van Christina en de koningin was het niet eens met zijn mechanisch wereldbeeld. In 1650 overleed de Fransman aan longontsteking.

Vossius

Christina was tegen oorlog, maar maakte wel gebruik van kansen om de invloedssfeer van Zweden tot het hele Baltische gebied uit te breiden. Door haar invloed werd de dertigjarige oorlog beëindigd met de Vrede van Wesphalia in 1648. Het leverde de koningin een fikse oorlogsbuit op, inclusief alle kunstschatten van Praag. Haar bezit aan unieke boeken en manuscripten was inmiddels zo fenomenaal dat critici meenden dat ze als een maniak tekeer ging. Na de dood van Descartes nodigde ze Isaac Vossius uit om haar bibliotheek te beheren.

Christina had zo haar eigen ideeën over de troonopvolging. Ze wilde bijvoorbeeld niet huwen. “Het vergt meer moed om te trouwen dan een oorlog te beginnen,” vertelde ze aan diplomaten die op bezoek kwamen. Ze deelde wel het bed met een vriendin, la belle comtesse Ebba Sparre. Christina kleedde zich graag als een man en gaf weinig aandacht aan haar verschijning en haar haar. Een dolle mina avant la lettre.

Koningin op de vlucht

Eén van vele wetenschappers en kunstenaars die door de koningin werden ingehuurd voor bijzondere opdrachten was David Beck. De schilder hoefde niet in Zweden te wonen, maar hij werd wel regelmatig naar andere vorstenhuizen gestuurd om portretten te maken van bevriende adel. Die schilderijen gingen retour naar de koningin, in ruil voor een medaillon met haar portret. Deze opdrachten brachten Beck onder andere naar Gottorf (Schleswig-Holstein), Rome en Madrid.

Christina had een brede interesse in religie en liet zich onderrichten over de islam en joodse overtuigingen. Ergens in 1652 besloot ze te kiezen voor het katholieke geloof, een ongehoorde zaak in het strikt-lutherse Zweden. Ze deed daarom in 1654 afstand van de troon en reisde naar Antwerpen met een entourage van circa 255 mensen. David Beck was lid van dit reisgezelschap. De oud-koningin vierde elke avond feest en haar schatkist raakte leeg. Daarop werd ze uitgenodigd om naar Brussel te komen door de aartshertog Leopold-Wilhelm van Oostenrijk in zijn paleis Coudenberg, waar ze zich stiekem tot de rooms-katholieke leer bekeerde.

Met haar entourage reisde de voormalige koningin vervolgens naar Innsbruck, wederom op uitnodiging van de aartshertog. Toen ze uiteindelijk vertrok was Leopold-Wilhelm van Oostenrijk zo goed als failliet. Het gezelschap reisde door naar Rome, waar ze warm onthaald werd door de paus die een complete vleugel van het Vaticaan ter beschikking stelde. Vanuit Italië vertrok ze naar Parijs, waar ze een deal probeerde te sluiten tussen de Fransen en de Italianen waardoor ze tijdelijk Koningin van Napels zou worden. De schilder Beck maakte dat echter niet meer mee, want die ging terug naar Den Haag waar hij overleed.

En het portret van Gustav Horn?

Dat werd uiteindelijk verkocht voor iets meer dan vierhonderd euro…

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

5 × 4 =

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.