UA-118292059-1

Artisanatorium

Boetedoening

Een meisje op haar knieën, een man met een stok, een non op de trap: wat zien we dit tafereel? Is het een kerkinterieur of een klooster? En waarom valt dat licht zo eigenaardig op de muren en vloeren?

boetedoeningOp een online veiling trof ik een intrigerend paneel aan. Het is beuken of eiken, dat kan ik niet zien. De schilder heeft een boete-tafereel gemaakt, zo te zien in een kerk. Op het eerste gezicht geen bijzonder schilderij, maar bij nadere bestudering is het prachtig vakwerk vol fraaie details.

Is het een jongen of een meisje dat neerknielt aan de voet van een mariabeeld? Mijn keuze valt op een meisje. Zo te zien draagt ze een rokje en heeft ze lang haar. De man die boven haar uit torent is geen geestelijke. Hij draagt een luxe lange jas en hij heeft lakschoenen. En hij leunt op een stok, misschien een paardenzweep. Op de trap daalt een non af. Een vrome vrouw, haar handen in de mouwen en haar blik naar beneden gewend. Alsof ze de opgelegde boetedoening negeert.

Want het meisje doet boete, onder dwang van die man. Op haar knieën zit ze voor een offerblok. Volgens de verkoper van het schilderij is het een kerkinterieur. Het kan echter ook een klooster zijn, een school of zelfs een ziekenhuis. De kleding suggereert dat het tafereel zich afspeelt eind 19e of begin 20e eeuw. De omgeving is monumentaal, maar de personages zijn dat niet.

Opvallend is de lichtval. Zonlicht schijnt door grote vensters op de muren, de trap en de vloer. We zien de traptreden en de natuurstenen vloertegels duidelijk afgebakend. De details zijn indrukwekkend, zeker voor een klein schilderij. Maar de lichtval is vreemd. Voor de zitbank loopt het licht door op de vloer, maar op de bank zelf valt schaduw. Kijken we naar het vensterlicht op de muren dan valt op dat het licht op twee haakse muren dezelfde contouren heeft. Dat kan bijna niet correct zijn.

Een bedoeling kan ik daar niet in ontdekken. De schilder heeft simpelweg zijn perspectief onderweg verloren. Maar er zit wel een bedoeling in het verhaal. Het is een vroeg #metoo tafereel. Het meisje op haar knieën, de non die wegkijkt. De man als meester. Daar zit kritiek in en misschien wel humor. Is dit een schilderij over schijn-heiligheid?

Perspectiven

Zulke kerkschilderijen zijn een genre met oude meesters. Die legden de nadruk op dieptewerking in gebouwen. Later kwam daar ook lichtval bij.

Vredeman de VriesDe architect en schilder Hans Vredeman de Vries (1527-1607) uit Leeuwarden schreef zelfs een boek over perspectief met kerktekeningen als illustratie. Daar is te zien waar Escher inspiratie vond. Ook zijn zoon Paul (1567-1617) maakte schilderijen met indrukwekkende dieptewerking. Hans had in de zeventiende eeuw een slordige dertig navolgers die allemaal bewerkelijke interieurschilderijen met prachtige dieptewerking maakten.

Deze eerste perspectiven zijn te kenmerken als tunnelwerken, omdat ze het gebouw in de lengte op het doek zetten, vanaf een hoog standpunt. Later werden er objecten op het verdwijnpunt gemanoeuvreerd.

Leerlingen en navolgers van Vredeman de Vries waren vader en zoon Hendrik van Steenwijck (resp I en II). Van Steenwijck I (1550-1603) is geboren in Kampen. Hij schilderde kerkinterieurs in Aken, Antwerpen en Frankfurt. Van Steenwijck II (1580-1640) kwam ter aarde in Antwerpen, waar hij de kathedraal als thema koos. Hun werk wordt architecturaal genoemd omdat ze zo precies zijn met perspectieven. Vloeren, wanden, pilaren en plafond: ze zijn met spectaculaire dieptewerking op het doek gezet.

SaenredamOok Pieter Jansz Saenredam (1597-1665) lijkt een bron van inspiratie. Zijn vader had fortuin gemaakt met de VOC, dus Pieter had de tijd om zich te bekwamen als architectuur-schilder. Zijn perspectiven zijn ongeëvenaard. Het Rijksmuseum bezit een hele collectie. Saenredam had veel navolgers, dus er ontstond een nieuw genre: het kerkinterieur.

Een navolger was Emanuel de Witte (1617-1692) die wat minder met de architectuur bezig was en meer aandacht aan de sfeer gaf. In zijn kerken zijn spelende kinderen te zien en honden die een plasje doen. De Witte was een wildebras die gokte en een vechtpartij niet schuwde. Hij kwam aan zijn einde toen hij zich verhing aan een brug, waar hij verdronk toen het touw brak. Maar als schilder van het kerkinterieur werd hij beroemd. Typerend voor De Witte dat het licht overal vandaan kon komen. Goh, dat is precies wat opvalt op het geveilde schilderij.

Modernen

Meer recente navolgers plaatsen een narratief in het perspectief van die kerk. Het interieur werd achtergrond van een verhaal. Een huwelijk, een doop, een begrafenis.

Johannes Bosboom (1817-1891) wordt beschouwd als lid van de Haagse School. Daar was het kerkinterieur geen geliefd thema, maar Bosboom’s gebruik van licht, schaduw en kleur plaatst hem vol in de traditie van de school. In zijn werk zien we vaak een vader en dochter of een moeder kind in de ruimte van de kerk, om het monumentale karakter te versterken. Bosboom maakte gedetailleerde schilderijen, maar er bestaan ook schetsen nagelaten en impressionistische werken die met losse hand gemaakt zijn.

Bosboom <nog in bewerking>

Gare de l’Est

Is dat nou de Gare du Nord of de Gare de l’Est? De stations van Parijs zijn vaak te zien op schilderijen van La Belle Epoque. Populair als souvenir, want deze imposante bouwwerken zijn een fraaie achtergrond om Parijs als lichtstad in regen, mist of sneeuw op het doek te zetten.

Gare de l'EstEr moeten wat dames met paraplu bij, een enkel trammetje en liefst een bloemenkar. Dan is het tafereel compleet. Een hele serie schilders had daar van 1850 tot de Tweede Wereldoorlog een broodwinning aan, want vergelijkbare werken lijken in grote hoeveelheden gemaakt. En nagemaakt. Eerder heb ik al schilderijen van de Notre Dame vergeleken. En deze keer kwam een afbeelding van een station voorbij. Te koop bij een online veiling. En het kwam me al bekend voor.

Gare de l'Est 1910De Vlaamse verkoper houdt zich van de domme. Hij beschrijft het tafereel als ‘herfst in de stad’ en geeft verder geen info. Zoek het zelf maar uit! Eerst stellen we vast welke plek het is. Al snel moet gekozen worden tussen Gare du Nord en Gare de l’Est. De verwarring ontstaat door een hangar rechts van de voorzijde. Die bestaat wel bij het noord-station, maar bij het oost-station is deze overkapping zelden te zien. Daar staan op de meeste afbeeldingen woningen. Zou de schilder een mengeling van beide stations gefabriceerd hebben? Dan duiken er echter alsnog foto’s op uit de jaren twintig waarop een aanpalende dakconstructie te zien is.

Tijdgenoten

Gare de l'Est - Galien LaloueHet schilderij is niet gesigneerd, maar dit genre kent enkele kopstukken. Laten we eens beginnen met Eugène Galien-Laloue (1854-1941), een schilder met Italiaanse voorvaders. Daar zien we meteen een treffende gelijkenis. Galien-Laloue heeft dit tafereel vanaf dezelfde positie wel een keer of tien op het doek vastgelegd, bij verschillende weersomstandigheden. Het is evident dat deze doeken de inspiratie zijn geweest voor de navolger die eerder getoond doek heeft gemaakt. Zelfs de lamp en boom zijn vrijwel identiek. Maar de kwaliteit is veel beter. Meer detail.

 Gare de l'Est - Edouard Léon CortèsHet werk van Galien-Laloue heeft een hoge illustratieve waarde. De schilder werd destijds zelfs door de Franse spoorwegen ingehuurd om spooractiviteiten vast te leggen voor toekomsitige generaties.

Hij heeft verschillende tijdgenoten en navolgers. Een tijdgenoot is Edouard Léon Cortès (1882-1969), een Franse schilder met Spaanse ouders. Ook deze schilder heeft talloze doeken met de Gare de l’Est geproduceerd. Deze schilders wisten heel goed dat zulke schilderijen goed verkochten, zeker ook omdat ze de sfeer van een gure winteravond treffen wisten vast te leggen.

Navolgers

Grand Bazar - Jean SalabetEen navolger was Jean Salabet die in 1900 geboren was. Hij heeft de koetsen alleen als kind gezien, dus zijn werk is gebaseerd op oudere afbeeldingen. Hij schilderde het Parijs van zijn ouders. Maar Salabet is wel een zeer vaardige schilder, dus zijn werk verkoopt nog steeds goed. Ook al is de artistieke waarde beperkt. We zien hier weer dezelfde lamp en dezelfde boom. En de ingang van het warenhuis Grand Bazaar.

Gare de l'Est - Antoine BlanchardNoemen we ook de schilder Antoine Blanchard (1910-1988), een pseudoniem van de schilder Marcel Masson. Die heeft het werk van Galien-Laloue en Cortes eindeloos nageschilderd. Ook voor hem geldt dat het zeer vaardig en decoratief werk is, dat vooral in de VS goed verkoopt. De zoon van zijn Amerikaanse agent is graag bereid originelen van vervalsingen te onderscheiden, want ook  navolgers kennen namakers.

Veiling

Nou heeft het schilderij op de online veiling een eigen stijl die afwijkt van alle andere doeken. De maker lijkt alles met dezelfde kwast geschilderd te hebben. Details ontbreken. Verfijnd is het niet, maar op zich is dat eigenlijk heel knap gedaan. Ook de kleurkeuze is wat excentriek. De lucht is groen en de lampen in het warenhuis lijken in brand te staan. Noem het gerust impressionistisch, neigend naar het kolderieke. Dat viel me bij dat doek van de Notre Dame ook al op.

Kijken we vervolgens naar de lijst, dan valt het kwartje. Beide werken zijn van dezelfde maker. De achterkanten zijn identiek, het doek lijkt nieuw en de lijst is van klatergoud. Zelfs de Vlaamse handelaar die deze doeken te koop aanbiedt is dezelfde. Misschien laat hij deze schilderijen wel in China maken. Namaken uit een catalogus van Galien-Laloue.

lijst 1 lijst 1achterkant 1achterkant 2

Wat brengt zo’n schilderij nou op? Het doek met Notre Dame was goed voor €160- terwijl op het doek met Gare de l’Est uiteindelijk €310- geboden werd. Daarvoor heb je wel een handgemaakte decoratie aan de muur.

Gare de l'Est - Galien-Laloue Gare de l'Est - Galien-Laloue Gare de l'Est - Galien-LaloueGare de l'Est - Galien-Laloue

Gare de l'Est - Edouard Léon Cortès Gare de l'Est - Edouard Léon Cortès Gare de l'Est - Leon-Cortes

Les Nabis

Les Nabis (de profeten) was een groep kunstenaars die nu als voorhoede van de abstracte kunst gezien worden. De schilders van Les Nabis portretteerden elkaar vaak lezend. Opgaand in het verhaal, verdwijnend in hun omgeving. De mens als achteloos object.

Ker-Xavier Roussel en Edouard Vuillard werden vrienden op het Lycée Condorcet in Parijs, ergens in de 1870s. Met verwante kunstschilders aan de Academie Julian vormden ze enkele jaren later het collectief Les Nabis, de profeten. Kenmerkend voor deze groep is de uitbundigheid in kleuren en vlakken, en het platte perspectief.

De groep viel al snel uiteen, omdat elk zijn eigen ontwikkeling koos. Toch worden Les Nabis gezien als één van de voorhoedes van de abstracte kunst, omdat de aanzet tot abstractie al in een aantal werken te zien is. Dan zijn kleur, vlak en stofuitdrukking belangrijker dan een realistische weergave.

Stof-expressie

Opvallend aan het werk van Vuillard en Roussel is dat ze vaak stoffen met een patroon op hun doeken verwerken. Je moet het zien om het te begrijpen. Het lijkt net alsof deze schilders elkaar naar de loef steken door bonte kleding, vloerbedekking, behang, gordijnen en andere stoffen te plooien in de omgeving. Een context die zo sterk is dat het subject er bijna in verdwijnt. Er bestaan een heleboel portretten van personen die opgaan in hun omgeving, alsof ze verdwijnen in hun bezigheid. Deze stijl wordt wel intimisme genoemd.

Edouard Vuillard - Ker-Xavier ?Zo’n portret werd onlangs aangeboden op een online veiling. Kijk maar naar het jasje. Er zat een plakstrip op de achterzijde met de naam Vuillard erop, en in de verf meent de verkoper de signatuur K. Xav te zien. Die geeft een voorzetje aan de koper. Even opzoeken op Google en je herkent de namen van onze intimisten. Maar dat voor een paar tientjes? Ik vertrouw het niet.

Het schilderij is gemaakt in the spirit van Roussel en Vuillard, maar als leek mis ik de vaardige hand die je in de overige schilderijen en schetsen wel ziet. En zelfs als het een authentieke Ker-Xavier Roussel is, vind ik deze niet zo mooi als andere werken.

Blur

Ker-Xavier Les DamesWelke andere werken? Ik heb een lijst gemaakt van voorbeelden van Les Nabis, onderin dit artikel. Maar kijk ook eens naar Les Dames van Roussel met hun prachtige jassen. De bomen en het gras zijn achtergrond. Zelfs de gezichten doen er niet toe, ze verdwijnen in een kenmerkende blur. Maar toch zie je dat de gelaten er volledig zijn. Zelfs het haar is herkenbaar als dat van een oudere dame die nog wekelijks een kleurspoeling bij de kapper gaat halen.

woman feeding a child Ker-XavierOf neem de moeder die haar kind voedt. Alles heeft een desin: het behang, het kamerscherm, de stoelen, de kleedjes, de kleding. Het lijkt wel patchwork. Ook hier zijn de gelaten amper zichtbaar. Het is alsof Ker-Xavier wil laten zien dat hij in staat is alles van een patroon te voorzien en toch herkenbaar te houden. Zoals een voetballer zijn balbeheersing demonstreert.

De Lezer

Le Pere Ker-XavierDe lezer is een terugkerend thema bij Les Nabis. De deelnemende kunstenaars portretteren elkaar vaak lezend. Op Le Pere zien we de vader van Ker-Xavier lezend. Dat is nou een schilderij om van dichtbij te bewonderen, want de stof-expressie komt nu eens niet tot uitdrukking in patronen. Vader draagt een pak van wol of fluweel. Opnieuw is de gelaatsuitdrukking niet van belang. Maar de houding en de hand zijn treffend geplaatst. Er zit lichaamstaal in het schilderij.

lezer Ker-Xavier RousselDie lichaamstaal is ook herkenbaar in een ander lezersschilderij. Daar is de stof-expressie ook minder prominent, al kan Ker-Xavier het niet nalaten om de plaid over het bed een patroon te geven. Let ook op de glanzende lakschoenen. De geportretteerde lezer lijkt hier een landkaart te bestuderen. Of is het een dagblad?

Vuillard reding by Ker-Xavier

Tenslotte nog een portret waar we een lezende Edward Vuillard zien die geportretteerd is door Ker-Xavier. Hij lijkt in slaap gesukkeld boven zijn boek. En hij draagt een warme kamerjas die prachtig om hem heen plooit. Het is een demonstratie van de vaardigheid van Roussel.

Een vergelijkbare beeldkracht en vaardigheid zie ik in de online aanbieding niet terug. Dat lezend portret is van eigenaar verwisseld voor 160 euro.

 

Natason portrays Ker-Xavier Rousselportrait de Ker-XavierWoman with Child

Academie Julian

Wat maakt een naaktstudie een waardevol kunstwerk? Om te beginnen de kwaliteit van het werk zelf en de reputatie van de maker. Maar ook de schoonheid van het naakt en de decoratieve functie tellen mee. Als het dan ook nog eens in historische context te plaatsen is, wordt zo’n schilderij echt interessant.

Nude Academie JulianTussen eindeloze landschappen en stillevens trof ik onlangs op een online veiling een schilderij van een naaktmodel aan. Vaardig geschilderd, maar opvallend waren de kleurstelling die aan een vergeeld krantenbericht doen denken en de achtergrond die van het geheel bijna een grafisch kunstwerk maakt.

Het was ook een schilderij op redelijk groot formaat, dus alleen als decoratief stuk al waardevol. De expert verwachtte een prijs tussen de 300 en 400 euro.

Maar er was meer dat de aandacht trok. Het doek bleek gemaakt door de firma Dubus in Parijs. Daar kochten eind 19e eeuw veel impressionisten en post-impressionisten (zoals Van Gogh) hun benodigdheden. En als we naar de achtergrond kijken, lijkt het naaktmodel geschilderd op een plek waar meerdere schilders tegelijkertijd aan studies werkten.

Gallen in Academie JulianEven zoeken op Google levert al snel beelden op van de Academie Julian. Daar waren de muren bedekt met het werk van deelnemende kunstenaars. Dat plaatst dit werk op een belangrijke plek in een doorslaggevend tijdperk.

Deze academie heeft een eeuw bestaan, van 1868 tot 1968.

Sir Alfred Munnings

Een voorbeeld uit de academie is een schilderij van de Amerikaan Jefferson David Chalfant die Bouguereau’s Atelier als thema kiest. Bouguereau gaf les aan de Academie Julian. Hij was een naturalist, een romantisch realist (in eigen woorden) en een uitgesproken tegenstander van het impressionisme. De letters die in de geveilde naaktstudie gekrast zijn, lijken op de naam Bouguereau. Maar dan in verkeerde volgorde.

nude Alfred MunningsWe vinden ook een aantal naaktstudies van de Britse kunstschilder Alfred Munnings die op dezelfde academie lessen nam. Munnings maakte naam met paarden-portretten. Hij was aan het einde van zijn loopbaan zelfs president van The Royal Academy, waar hij zich in 1949 in een speech op BBC Radio fel keerde tegen vrijwel alle modernisten, met name Picasso en Matisse.

Zijn voormalige landhuis Castle House in Dedham (Essex) is nu een museum met honderden werken van Munnings. Betaald uit zijn eigen nalatenschap.

Atelier Courbet

In dezelfde veiling wordt een houtskoolschets van een naaktmodel aangeboden, ook een groter formaat. Op de achterzijde van het papier staat Atelier de G. Courbet, geen onbelangrijke referentie. Het lijkt met rood potlood opgeschreven, alsof de bestaande lijnen van een preeg- of een wasstempel aangedikt zijn.

Atelier G. CourbetDat is een bekend stempel, gebruikt door de schilder Gustave Courbet (1819-1877) die beroemd werd met zijn L’Atelier du Peintre als voorvechter van het realisme. Courbet had een atelier in Quartier Latin, Parijs.

In 1861 opende Courbet zijn atelier voor leerlingen, waar hij doceerde in de kunst van het weergeven van de realiteit. Maar deze opleiding werd een jaar later al gestaakt. Het is uiteraard mogelijk dat de leerlingen schetspapier gebruikten dat door de meester ter beschikking was gesteld. Maar dat is nog steeds een indrukwekkende afkomst voor een naaktschets.

De houtskoolschets kreeg een nieuwe eigenaar voor 118 euro; de olieverf bracht uiteindelijk 650 euro op. Dergelijke naaktstudies spreken uiteenlopende liefhebbers aan. Je hebt dan ook wel iets authentieks aan de muur. Of vakkundig werk van navolgers. Hoe dan ook: het verhaal achter het naakt is zeker zo interessant.

Arnold & Vincent

Arnold Hendrik Koning was niet alleen een tijdgenoot van Vincent van Gogh; hij was ook lotgenoot en zelfs huisgenoot van de geniale schilder. Als kostganger verbleef hij enkele maanden bij Vincent’s broer Theo in Parijs. Nol sliep in Vincents oude bed. Later stuurden ze brieven over en weer. Het werk van AHK leent zich om dat van Vincent te begrijpen.

Er zijn veel klassieke schilderijen van Arnold Hendrik Koning (1860-1945) in omloop. Maar er bestaan ook intuïtief gemaakte, kleurrijke impressionistische werken. Niet met de intense kleuren en pulserende nachten die Vincent in Zuid-Frankrijk beleefde, maar geraakt door het ietwat mistige licht dat in Nederland het landschap bestrijkt. Het paars van de heide, het groen van de velden, heiig blauw in de luchten. Een paard, een boer, een molen erin, bestaande uit enkele lukrake streken.

Werk van AHK is opgenomen in de collecties van verschillende musea. In het Van Gogh Museum, uit de nalatenschap van Theo. Maar ook bij Kröller-Müller, het eerste onderdak voor Van Gogh’s kunst. In het gemeentehuis van Barneveld is een permanente expositie van zijn werk.

Vergelijkingsmateriaal

Koning woonde en werkte in Ede, Barneveld, Nunspeet en Voorthuizen, dus hij past in het nabije Kröller-Müller museum. Maar hij hoort ook bij Vincent. Nol heeft vergelijkbare vaardigheid en hij gebruikte dezelfde materialen; hij had alleen niet de briljante gekke kop en woeste hand die zijn vriend wel had. Zijn ezel stond op de Veluwe, niet in Arles. Het werk van Arnold levert echter wel vergelijkingsmateriaal op. Dat illustreert het verhaal van Vincent.

AHK Paard en WagenVandaar dat ik met kwispelende staart een schilderij op een online veiling volg. Het is een AHK volgens de aanbieder. Een paard met een kar op een veld, in impressionistische stijl. Let op het licht, en de schaduwen van het paard. Maar het zijn vooral de kleuren die me trekken. Koning heeft een blauwe hemel gemaakt, met het wit van wolkenstreepjes. Niet het harde blauw van Van Gogh, maar er is toch verwantschap.

AHK BoerenerfEen half uur voor het einde van de veiling staat de prijs op zeventig euro. Elf seconden voor de afloop slaat de site op tilt. Mijn hogere bod verdwijnt in het niets.

Een gemiste kans, want bij Simonis-Buunk is een prachtig schilderij van Koning te koop dat vijftig keer zoveel moet opbrengen. Kijk naar die bloesem!

Op dezelfde online veiling wordt een paar weken later een potloodtekening van Koning geveild voor 125 euro. Dat boeit me niet. Al die boerderijtjes en heidetafereeltjes zijn gemaakt voor de buren. Het wordt spannend als Koning zijn dagen in Parijs herbeleeft, zijn korte kennismaking met de grote kunst. Dan durft hij ineens echt schilder te zijn. Dan krijgt zijn werk een woeste streek. Al zal hij nooit een Van Gogh worden.

Zaagt

Arnold Hendrik Koning is geboren op 2 april 1860 te Winschoten op het kasteeltje De Burcht te Wedde (Groningen). Na zijn gymnasiumopleiding bezocht hij de kunstacademies in Amsterdam en Den Haag. In 1887 ontmoette Arnold op zeventienjarige leeftijd tijdens een studieverblijf van zeven maanden in Parijs de broeders Van Gogh. Met Vincent heeft Arnold een uitgebreide correspondentie gehad. Die schrijft vanuit Arles naar Nederland: “Ik wou ge de kleur van hier zaagt…” Aan zijn broer vraagt Vincent tegelijkertijd of hij het bed van Nol naar Arles kan laten verschepen.

In december 1887 organiseerde Vincent in Grand Bouillon-Restaurant du Chalet een expositie met kunst uit zijn directe vriendenkring: Louis Anquetin, Émile Bernard, Henri de Toulouse-Lautrec en Arnold Hendrik Koning. Deze kunstenaars van de zogenaamde Petit Boulevard boden een alternatief voor schilders van de Grand Boulevard zoals Degas, Monet en Renoir. Ze zochten naar een vervolg op het gearriveerde impressionisme.

Van Gogh en KoningEr is een foto uit die tijd gevonden bij een estate sale in Zuid-Frankijk. Links met pet is Koning te zien, naast hem zou Vincent zitten, met baard en pijp. Helemaal rechts bevindt zich Paul Gauguin; links voor Arnold zit de schilder Émile Bernard. Experts van het Van Gogh Museum menen dat het Vincent niet is, maar de samenloop van omstandigheden (de expositie) is wel treffend.

Er was tevens sprake van een ruil tussen de twee schilders: twee tekeningen van Vincent voor één studie van Arnold. In de nalatenschap van Theo van Gogh werden diverse Konings aangetroffen, die de schilder vanaf de Veluwe naar Parijs had gestuurd in de hoop Franse kopers te interesseren. Zo is Koning in het Van Gogh Museum terecht gekomen.

Invloed

Koning is door Van Gogh persoonlijk beïnvloed. Het effect op zijn oeuvre verdient echter meer aandacht. Hij werkte onder andere in de omgeving van Amsterdam, in Overijssel en in verschillende plaatsen op de Veluwe. Zijn portfolio is veelzijdig: olieverven, aquarellen, etsen en vooral ook tekeningen. Aanvankelijk schilderde hij veel figuren, later ging hij over op de landschapskunst.

Van Gogh stierf in 1890 op 37-jarige leeftijd. Koning werd 85. Hij overleed na een val van de trap in 1945. Hij moet meegemaakt hebben dat zijn vriend Vincent steeds bekender werd, terwijl hij zelf op latere leeftijd als keuterboer op de Veluwe in zijn bestaan moest voorzien. In 1938 werd op fietsafstand het museum Kröller-Müller geopend, nadat de Van Gogh-collectie jaren in Wassenaar te zien was geweest. Hoe dat Koning beïnvloed heeft, is niet bekend.

Basiliek in Amsterdam

Er staat een kasteel te koop. Dat is de naam die de aanbieder van het schilderij op de online veiling aan het bouwwerk gaf dat overduidelijk een kerk is. Een vaag bekende kerk aan het water, begin 20e eeuw op het doek vereeuwigd, aan de boten te zien.

St_Nicolaaskerk anno 1900De eerste zoekactie op Google is meteen raak. Het is de Basiliek van de Heilige Nicolaas aan de Prins Hendrikkade in Amsterdam. Gaan we kijken wie dat imposante bouwwerk aan het begin van de 20e eeuw zoal op het doek heeft gezet, dan blijven een aantal schilders over als mogelijke makers. Of kunstenaars die namakers geïnspireerd hebben.

Nicolaaskerk door Kees van Waning

Zo heeft Kees van Waning (1861-1921) de basiliek geschilderd toen er nog geen bomen voor stonden. Deze Haagse schilder sloot zich aan bij een groepje kunstenaars dat eind 19e eeuw in de buitenlucht werkte, onder andere Breitner. Waning heeft veel riviergezichten gemaakt in de omgeving van Den Haag, Rotterdam en Amsterdam. Zijn afbeelding van de Nicolaaskerk haalde op een online veiling niet het gewenste minimumbedrag.

Nicolaaskerk door VreedenburghEr zijn ook schilderijen van Cornelis Vreedenburgh (1880-1946) waarop een vergelijkbaar zicht op Amsterdam te zien is. Deze landschapschilder reisde al naar St Tropez toen dat nog een visserplaatsje was. Vreedenburgh werd gefascineerde door water. Dit schilderij met de Nicolaaskerk uit 1936 wordt nu aangeboden door Simonis & Buunk voor een aanzienlijk bedrag.

Dan is er nog Adriaan Terhell (1863-1926) die deze basiliek vereeuwigd heeft op het linnen. Niet het niveau van Vreedenburgh. Terhell gebruikte ook de signaturen J. le Blanc en C. de Zeeuw als handelsnaam voor doorgaans gevraagde tafereeltjes. Decoratief schilderwerk voor aan de muur.

Cornelis de Bruin

Nicolaaskerk door Cornelis de BruinEen schilder die deze kerk talloze keren heeft vereeuwigd was Cornelis de Bruin (1870-1940). Op een blog dat door een familielid is gemaakt, wordt vermeld dat de kunstschilder onderscheid maakte tussen werk dat hij een hoge kwaliteit toekende (getekend met Corns de Bruin ft) en werk om de kas te spekken. Dat tekende hij met Van Wijck als het ramsj was. Hij gebruikte ook de naam Hindenberg voor Duitse kopers.

Ook werd ongetekend werk van De Bruin gekocht door handelaars als Jan Kelderman en Henk Welther die er eigen namen op plaatsten. Welther en zijn twee broers zouden hetzelfde gedaan hebben met kunst van Arnoud van Gilst, Henk Schallenberg en Jan en Aris Knikker. Deze broers gebruikten ook de namen H. Endlich of W. Markenstein als signatuur. Dit soort handelaren reden in die dagen met paard en wagen door de stad, om schilderijen op afbetaling te slijten: 1 gulden per week, een jaar lang.

Na de dood van Welther werd de praktijk van na-signeren voortgezet door vervalsers, wat het herleiden van zulke werken vrijwel ondoenlijk maakt. Die moeten gewoon op hun intrinsieke kwaliteit beoordeeld worden.

Lichtval

Nicolaaskerk van De Bruin

Tussen de verschillende Nicolaaskerken van De Bruin worden enkele werken aangetroffen met een kiosk op de voorgrond. De schilder werkte met sjablonen, en deze lijkt een aantal keer herhaald in verschillende kleuren. Het silhouet van de basiliek is steeds hetzelfde en ook omgevingselementen keren terug. Alleen details in de omgeving verschillen. En de luchten natuurlijk. De luchten zijn elke keer nieuw.

kasteel is NicolaaskerkVraag is dan ook of het schilderij in de veiling de zoveelste De Bruin is in een andere kleurstelling, of een kopie van een tijdgenoot. De luchten zijn nogal gloeiend, wat bijna cartoonesk werkt. Letten we op de schaduw, dan heeft deze versie de zon op links, terwijl de andere basiliek licht van voren krijgt. Dat suggereert dan weer dat er geen copycat bezig is geweest. Een namaker die de zon verplaatst: dat is toch echt teveel gevraagd.

Nicolaaskerk van BankierEen andere kopie werd enkele jaren geleden geveild met een signatuur van een H.E. Bankier eronder. Dit was toch meer een ingekleurde potloodtekening, erg schools. Al valt wel op dat ook hier de lichtinval weer anders is, meer van rechts. Het blijft een puzzel.

Nicolaaskerk van Cornelis de BruijnEen andere versie van De Bruijn heeft fel zonlicht van rechts. Hier heeft de maker meer ruimte gemaakt voor lucht en water. Ook op dit werk zien we gloeiende kleuren, dus wellicht dat die andere kopie opknapt van een schoonmaakbeurt.

Ik was de hoogste bieder. De Dubro staat al klaar!

Notre Dame

Is dat de Notre Dame? Van de voorkant bezien, op een besneeuwde avond. Vastgelegd op linnen aan het begin van de 20e eeuw, oude trams en heren met hoeden in beeld. Of is het een cartooneske kopie van later datum?

De aanbieder op de online veiling stelt dat de maker onbekend is. Het schilderij heeft geen signatuur. De expert (het is altijd dezelfde) kan het werk niet goed plaatsen en plakt er een waarde van een paar honderd euro op. Dat is waarschijnlijk de standaard adviesprijs voor een decoratief stuk in een mooie lijst. Kan je niet op stuk gaan.

De Notre Dame is al lang een geliefd schildersobject. Het zicht op de voorzijde is door meer schilders gekozen, ergens op de Quai de Montebello aan de Seine. Waar les bouquinistes staan, met hun boekenstalletjes langs het muurtje. De winteravond met sneeuw en lichtjes maakt het tafereel sprookjesachtig. Eind 19e eeuw met paarden en koetsjes. Een paar jaar later ook klassieke auto’s, die eigenlijk naar koetsen geboetseerd zijn.

Schilders

Notre Dame Georges_SteinHet was ook een favoriet stekje voor Georges Stein (1870-1955), schilder van de Belle Epoque. Stein vertoefde graag in grote steden. Ze maakte vergelijkbare taferelen in Londen. Liefst nam ze nog even een bloemenkraam mee. Haar werk heeft vaak een illustratieve kracht, alsof het een verhaal begeleidt. Stein heeft honderden stadsgezichten gemaakt, die nog steeds goed verkopen. In haar eigen tijd werd ze niet als meester erkend, misschien juist vanwege dat illustratieve. Volgens sommige bronnen was Georges een man.

Notre Dame Childe_HassamOok Frederick Childe Hassam (1859-1935) zat graag aan de Seine met zicht op de Notre Dame. Childe Hassam was een Amerikaan die in 1886 vanuit Boston naar Parijs reisde om zich daar als schilder verder te bekwamen in de omgeving van roemruchte impressionisten en de Barbizon-traditie. Hij had twee jaar eerder ook al enkele maanden in Holland doorgebracht, om de oude meesters te bekijken. Zijn achternaam suggereert een oosterse afkomst, maar het was simpelweg een spelfout in het burgerlijk register toen zijn grootvader Horsham in de VS arriveerde. Childe hanteerde het als een geuzennaam en tekende een halve maan in zijn signatuur. Hassam was gefascineerd door regen, mist en sneeuw.

We mogen bovendien Luigi Loir (1845-1916) niet vergeten. Die groeide op in het buitenland, als zoon in een diplomatengezin. Op zijn twintigste keerde hij terug naar Parijs, waar de modernisering van de stad een belangrijke bron van inspiratie werd. Behalve als kunstschilder was Loir ook actief als illustrator en reclametekenaar. Hij heeft veel stadsgezichten gemaakt, waarbij de werking van het licht in regen of sneeuw een belangrijke extra dimensie toevoegde. Maar dit zich op de Notre Dame is van hem niet bekend.

Notre Dame Edouard_Cortes

De Franse schilder met Spaanse ouders Edouard Léon Cortès (1882-1969) verdient zeker ook genoemd te worden als schilder van de Notre Dame. Al op zijn 17e werd Cortes erkend als een talent, maar de echte waardering ontstond pas in 1945 na een tentoonstelling in Amerika. Werk van deze schilder duikt nog steeds op in kringloopwinkels en nu ook online veilingen. Cortes maakte veel decoratieve stadstaferelen van Parijs.

Copycats

Notre Dame Jean_SalabetJean Salabet (1900-?) is van later datum. Deze Franse kunstschilder beeldt koetsen en klassieke auto’s af die hij alleen in zijn kindertijd heeft zien rijden. Een navolger dus. Maar een vaardige navolger. Hij tekende met Salabet Paris, net zoals HEMA in het buitenland Amsterdam aan zijn naam heeft toegevoegd. Een goede Salabet hang je in huis voor een paar duizend euro.

Een andere kunstenaar die veel gekopieerd lijkt te hebben van voornoemde schilders is Antoine Blanchard (1910-1988), een pseudoniem van de schilder Marcel Masson. Deze bekwame kunstenaar gebruikte ook oude ansichtkaarten als inspiratiebron om het verleden nieuw leven in te blazen. Op zijn werk zien we het Parijs van de eeuwwisseling afgebeeld. Ook hier weer veel regen, sneeuw en mist. Het is serie-productie. Leuk als decoratie; vaardig gemaakt, maar geen kunst.

Notre Dame veilingHet schilderij op de veiling doet denken aan het werk van Antoine Blanchard. Die kopieerde immers elementen uit schilderijen van de reeds genoemde Edouard Cortes, maar ook van Eugène Galien-Laloue (1854-1941), een schilder met Italiaanse voorvaders.

Notre Dame Galien-LaloueEn verrek. We hebben het origineel gevonden: Notre Dame sous la Neige, inderdaad een werk van Galien-Laloue. Meteen valt op hoe ontzettend veel beter de eerste echte versie is. Meer detail, meer verfijning, meer beleving. De kopie wordt ineens een plat aftreksel. De beunhaas heeft het tafereel bovendien versimpeld. De kopie toont geen officier. Er lopen andere mensen op de stoep. De kathedraal is minder goed afgebeeld. Op de online veiling bracht het 160 euro op. Toch niet veel geld voor zo’n wanddecoratie.

Nou was Galien-Lalou (tevens actief als Lievin, Galiany, Lenoir en Dupuy) zelf ook niet vies van enig kopieerwerk. Hij heeft zijn eigen Notre Dames talloze keren opnieuw gemaakt, met dezelfde trammetjes maar in verschillende seizoenen. We zetten ze even op een rijtje. Kan zijn dat er een enkele vervalsing tussen zit. Daarna volgt een rijtje van Cortes, een stuk of tien vanuit ongeveer dezelfde hoek.

Notre Dame Laloue Notre Dame Galien-Laloue

En dan de serie van Cortes vanuit een iets andere hoek. Allemaal even indrukwekkend.

Notre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard CortesNotre Dame by Edouard Cortes

Tamboeren

Het oog wordt meteen getrokken door het sterke beeld van een trommelaar mijn zijn hangende drum en een uniform dat kreukelig meeplooit. Weer zo’n schilderij op een online veiling dat nader onderzoek verdient.

de tamboerDe expert van de veiling vindt deze tamboer een paar honderd euro waard. De lijst om het schilderij kan genegeerd worden, maar het paneel suggereert toch enige leeftijd. De afbeelding is gemaakt met rake, wilde streken van penseel en paletmes. Het schilderij is zeker decoratief, maar is het niet een kopie van een veel sterker origineel?

Le Tambour Isaac IsrealsDe ervaring leert dat zo’n werk op een online veiling meestal lukrake namaak is van een beter schilderij. En inderdaad, een beetje zoeken levert een treffer op bij kunsthandel Ivo Bouwman, nu in particulier bezit: Le Tambour van Isaac Israels. Gemaakt in 1882 toen de schilder 17 was. Als studie voor het latere werk Transport de Kolonialen. Ook olieverf op een paneel. Zelfs de maten komen ruwweg overeen. Alleen voor de schaduw had de namaker geen geduld. De trom ontbeert glans. Vergelijk ook eens de stand van de voeten. Desondanks geen onverdienstelijke kopie.

Heeft de expert van de veiling dit niet gezien? De verkoper Artpoint Amsterdam* doet alsof hij van niks weet. “Heeft de kwaliteit van een schilder als Isaac Israels.” Als die dacht dat het een echte Israels zou kunnen zijn, werd het niet voor 1 euro startprijs aangeboden. Het schilderij vond een nieuwe eigenaar voor 180 euro.

Kröller Müller

Het meesterwerk Transport de Kolonialen van wonderkind Isaac hangt in het Kröller Müller museum, een enorme lap van 3 bij 1,60 meter groot. De tamboer op dat werk is veel gedetailleerder. Dat schilderij is onderdeel van een serie, want ook in Museum Rotterdam hangt een afbeelding van de vertrekkende KNIL-soldaten, onder begeleiding van de marechaussee.

Israels zou pas later een impressionistische stijl ontwikkeld hebben, maar deze studie suggereert dat hij ook als zeventienjarige al een trefzekere kwast had. Of waren het toch meerdere studies?

[naschrift] * Een dag nadat dit bericht online geplaatst is, meldt Artpoint op Facebook dat er overeenkomsten zijn. Wat een gehaaide handelaar is dat. Het trucje om te suggereren dat er een bekende kunstenaar bij betrokken is, wordt vaker gebruikt om de prijs op te drijven. Ik ga er speciaal op letten nu.

Delpy’s Klaprozen

Klaprozen hebben voor Britten een belangrijke betekenis. Het zijn de bloemen die bloeien op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog. Wanneer die oorlog herdacht wordt, draagt het hele verenigd koninkrijk poppies als teken van rouw en herinnering. Plastic klaprozen.

Die slagvelden van de Eerste Wereldoorlog liggen in Vlaanderen. De Franse schilder Henry-Jacques Delpy (1877-1957) heeft enkele fraaie stillevens gemaakt van klaprozen in een gouden vaas. Een aantal daarvan is in Engeland terecht gekomen, omdat de Britten er een hoge symbolische waarde aan toekennen.

Delpy is vooral bekend van zijn landschappen in stijl van de Barbizon school, een voorloper van het impressionisme. Veel werk en plein air, in de buitenlucht. In de landschappen van Delpy is al een impressionistische kijk zichtbaar in de bomen, de luchten en het water. Een mooi landschap van Delpy is een paar duizend euro waard.

Klaprozen

Dat werd in het jaar 2000 ook betaald voor een stilleven met klaprozen dat geveild werd bij Christies in Londen. Nadien zijn er meer vergelijkbare stukken aangeboden op de kunstmarkt. Een tweede op een onbekende veiling in 2013. De derde uit Frankrijk online voor een paar honderd euro; een vierde uit Engeland online nu voor enkele tientjes. Deze laatste wordt snel doorverkocht, want het schilderij is enkele weken eerder geveild via eBay voor vijftig pond. De eerste drie schilderijen zijn relatief groot; de vierde meet 14×18 cm. Een liefhebber betaalde deze keer 149 euro.

Het tafereel zelf vertoont veel overeenkomsten. De bloemen, hun schikking, het groen, de goudkleurige vaas, de tafel. In het eerste twee schilderijen ligt een klaproos op tafel. Dat hebben de andere twee niet. De vaas verschilt sterk op elk schilderij. Ook het groen ziet er telkens anders uit. De schilderijen lijken niet van dezelfde hand. Maar welke zijn dan namaak? En wat denken de namakers te bereiken? Zijn die paar honderd euro opbrengst nou echt die moeite waard? In Luxemburg zit een copycat die meent van wel.

Of zijn ze alle vier echt? Varianten op één thema. Een studie en drie werken voor de verkoop? Ze hebben allemaal een zekere charme.

En toen kwam ik de vijfde variant tegen op een veiling in Cannes, verkocht in 2013. Nou vind ik ze ineens allemaal nepperig

Delpy Pavots 1poppies 2Delpy Pavots 2Delpy Pavots 3coquelicots 5

bodegon

In de Spaanse schilderkunst ontstond mid-zeventiende eeuw een stijl van stillevens die als bodegon omschreven wordt. Het betreft doorgaans keukentaferelen met fruit, vis, groenten en bloemen tegen een duistere achtergrond. Deze Spaanse variant was geïnspireerd door kunst uit de lage landen waar ook donkere stillevens oftewel inanimati gemaakt werden. De Vlaamse en Nederlandse schilders etaleerden hun vaardigheid in stofuitdrukking: glas, aardewerk, linnen, druiven. De Spaanse schilders maakten graag keukenstukken met onbewerkte ingrediënten.

Een bekende bodegon-schilder was Luis Egidio Mendelez, een meester in de weergave van verschillende texturen en lichtval. Deze Luis werd in 1716 geboren in een Spaanse soldatenfamilie in Napels (Italië). De vader van Luis werd aangesteld aan het Spaanse hof als schilder van miniaturen die werden uitgedeeld als relatiegeschenk aan diplomaten. Luis ontwikkelde zich tot een specialist in stillevens. Tussen 1759 en 1772 maakte hij ruim veertig bodegons voor de collectie van de prins van Asturias, die later koning Charles de 14e van Spanje werd.

Op een online veiling trof ik een Spaanse bodegon aan die in de 19e eeuw gemaakt zou zijn door een desconocido, een onbekende schilder. Mijn bod was het hoogste, nog geen honderd euro. Misschien zat ik weer te bieden op een vaardig stuk namaak, maar ik blijf zulk werk waardevoller vinden dan posters van IKEA. Soms is de lijst alleen al zo’n bedrag waard. De verkoper had een hogere limiet ingesteld, dus het werk blijft vooralsnog in Spanje. Mijn gemiste bodegon is de eerste in de serie; vergelijk ‘m eens met het werk van Mendelez.

Naschrift: een paar maanden later is het schilderij opnieuw in de aanbieding. Deze keer bereikten bieders wel een prijs boven de limiet. Het werk ging voor 250 euro naar een nieuwe eigenaar.

bodegonbodegonbodegonbodegonbodegonbodegonbodegonbodegonbodegonbodegon