UA-118292059-1

D2C

Op Klompen

Klompen worden geassocieerd met boeren, maar ook vissers, bouwvakkers en metaalbewerkers dragen vanouds vaak houten schoeisel. Aan het begin van de twintigste eeuw versleet de gemiddelde Nederlander anderhalf stel per jaar. Na de Tweede Wereldoorlog maakten 1600 ambachtelijke klompenmakers nog jaarlijks zes miljoen paar. In 1970 was dat volume gehalveerd en het aantal makers met meer dan 90% gedaald. Nu zijn er nog een paar ambachtelijke makers en een enkele fabriek over.

Een bekende ambachtelijke producent is de firma Koop in De Lutte (Twente). Die maakt 8000 paar per jaar en verkoopt vooral aan toeristen. In Noord-Brabant vinden we Holl Klompen en even verderop de klompenfabrieken van Kaathoven, van Traa en van Den Dekker. In Zeeland zit Zaas, in Friesland vinden we Scherjon’s. Ook Dijkman Klompen Atelier in (Overijssel) mag genoemd worden, alleen al vanwege zijn klompen op hakken.

Daarnaast zijn de gebroeders Nijhof met hun werkplaats in het dorp Enter een bekende ambachtelijke producent. Zij verkopen jaarlijks een slordige 5000 paar, de helft via winkels en de andere helft direct. Hier zijn nog steeds klompen van wilgenhout te vinden en zelfs snoetklompen. Bij Nijhof staan machines die lang geleden door Philips gemaakt zijn!

klompen Viktor & RolfDe Nederlandse mode-ontwerpers Viktor & Rolf lieten voor hun collectie 2007-2008 klompen met hoge hakken beschilderen. De klompen die gedragen zijn door modellen op de catwalk zijn inmiddels terecht gekomen in verschillende musea. Ook andere ontwerpers en kunstenaars hebben unieke variaties met de klomp gemaakt.

Besteladressen

Wat kost een paar ambachtelijke klompen? Online besteld bij de makers en met bezorgkosten is een paar klompen al te vinden voor  €20-/€30-. Kinderklompen zijn iets goedkoper. Wie een boel klompen bestelt als relatiegeschenk krijgt uiteraard korting.

Er zijn er ook nog klompenmakerijen met een liefdadig doel. De stoomhoutzagerij in Wilp wordt met subsidie en lokale vrijwilligers overeind gehouden, inclusief een klompenmakerij waar mensen werken met afstand tot de arbeidsmarkt.

Made in China?

Aan de andere kant van het spectrum zien we Nijhuis in Beltrum, een fabriek die jaarlijks circa 150.000 paar draagklompen produceert met zelf ontwikkelde machines. Nijhuis is goed voor zo’n 90% van de wereldwijde productie. Deze producent gebruikt hout van populieren. Na het uitzagen gaan de klompen een week de drogerij in, om het vochtgehalte in het hout te verlagen. Vervolgens worden ze fijngeschuurd en gedecoreerd, want veel van deze klompen zijn voor decoratief gebruik. In 1998 verkocht Nijhuis nog 660.000 paar draagklompen. Daarna kreeg ook de marktleider met een daling te maken. Tegenwoordig maken loopklompen ongeveer een kwart van de klompenafzet uit.

houten vliegtuigVeel klassieke klompenmakers gebruiken hun houtvaardigheid om ook andere producten te maken. Houten tulpen doen het ook goed bij toeristen. Traa verkoopt klompenmakersbier. Nijhuis maakt zelfs houten speelgoed. Het bedrijf heeft een tweede productievestiging in China (of het werk wordt daar uitbesteed). Het is volgens eigenaar Nijhuis goedkoper om houtproducten voor afwerking heen-en-weer naar China te verschepen, dan ze hier in Nederland door scholieren te laten decoreren. Het opgeteld volume (inclusief souvenirs) is een slordige 2,5 miljoen stuks.

Wie perse wil koopt klompen bij Hornbach voor minder dan een tientje. Dan draai je de resterende industrie wel de nek om.

 

 

Joe’s Geheimtipp

In de speciale kersteditie van Volkskrant Magazine pakt truienleverancier Joe Merino uit met een paginagrote advertentie. Man in trui (de doelgroep) en wat vage plaatjes over weefpatronen en sterrenhemels. Alles onder de kopregel: The Interesting Colour. In hoofdletters nog wel. Het woord interesting is op zich een interessante keuze. Deze kwalificatie betekent immers meestal het omgekeerde. Het enthousiasme druipt er bepaald niet van af. Wanneer er eigenlijk weinig positiefs te vertellen valt, is interesting altijd een veilige vluchtstrook. Parkeer ‘m daar maar even…

De uitstraling van de Joe Merino-reclame is die van een online D2C-startup, vergelijkbaar met de diverse underpants-aanbieders, gespecialiseerde shorts-shops en subscription sokverkopers die de afgelopen jaren opgedoken zijn. Dat klopt, want het bedrijf is in 2011 opgezet als web-first onderneming door twee old boys van Nyenrode en opereert vanuit Amsterdam. Marc Sijstra heeft een marketing-achtergrond (Effectory) en Ron Beckers (Bellissima) liet al voetsporen na in de textiel. Alle tussenhandel is gepasseerd, dus de inkoop kan gedoseerd worden om te voorkomen dat grote voorraden in het aanvoerkanaal tot uitverkoop dwingen. Het kostenvoordeel dat zo ontstaat wordt benut om betere kwaliteit te bieden. Bijkomend voordeel: basics als truien zijn minder modegevoelig, dus het risico op onverwachte overschotten is beperkt.

Vorig jaar verkocht Joe Merino een slordige zestigduizend truien in één jaar: drie-vijfde via de webshop en twee-vijfde via eigen winkels in Amsterdam, Antwerpen en Düsseldorf. Een puur D2C model dus. Het merk werft via social media, maar een advertentie in de zaterdagbijlage van een grote krant scoort altijd extreem goed. De doelgroep wil met een no-nonsense aanbod benaderd worden. Opdringerige verkooppraatjes en andere poeha werken averechts.

Geen poeha

Of Joe Merino daar in slaagt met The Interesting Colour valt te betwijfelen. Waarom een Engelse kop boven een Nederlandse advertentie? Dat verraadt al meteen een gebrek aan zelfvertrouwen. In de broodtekst zanikt de tekstschrijver door over de bijzonderheid van deze kleurencombinatie: fascinerend, bijna magisch… Wake-up ti-ta-tovenaar! Je mikt op volwassen klanten. Zou bijna denken dat het door een vrouw geschreven is. Leg dan liever uit dat waarom een spikkeltapijt praktischer is. En hoe jullie door de sterrenhemel geïnspireerd worden. Dan snappen we meteen waarom de melkweg in de advertentie is afgebeeld.

Joe Merino heeft tot overmaat van ergernis dat interesting nog verder uitgewerkt als sleepboot voor een hele lijn truien in sterrenhemelontwerp. Noem het voor mijn part Night Skies, die collectie. En betrek een aantal kunstenaars en ambachtslieden (terazzowerker, kok) bij je campagne en laat elk een kleurenpallet samenstellen. Maar ga niet creatief knutselen met beeld en tekst. Wie is bijvoorbeeld de je die in de tekst drie keer terugkeert? En sinds wanneer kun je een kleur aantrekken? Merino morst met onze taal.

Er is nog iets vreemds aan de hand met de tekst. Ergens halverwege is sprake van Joe’s Geheimtipp. Is dat Duits? Is dat humor? Dan is het Duitse humor. Wie zet er nou Geheimtipp in een advertentie die mikt op nuchtere Nederlandse mannen? Zou de tekst gemaakt zijn door degene die ook de Duitse teksten web-optimalisiert? God bewaar ons.

Toegift

Joe Merino staat bekend om het enorme aanbod aan kleuren. Als je dan een kleur interesting noemt moet dat wel een hele bijzondere kleur zijn. En dat klopt. Het is een fascinerende kleur met vele schakeringen, van grijs tot mauve tot blauw. Bijna magisch, want afhankelijk van wie ‘m aantrekt verandert de kleur van accent. Het is ook zo’n kleur die je zelf niet meteen zou kiezen, maar verrassend goed staat. Joe’s Geheimtipp. Niet voor niets staat interesting steevast in onze Top 5 van meest verkochte kleuren. Verkrijgbaar in maar liefst 17 modellen. Zoek er een uit voor jezelf of geef ‘m als interessant cadeau.

 

Werklaarzen

Dit had een stukje over Hevea moeten worden. Dit oude rubbermerk leeft nog voort als een dorpje aan de Rijn en als fabriek in Raalte, maar banden en laarzen van dit mark zijn alleen vintage nog te vinden. De oude fabriek in Salland is echter wel de thuisbasis geworden van de wereldmarktleider in werklaarzen: Dunlop Protective Footwear. Dat merk is ooit gekocht uit de boedel van de Schotse bandenfabrikant, maar Dunlop is toch ietwat mondainer dan Hevea of Vredestein.

De huidige marktpositie van Dunlop is het gevolg van enkele strategische keuzes in de jaren zeventig en tachtig, toen de laarzenproductie nog een activiteit was van het bandenbedrijf Vredestein. De laarzenmakers investeerden in innovatie, door een kunststof te ontwikkelen die licht draagbaar, sterk en goed bestand tegen vocht en koude. Toen ze hun grondstof hadden, kochten ze de internationale labels en marktposities in het buitenland die nodig waren om een wereldspeler te worden. Na een management-buyout met hulp van Gilde in 2004 heeft Dunlop die visie nu gerealiseerd. Voor de komende jaren staat het opbouwen van een digitale direct-sales organisatie voorop.

Van Hevea naar Vredestein

Hevea sandalenToch maar even bij Hevea beginnen. In de slechte jaren van de rubberfabriek werd de afkorting vertaald als Hevige Ellende Voor Elke Arbeider. De werknemers woonden toen in verwaarloosde huisjes met rieten dak, ergens in de bossen onderaan de heuvelruggen van Oosterbeek bij Arnhem. De fabrikant had deze cottages laten bouwen met uitzicht op de Rijn, die als aan- en afvoerkanaal van ruwe materialen en eindproducten diende. Op zich een mooie plek voor Heveadorp, maar de fabriek maakte lawaai en de werkgever was veeleisend.

De eerste Hevea-fabriek stond in Hoogezand, waar in 1908 de productie van fietsbanden begon. In 1915 verhuisde productie naar de nieuwe lokatie aan de Rijn, waar meer ruimte was voor uitbreiding. Na de oorlog nam de vraag naar rubberproducten zo snel toe dat Hevea de productie van laarzen naar een nieuwe fabriek in Raalte verplaatste. Die laarzenfabriek ging vervolgens ook schoenen en sandalen maken, maar die verbreding was geen groot succes.

Tot in de jaren zestig was Heveadorp de plek waar banden gemaakt werden. Toen volgde een overname door Vredestein, met als gevolg dat de bandenproductie naar Enschede verhuisde. Vredestein werd op zijn beurt begin jaren zeventig door het Amerikaanse bedrijf BF Goodrich overgenomen, maar enkele jaren later kwamen de aandelen in bezit van de Nederlandse staat en de Stichting tot Behoud van Vredestein. In 2009 werd het bedrijf gekocht door Apollo Tyres uit India. Sindsdien is de naam Apollo Vredestein. Inmiddels wordt de productie overgeheveld naar Hongarije en zit het hoofdkantoor in Amsterdam.

Werklaarzen

Als dochterbedrijf van Vredestein begon de rubber laarzenfabriek van Hevea in de jaren negentig met de overname van andere laarzenmerken. Zo kocht de onderneming Planeta Plasticos in Portugal, en later een licentie om de naam Dunlop te gebruiken uit de boedel van het failliete Schotse bedrijf. Een licentie voor boots. Begin 21e eeuw had het bedrijf  fabrieken in Raalte, Cork (Ierland) en Leiria (Portugal). Er vond in 2004 met hulp van Gilde Investment een management buyout plaats, waarbij de bedrijfsleiding de laarzendivisie van Vredestein overnam.

Met de boedel kwamen een aantal oude merken mee. Zulke oude labels zijn desgewenst inzetbaar voor niches, of om speciale aanbiedingen te doen aan grote retailers. Maar het bedrijf besloot zich te richten op bedrijfsmatig aangekochte laarzen met extra functionaliteit. Begin 2007 verkocht Hevea daarom de afdelingen die consumentenlaarzen maakte aan het Noorse familiebedrijf Bertel O. Steen. Hevea richt zich sindsdien helemaal op werklaarzen, met Dunlop als A-merk. Het bedrijf presenteert zich nu als Dunlop Protective Footwear, hoewel het formeel nog steeds Hevea heet. In 2016 is het merk ONGUARD in de Verenigde Staten overgenomen van de Bata Shoe Company, zodat nu ook Noord-Amerika een thuismarkt is. Op de dozen waar de laarzen in verpakt worden staat ‘Made in USA’. In het segment werklaarzen is Dunlop nu wereldmarktleider.

Ingrediënt Brands

Aan de basis van dit succes ligt Purofort, een kunststof die begin jaren tachtig bij Hevea is uitgevonden. Dit materiaal geeft het bedrijf een strategische voorsprong op concurrenten, want het is sterk, licht en isolerend. Later is daar nog een andere van PVC afgeleide kunststof aan toegevoegd die goed tegen chemicaliën beschermt: Acifort. Beide materialen zijn uitgebreid gepatenteerd en vormen het geheime ingrediënt van diverse Dunlop laarzen. In de VS maakt ONGUARD ook reclame met materialen waarvan de laarzen gemaakt zijn, maar voorspelbaar is dat er één wereldwijde aanpak doorgevoerd wordt waarin één label centraal staat.

Dunlop DesignDie labeling is wel ironisch. Op de buitenkant van deze kunststof werklaarzen zitten labels met een lange historie, maar het echte merk zijn de ingredient brands waarmee de producent zich onderscheidt van concurrenten. De oude labels verwijzen naar een roemrucht verleden, maar de ingredient brands hebben toekomstkracht. Daarmee kan het bedrijf verschillende industrieën een aangepaste propositie bieden die rekening houdt met werkomstandigheden. Standing Firm! Bij die positionering past ook direct sales, eventueel via dedicated partners. Er is al een webwinkel, maar account management ligt meer voor de hand. Denk aan Tupperware met zijn party-selling, maar dan op industriële schaal.

En Hevea dan? Het lijkt erop dat deze naam aan de vestiging van het bedrijf in Raalte voorbehouden blijft. Het bedrijf heeft meer nostalgiemerken in de portfolio. De Portugese laarzenfabriek was vroeger een bekende leverancier van plastic huishoudartikelen en speelgoedauto’s onder het label Plasticos Edmar. De kans dat die oude merken ooit weer een rol te spelen krijgen, is klein.

Lifestyle?

Lord WellingtonKomen er straks beschermende jassen, helmen en overalls van Dunlop? De nadruk ligt nu nog op internationale expansie, positie innemen in diverse verticals (farming, petrol, food industry, construction etc) en de ontwikkeling van direct digital channels. Expansie in verwante domeinen als beschermende werkkleding, handschoenen en helmen is denkbaar als zich een goede kans voordoet. Maar dat zal niet de eerste prioriteit hebben. Is dan de sprong naar een lifestyle positionering denkbaar? Niet als dat betekent dat Dunlop posh stores in dure winkelstraten moet openen. Je wordt dan een speelbal van op- en neergaande mode-waves. Het merk biedt nu wel al productlijnen aan die zijn toegespitst op boeren en jagers (country life), maar een hoge prioriteit heeft dat niet.

Een strategie die mikt op een plek als mode-merk leidt tot hoge pieken en diepe dalen, terwijl leiderschap als functionele laars een mooie geleidelijke groeikans biedt. Kijk maar naar de historie van de grote rubberlaars-merken. Het model van deze laars is bedacht door Arthur Wellesley, de eerste Duke of Wellington die zijn schoenmaker instructie gaf om een strakke laars zonder voering te maken. Dat waren toen nog leren laarzen: wellies.

De eerste rubber uitvoering werd gemaakt door een Hiram Hutchinson die de vulcaniseer-techniek kocht van Goodyear en in 1853 het bedrijf A l’Aigle begon in Frankrijk, nu Aigle genaamd. In Engeland werd Hunter een grote naam; in Scandinavië was Nokia enkele decennia een bekend merk in werklaarzen. Aigle en Hunter zetten sterk in op het lifestyle traject, met complete kledinglijnen en accessoires. Hunter scoort enorm als festivallaars! Dan is de keuze van Dunlop voor een workstyle strategie toch te verkiezen.

Stones Stores

Rolling Stones Number Nine: zo heet de nieuwe Stones Store aan Carnaby Street in West End, London.

RS No 9“Why open a shop during a pandemic?” Mick Jagger herhaalt de vraag van een reporter. “I guess it is eternal optimism.” De winkel hangt vol kleding met het kenmerkende beeldmerk van The Stones, de knalrooie mond. Maar ook logo’s van albums en tours uit het verleden, de zogenaamde Carnaby Classic lijn. Er zijn sleutelhangers te koop en zelfs kristallen glazen. Een mooie selectie van alle merchandise die een band als de Rolling Stones kan laten maken.

De winkel heeft ook een website, waar te zien is welke mode en accessoires er te koop zijn in de store. Geen webshop. Daarvoor moeten fans naar The Rolling Stones Shop online, gerund door platenmaatschappij Universal Music Direct Limited. De webshop verwijst in de header wel door naar de winkel aan Carnaby Street.

Uit eerdere promo’s kan afgeleid worden dat de Stones store gerund wordt in samenwerking met Bravado, de merchandise-divisie van Universal Music. Bravado geldt als een innovator, omdat er licenties gedeeld worden met zeer uiteenlopende bedrijven. Zo koppelt de firma artiesten aan bijvoorbeeld H&M en werden er Ladurée macarons verkocht tijdens de laatste Rolling Stones tour in 2019.

Tijdens die tour opende The Stones ook een pop-up afdeling in het warenhuis Bergdorf-Goodman in Manhattan, New York. Curator van deze winkel was Sarah Andelman, mede-oprichter van Colette in Parijs. Andelman wil graag onzichtbaar blijven als aanstichter van gelegenheidsprojecten.

Barbour

Barbour is een Britse producent van waxed cotton coats, oftewel waterbestendige jassen. Het bedrijf is opgericht door John Barbour in 1894, die zijn producten verkocht aan vissers en andere zeelieden. Boeren, herders en jagers stelden de regenkleding echter ook op prijs. Deze jassen zijn dan ook onlosmakelijk verbonden met de typische Britse country style, net zoals de laarzen van Wellington. Beide merken zijn bijna een soortnaam in het Verenigd Koninkrijk.

Barbour & Sons meldde over 2019 een omzet van £225 miljoen, met een winst van £39 miljoen. Het bedrijf is nog steeds in bezit van de familie, alleen staan nu vrouwelijke nazaten aan het roer. De ontwikkeling kent ups & downs, zeker nadat de van oorsprong functioneel gerichte onderneming een lifestyle brand werd en truien en tassen begon te verkopen. Dan ontstaan er enorme pieken als je aanbod opgepikt wordt door de trendsetters, en diepe dalen als die naar hun nieuwe voorkeur overstappen.

[in bewerking]

Aquaristiek

Zo’n 67.000 huishoudens in Nederland bezitten een aquarium. Daar zitten fanatieke liefhebbers bij, die van hun zeezicht een levend kunstwerk maken. Een bekende leverancier van vis, koraal en ander aquariuminterieur is De Jong Marinelife.

De grootste vis die bij De Jong Marinelife te bestellen is, is een zandhaai van anderhalve meter. Daarvan heeft de groothandel vier exemplaren op voorraad in zijn pakhuis in Spijk bij Gorinchem. Dat distributiecentrum voelt aan als een subtropisch zwembad, want de visopslag is een enorme betegelde ruimte vol stralend blauwe aquaria. Daar zijn overwegend kleine kleurrijke visjes in opgeslagen, maar in aparte ruimtes staan de grotere tanks met vissen van formaat.

Marinelife fishtanksHet is een bijzondere handel voor een aparte niche-markt. Voor een gewone goudvissenkom kan de consument nog wel terecht bij een dierenwinkel in de buurt, maar een serieus aquarium of een echte showtank vergt tijd en geld. En gespecialiseerde leveranciers. De Jong Marinelife koopt wereldwijd in en levert uit aan klanten in alle uithoeken van de globe. Inclusief dierentuinen en Sea Life Aquaria.

Koraal

Daar in Spijk zou een enorme flagshipstore kunnen staan van Marinelife, maar De Jong wil liever niet teveel pottenkijkers in zijn pakhuis. Dat heeft met hygiëne te maken. Zijn voorraadkapitaal zwemt in beheerste condities rond; daar wil de leverancier geen besmettingen van buitenaf bij. Maar goede klanten mogen wel op afspraak langskomen om hun nieuwe aankoop zelf uit te zoeken. Anders biedt de webshop een alternatief.

Behalve tropische vissen verkoopt De Jong Marinelife ook veel koraal en andere vormen van rifleven. Daarnaast levert het bedrijf zelf gemengd zeezout, zeerotsjes en aquariumtechniek.

Daigou

Er bestaan online platforms voor mensen die aan autodelen doen, die gereedschap uitlenen of partnerruil spannend vinden. We kennen AirBnB en Uber als giganten in de deel-economie, maar het Chinese fenomeen Daigou gaat nog een stap verder. Daarbij worden Chinese gemeenschappen in het buitenland ingeschakeld om producten in te kopen voor opdrachtgevers thuis in China.

Het woord daigou betekent letterlijk ‘kopen voor een ander’. Bestelbusjes vol Chinezen storten zich in Australië en Europa op de melkpoeder voor zuigelingen of andere producten die geliefd zijn back home in China.

Daigou by Chinese NavyIn Australië schat men dat meer dan 50.000 Chinese immigranten inkopen voor hun moederland. Volgens de BBC zijn er wereldwijd meer dan een miljoen daigou-inkopers actief, maar die rekent waarschijnlijk ook shoppende toeristen mee. De praktijk is illegaal als de douane omzeild wordt, maar ook de Chinese marine doet eraan mee – zo bleek deze zomer tijdens een tussenstop in Sydney Harbour. Dat zijn de professionele omzeilers.

Belastingheffing

Het verschijnsel zou ontstaan zijn in 2005, nadat de Chinese overheid de belasting op importproducten verhoogde. In 2008 barstte het melkpoederschandaal los – er bleek kunststof toegevoegd te zijn aan Chinese zuigelingenvoeding. Gevolg was dat Chinese ouders bereid waren extra te betalen voor melkpoeder uit ‘veilige’ landen. In 2011 kreeg dit person-to-person systeem een impuls door de lancering van Weibo en WeChat, social networks die grensoverschrijdende  1:1 communicatie vergemakkelijken. Daigou-traders openen onder andere winkeltjes op Weidian, de shop-extensie van WeChat.

Daigou sourcingSinds begin 2019 zijn een aantal productgroepen vrijgesteld van belasting, als die ingekocht worden bij elektronische platforms door middel van van enkelvoudige transacties. Elke Chinees mag jaarlijks voor ruwweg max 3800 dollar in het buitenland bestellen, meldt de website Asia Assist.

Bovendien moeten Daigou-handelaren zich nu registreren en belasting betalen. De douane controleert sinds begin 2019 strenger, want de fysieke invoer wordt doorgaans door reizigers verzorgd. De Chinese overheid probeert de particuliere parallelhandel zo in te perken, want het scheelt miljoenen aan belastinginkomsten.

D2C

Daigou beperkt zich niet alleen tot melkpoeder. Ook luxe-producten, elektronica en bijvoorbeeld wijnen zijn doelwit van daigou-traders, stelt blogger dumbshanghai (so kind to alowe me using her dragon illustration) vast. Een paar jaar geleden werd geschat dat 40% van alle luxegoederen-aankopen in China de daigou-route volgden. Adviesbureau Bain & Co meende dat deze stroom in 2016 een waarde van zes miljard dollar vertegenwoordigde.

Door handelaren wordt het verschijnsel al omschreven als D2C: Daigou-to-Consumer. Dat is een variant op Direct-to-Consumer. Merkleveranciers leren nu langzaam dat deze variant van D2C een goedkope vorm van marktonderzoek oplevert. Er is zelf een zogenaamde daigou-hunter, een online dienst om na te gaan of een specifiek merk te koop wordt aangeboden op Chinese marktplaatsen. En met een webplatform zoals Daigousales (initiatief in Australië) en diensten zoals Luxury Daigou in Londen wordt het fenomeen op inkoopmarkten versterkt.

Knoppers in ChinaWafels

Een voorbeeld van een merkleverancier die op de daigou-train sprong, is de Duitse zoetwarenproducent Storck. Die leverde wafelrepen van het merk Knoppers aan Aldi in Australie, waar opgemerkt werd dat deze producten massaal ingekocht werden door Chinese daigou-traders. Storck levert zijn product nu direct aan Chinese groothandels. Ook Weet-Bix zag de schappen in Australië leeggeroofd nadat het product was verschenen in een Chinese soap-serie.

Misschien een suggestie voor onze peperkoek!

 

Alphatauri

De makers van energydrink Red Bull hebben een fashion label opgezet dat indirect verwijst naar hun stier: AlphaTauri. Het label staat voor stijl, doelmatig design en innovatieve textieltechniek. Maar wat heeft een energydrink aan een eigen kledingmerk?

Bij Coca-Cola zijn diverse kledinglijnen ontstaan uit de promotie van frisdrank. Voor Disney is kleding met opdruk van de grote tekenfilmkarakters een extra bron van inkomsten. Voor Pall Mall en andere sigarettenmerken was het een manier om strenge reclameregels te omzeilen. AlphaTauri lijkt te zijn ontstaan als promotionele activiteit, maar doordat de kledinginkopers van Red Bull samenwerkten met leveranciers die textielinnovaties wilden demonstreren, heeft het bedrijf deze activiteit opgeschaald.

Er zijn inmiddels twee flagship stores, eentje in Graz en eentje in Salzburg. Daar zijn jassen en parka’s te koop, alsmede bovenkleding en tassen. Een nieuw materiaal dat Red Bull onder de aandacht brengt is Taurex, ontwikkeld met Schoeller Textil in Zwitserland.

Alphatauri wordt in 2020 ook de naam van het tweede Formule 1-team van Red Bull, dat nu onder de naam Toro Rosso actief is. Red Bull is op zich een vertaling van Krating Daeng – oftewel Rode Stier in Thai, waar de orginele drank vandaan komt.

Samsung? Philips? Anker!

Media-accessories voor computers en mobieltjes zijn een markt apart. Veel gebruikers zoeken extra speakers, koptelefoons, batterijen en opladers. Een succesvolle nieuwkomer is Anker, een Chinese leverancier opgezet door een oud-ontwikkelaar van Google.

In 2011 zei Steven Yang zijn baan als software developer bij Google op om in China een startup in accessories te beginnen. Kabeltjes, opladers en steeds meer media-extensies. Yang begon met batterijen voor laptops, maar geleidelijk groeide de vraag naar accessories voor smartphones. Die gaan een dag mee op één lading, dus extra battery-packs komen van pas. Maar ook nieuwe earphones en bluetooth speakers zijn gevraagd.

Yang verhuisde van Californië naar Shenzen om in de buurt van zijn toeleveranciers te zitten. Zijn aanpak verschilde niet wezenlijk van traders die inkopen via Alibaba, maar door dicht bij het vuur te zitten kon Yang de kwaliteit beter bewaken en met leveranciers samenwerken aan verbetering. Sinds 2013 voegt Anker zijn eigen PowerIQ toe aan chargers, een beetje intelligentie op een ingebouwde chip. Bovendien doet Anker aan design, van zowel de producten zelf als hun verpakkingen. Die geschikt zijn voor verzending, maar ook voor gebruik in retail.

Marktleider op Amazon

Sleutel voor het succes is Anker aanwezigheid op Amazon.com. Anker stuurt zwaar op reviews en betrekt suggesties van klanten zelfs in de ontwikkeling van nieuwe producten. Door hoogwaardige artikelen te leveren voor betaalbare prijzen is Anker marktleider op deze marktplaats in de VS, Duitsland en de UK. Dankzij Amazon kon Anker in no-time uitgroeien tot een wereldmerk. De producten liggen ook bij gevestigde retailers als Expert en MediaMarkt, dus verkoop via Amazon heeft de distributie niet afgeremd.

Anker SpaceViewMet Anker als basis zijn later enkele afgeleide merken toegevoegd. Anker ROAV wordt gebruikt voor oplaadapparatuur in de auto en inmiddels ook dashcams. Anker Soundcoure is het label voor audio-accessories. Eufi wordt gebruikt voor smart homeware. Projectoren worden geleverd onder het label Nebula. En dan zijn er nog wat labels voor smartphone-cases.

Koud geperst, koel gedronken

Er is een nieuwe superpremium-level ontstaan in de sapjesmarkt. In Engeland wordt de vers-van’t-land vraag onder andere bediend door Innocent; in Nederland komt Natur naar voren. Sap op basis van fruit, groenten en kruiden.

De Nederlandse pers kijkt vooral naar de rol van Nina Storms (voorheen Nina Brink en Aka en daarvoor Vleeschdrager) in het bedrijf. Nina is bestuurder bij Natur en haar dochter Karen Brink heeft aandelen. Maar Natur bestaat vooral dankzij de AMC Group, een Spaans familiebedrijf dat wereldwijd actief is met de hele waardeketen van land naar klant.

Antonio Municz Company is in 1952 opgezet als leverancier van sappen onder het label Ready. In 2000 werd in Spanje door het bedrijf een enorme sinaasappelpersfabriek ingericht. De verschillende persfabrieken zijn nu actief onder de naam Fruit Tech Natural. Daaruit kwam AMC Juices voort. In 2013 is er een sapvestiging opgezet in Vlissingen, de fruithaven van West-Europa. Daar in Zeeland wordt jaarlijks 120 miljoen liter sap geproduceerd. Hier komen ook heel wat smoothies vandaan die in Europese supermarkten staan.

ZüOp de thuismarkt Spanje heeft AMC Juices het premium label La Zümeria ontwikkeld dat producten onder het merk Zü op de markt brengt. Met dat merk expandeert het bedrijf internationaal, met name ook naar het Midden-Oosten en het Verre Oosten.

Value Chain Expansion

De familie Municz beseft bovendien dat greep op de waardeketen belangrijk is en investeert in boomgaarden en fruitplantages, opgeteld inmiddels meer dan drieduizend hectare samengebracht onder het label AM Fresh. Dat stelt AMC in staat om de claim waar te maken: direct van het land naar de klant. Oftewel: from farm to fresh.

De expansie in landbouw is achterwaardse integratie. Het familiebedrijf doet ook aan voorwaardse integratie door te investeren in boutique brands: kleine merken die zich lokaal opwerpen als kampioenen van de koude persing.

Maar we zien AMC inmiddels ook opduiken in de markt van plantaardige yoghurts en soepen. In Engeland heeft AM in het voorjaar van 2019 een productiefaciliteit geopend voor startups in Londen. Een van die Britse startups is Rebel Kitchen dat zuivelvrije YOG-producten laat maken door AMC. Voor Bolfoods maakt AMC zogenaamde supersoepen.

Beauty Elixer

Beauty&GoEen ander experiment is opgezet samen met Carrefour die sapbars in zijn grote supermarkten heeft opgenomen waar het label El Frutero voor gebruikt wordt. Ook noemenswaardig is de pilot met het cosmetica-merk Natura Bissé die in zijn winkels sapjes verkoopt onder het label Beauty & Go. Deze collectie is nadien opgepikt door de warenhuizen van Selfridges en is nu te koop bij Boots, Ocado en El Corte Inglés.

Verder in de portfolio van AMC vinden we delicious juice shots onder het label Cool&Press dat in Londen ontwikkeld is. Of dat zijn weg naar de markt reeds gevonden heeft, is de vraag. Maar AMC heeft meer panklare merkconcepten in huis voor ondernemers die lokaal iets met premium sapjes willen doen.

De betrokkenheid van AMC wordt soms bewust niet genoemd, om het ambachtelijk karakter van zulke sapbars te versterken. Dat zien we ook in de presentatie van Natur in een programma van de Keuringsdienst van Waarde. Geen grote multinational te zien.