UA-118292059-1

Teksttuig

Da-Da Taal

DA is een franchiseformule voor drogisten. Franchisegever is de Nederlandse Drogisterij Service, onderdeel van Holland Pharma. Die franchisegever maakt ook reclame voor de winkelketen. Dat zien we in nieuwe commercials de meebetaald worden door merkleveranciers zoals A. Vogel, Valdispert en Weleda. Op zich niet ongebruikelijk: grote supermarkten kloppen ook aan bij merkleveranciers voor een bijdrage aan het marketingbudget.

Maar let eens op het taalgebruik.

Soms wil je even lekker veel indruk maken.
Maar zij wil nu vooral even helemaal niemand zien.
En zij? Juist de hele wereld.
DA is er voor iedereen die geniet van deze geluksmomentjes.
En daarom zijn we bij DA zo’n fan van Janzen.
Een mooie lijn geuren en cremes van pure ingrediënten, die je een goed gevoel geven.
En rust.
DA. Voel je goed.

Daar heeft dus iemand bij JUMP! Retail (reclamebureau in Amsterdam) lang over nagedacht. Dat hoop ik althans, want het klinkt alsof de account manager snel wat zinnen heeft doorgegeven aan de filmer die een paar scenes (slices of life) aan elkaar aan het plakken was. Soms wil je even lekker veel. En soms wil je even helemaal niks. Wat een raar gebrabbel. Wat doen we met geluksmomenten? Ervan genieten misschien? Het is allemaal nietszeggende prietpraat. Wat doen ze bij Janzen in hun potjes? Ik zou zeggen pure ingrediënten. De minder pure bestanddelen waren blijkbaar uitverkocht. Niet zomaar ingrediënten overigens, maar stoffen die een een goed gevoel geven. Zodat we naar de payoff van DA kunnen doorschakelen.

Ik word er niet goed van…

Er zijn verschillende spotjes gemaakt voor deze campagne, kijk je op de Youtube pagina van JUMP!

Vroom Vroom Volvo

Een idee wordt door reclamemakers vaak ‘concept’ genoemd. Zo’n concept ontstaat doorgaans uit overleg tussen tekstschrijvers en art directors, hoewel ook fotografen, regisseurs en andere creatieven een rol kunnen spelen. Als er awards worden uitgedeeld, zie je ook echter account managers en zogenaamde strategen opduiken tussen de credits. De echte ideeënmakers verdwijnen dan bescheiden naar de achtergrond.

De nieuwe Volvo commercial in de campagne The Future is Electric is gemaakt door het productiebedrijf New Land met vestigingen in Stockholm, Kopenhagen, Londen en min-of-meer ook Amsterdam. Het idee is dat een grootvader dankzij zijn kleindochter beseft hoe de wereld langzaam elektriseert. De oudere man (gespeeld door de Zweedse acteur Rolf Lassgård) beseft dat de romantiek van het autorijden voor eeuwig veranderd is. Zijn kleindochter kijkt hem onbegrijpend aan als hij het geluid van een doorschakelende auto nadoet. Ze wordt opgehaald in de nieuwste Volvo EV. Opa heeft wel zonnepanelen op z’n dak, dat wel.

Hoe sterk het idee uitgewerkt is, blijkt wel uit het vrijwel ontbreken van woorden. Je ziet de creatieven gewoon tot de conclusie komen hoe via vroom-vroom het verhaal verteld kan worden. De slogan is redelijk droog, maar het verhaal dat naar die conclusie leidt is prachtig uitgewerkt. Met enige weemoed zelfs. Maar ook met het herkenbaar sentiment dat onze kinderen de toekomst onbevangen betreden. Ik ben meteen gaan kijken naar ander werk van New Land en trof een parel aan voor Siker Trafik, oftewel Veilig Verkeer Denemarken. Kijk zelf!

Taalstrijd in Brussel

De keizer gaat niet over grammatica: een oude latijns wijsheid die ook dient om aan te geven dat geen wereldse macht de vrijheid van expressie kan onderdrukken. Er staat altijd iemand aan de kant die roept dat de heerser geen kleren aan heeft. Deze keer zijn het veganisten die zich verzetten tegen zuivelcensuur.

Afgelopen najaar heeft het Europees Parlement gestemd tegen een verbod op het gebruik van vleestermen voor producten waar geen vlees in zit. Het mag dus wel. Sojaburger mag, wortel hotdog mag; de uitdrukkingen ham, salami, schnitzel en steak zijn niet aan de slagers voorbehouden.

Waarom staat dat überhaupt ter discussie? Er bestond toch al een woord zoals vruchtvlees, dat bewijst dat vlees niet perse van dieren afkomstig hoeft te zijn? Toch is de vleesverwerkende industrie erin geslaagd dit onderwerp op de agenda te krijgen, met als verklaring dat het gebruik van vleesuitdrukkingen verwarrend is voor de consument. Dan zie je bijna de mallemolen van advocaten en andere schriftgeleerden draaien (de Brusselse lobbies zijn samen net zo’n industrie als de belastingontwijkers aan de Amsterdamse Zuidas) om de stemmachine van het Europese Parlement voor dat karretje te spannen.

De toegang ontzeggen tot gewone taal is een barriere die de vleesvervangende industrie dwingt om nieuwe woorden te bedenken, wat wel eens tot jaren achterstand kan leiden. Het idee om een verbod te vragen, komt voort uit de commerciële strategie van de slachtsector. Niet je eigen verkoop bevorderen, maar je concurrent vertragen. Op zich best knap. Je herkent ook het juridische argument ‘verwarring’ dat vaak in incidentele rechtszaken over merken en handelsnamen een rol speelt. Ik zou de onderzoeken wel eens willen zien, die bewijzen dat iemand in de war raakt van vegaburgers.

Misschien is de reclame van Mora wel een bewijs. Je proeft geen verschil! Zo’n veganistische bitterbal is net zo lekker…

Kokosmelk & Aardbeienyoghurt

Eén voorstel heeft het wel gehaald in het Europees Parlement. Het gebruik van zuiveltermen wordt ingeperkt. Amandement 171 moet nog nader uitgewerkt worden, want traditionele uitdrukkingen mogen dan weer wel. Kokosmelk en pindakaas hoeven niet opnieuw gelabeld te worden, maar amandelmelk en sojayoghurt zijn verboten. Ook een omschrijving als romig zou alleen gebruikt mogen worden door de echte zuivelindustrie. Daar komt de vegan-lobby nu tegen in het geweer met een oproep aan de EC om het amandement te verwerpen en zuivelcensuur tegen te gaan.

Er zit wel een eigenaardig aspect in deze strijd. De zuivellobby is tegen amandelmelk (zonder koeienmelk) maar pleit wel weer voor vanillevla (zonder vanille). De industrie stelt zelfs dat de consument weet dat een product met aardbeiensmaak op de verpakking geen echte aardbeien bevat. Andersom zien we groepen zoals Foodwatch strijden tegen aarbeienyoghurt zonder aardbeien en voor havermelk zonder koeienmelk.

Een woord als analoogkaas voor palmoliekaas zou verhullend zijn, maar vegaburger is vervolgens weer okay. Dat levert een juridische knoop op, omdat verwarring bij de consument en eenduidige etikettering niet altijd tot dezelfde conclusie leiden. Het woordgebruik op verpakkingen is nog wel objectief te analyseren, maar verwarring blijft een subjectief fenomeen. Dat zijn nou typisch van die onderwerpen die wetgevers dan maar aan de rechtspraak overlaten. Mag de rechter er kaas van maken.

 

Mensen staan altijd klaar

Als je beseft hoeveel mensen meekijken voordat een nieuwe commercial op televisie verschijnt, dan vraag je je af waarom niemand een vraagteken durft te plaatsen bij een gebruikte tekst als die wanstaltig is. Is het een klunzige vertaling uit het Koreaans? Heeft iemand zo’n gedrocht van clichés zelf bedacht? Was het de directeur en is er voor tegenspraak geen plek?

Hyundai lanceert een campagne om een smart bonus aan te kondigen die kopers van het model i20 ontvangen. Je mag het ook gewoon ‘korting’ noemen. Wat valt er verder te vertellen over deze auto? Er zit veel intelligentie en interactiviteit in, vandaar die ‘i’ voor de 20. Je kan deze auto met je stem bedienen. Je kan ‘m koppelen via je smartphone. De Hyundai i20 is door ingebouwde sensors omgevingsbewust. Allemaal features, maar in commercials willen reclamemakers waarschijnlijk vooral emoties overdragen. En dan werkt de combinatie van clichés met abstracte lichtbeelden of landschappen soms beter. Maar dit gedrocht?

Mensen staan altijd klaar om alles uit ieder moment te halen. Maar er zijn situaties die je simpelweg niet kan overzien. Op dat moment staan wij voor je klaar…

Wat zegt Hyundai nou eigenlijk? Wij staan voor je klaar… Wordt de auto bestuurd door kabouters? Ik kan me niet voorstellen dat de service-afdeling van Hyundai klaar staat als berijders in een onoverzichtelijke situatie belanden. De reclametekst is (met andere woorden) wartaal. Wat is daar mis gegaan? Dit is mijn theorie. De andere commercials zijn allemaal bedacht en voorbereid door het vaste reclamebureau. Er kwam echter plotseling een kortingsactie en toen moest iemand snel een tekst onder bestaande beelden schrijven. Dus deze tekst is uitbesteed aan een stagiair, een junior of de tekstschrijver van het bureau dat nieuwsbrieven maakt. Iemand die in blinde paniek gemeenplaatsen aan elkaar is gaan plakken.

Maar misschien is er wel iemand met Google Translate aan de gang gegaan om een Koreaanse tekst te vertalen. Of is het toch algemeen beleid bij Hyundai? We komen namelijk meer van die clichéteksten tegen. Voor de ‘volledig nieuwe’ Tucson Hybrid bijvoorbeeld.

Het buitengewone ligt binnen handbereik. Want niets is onmogelijk, als je gewoontes doorbreekt. 

 

Geluk zit in elk detail

Ooit mocht ik lunchkaartjes voor Transavia maken. De drukkerij waar onze reclamestudio aan verbonden was, had een opdracht gekregen voor suikerzakjes en andere onboard prullaria. Blijkbaar was ook voorgesteld om daar een klein menukaartje toe te voegen. Ik moest die last-minute van tekst voorzien. Alleen was het menu nog niet bekend.

Destijds werden er nog lichte maaltijden geserveerd aan boord bij Transavia. Wat zet je op zo’n kaartje? Iets over smaak op grote hoogte boven Europa? Ik koos er voor om een paar gemeenplaatsen aan elkaar te knopen. Een stuk of vijf nietszeggende zinnetjes die een positief gevoel moesten opwekken. Een soort maaltijdmantra. Mits lekker lopend heeft zo’n mantra een hypnotiserend effect. Met als gevolg dat mensen hun bordjes leegeten. Eentje voor opa, eentje voor oma. Maar als het niet goed gedaan is, krommen je tenen ervan.

Een paar maanden later las ik in de Volkskrant dat Wim de Bie ook wel eens met Transavia vloog. In zijn column gaf hij commentaar op mijn lunchclichés. De teneur ben ik vergeten, maar hij had het door. Ik meen dat hij een opmerking had over de overbodigheid van nietszeggende taal. Ik was het hartgrondig met hem eens.

Baderie

Als ik nu dan naar commercials van De Baderie kijk, hoor ik hetzelfde. De beelden zijn hypnotiserend: een vrouw gaat te water omringd door blauwe bloemblaadjes. Maar de teksten zijn tenenkrommend. Plak een paar nietszeggende clichés aan elkaar en je hebt weer een commercial verkocht aan zo’n opdrachtgever die alles wel best vind, als-ie maar een veer in zijn reet voelt. Aandacht. Ook voor de teksten waar hij niet aan dacht. Kopen mensen meer badkamer als ze zulke prietpraat te horen krijgen? Valt er nou helemaal niets zinnigs te vertellen over tegels en kranen? Of iets intelligenters te doen met zulke muzaktaal?

Geluk zit vaak in kleine dingen. Aandacht. Ook voor de mogelijkheden waar jij niet aan dacht. Kleine dingen die van een badkamer jouw ideale badkamer maken. Baderie. Het geluk zit in elk detail.

De thans lopende campagne is overigens een herhaling van spotjes die ook in 2018 al gebruikt zijn. Ze zijn destijds gemaakt door Crossmarks. Daar was zelfs iemand verantwoordelijk voor de concept copy! Dat betekent met andere woorden dat een senior creatief het idee bedacht heeft en dat de uitvoering uitbesteed is. Nog meer aandacht waar we niet aan gedacht hadden. Maar ze leggen zelf uit waarom al deze gemeenplaatsen ook voor Baderie gelden.

’Het geluk zit vaak in kleine dingen’. Een uitdrukking die zeker van toepassing is op het laten ontwerpen en plaatsen van een nieuwe badkamer. Want je wordt pas echt gelukkig van het resultaat als alles tot in detail klopt en precies is zoals jij het voor ogen had. Van de aandacht waarmee je door je adviseur geholpen wordt tot en met de afwerking van het kleinste kitrandje.

Tik ‘m aan

Op school hadden we vroeger apekooien tijdens de laatste gymles voor elke vakantie. De zaal werd volgezet met klimapparaten en in die constellatie ontstond een wilde tikpartij.

Die gymzaal duikt sindsdien steeds weer op in onze culturele omgeving. In 1986 deden dertig studenten van drie TH’s een poging om het aantal dominostenen dat met één zetje om te duwen was in het Guinness Book of Records te verhogen naar 1,25 miljoen. Ze kwamen op driekwart miljoen, maar dat was voldoende. Deze recordpoging was opgenomen voor het tv-programma De Eerste De Beste van de TROS. Bij een volgende uitzending in 1988 vielen er bijna 1,4 miljoen dominostenen om. Het programma werd gepresenteerd door Tom Blom, bij trouwe luisteraars bekend als Klaas Vaak.

Dat initiatief leidde vervolgens tot het programma-format Domino D-Day bij Endemol, want John de Mol had toen al een goede neus voor kijkcijferstunts. De opnames werden wereldwijd verkocht, maar al snel maakten de Duitsers bezwaar tegen de uitdrukking D-Day. Die schijnen dat niet als bevrijding te zien. Het werd daarom Domina Day. Dat event werd tot 2009 jaarlijks uitgezonden; de stand was toen 4,49 miljoen dominostenen om. Er is sprake van dat ze er binnenkort weer mee beginnen.

Panem et Circenses

In 2020 waaide vervolgens vanuit Engeland het programma Lego Masters over. Geef het volk brood en spelen, naar oude Romeinse traditie. Panem et Circenses. De Britten waren in 2017 begonnen met het bouwprogramma, gesponsord door een bekende Deense speelgoedfabrikant. Lego Masters is een format van het zelfstandige bedrijf Tuesday’s Child, maar wordt voor RTL Nederland gemaakt door Endemol Shine.

John de Mol reageerde met Marble Mania, een gymzaal vol knikkers. Je ziet aan de naam al dat hij het opneemt tegen de goden. Het idee is overgenomen van Jelle’s Marble Run, de hobby van Jelle Bakker en zijn broer Dion die knikkerraces opzetten voor hun eigen Youtubekanaal. De Bakkers hebben tegenwoordig ook een fanshop, met merchandise van populaire knikkers. Ze doneren geld aan autistische doelen, maar zoeken begin 2021 toch ook een sponsor om hun races te kunnen voortzetten. Het contract dat Talpa hen aanbod, zouden ze volgens John de Mol niet geaccepteerd hebben.

In al dit speelgoedgeweld kan de publieke omroep natuurlijk niet achterblijven. BNNVara brengt daarom nu zijn kijkcijferkanonnen in stelling om Tik ‘m Aan te lanceren, een soort eetkamer-parcours om de lockdown te overleven. Deelnemers moeten een kettingreactie veroorzaken op de eettafel. Ik denk dan spontaan aan een Mentos in een fles Coca-Cola in een hete frituurpan in een bejaardenflat op het eiland Marken, maar dat is waarschijnlijk niet toegestaan. Een voorbeeld is Lemonade Machine, drie jaar geleden gemaakt door Sprice Machines in San Diego. Daar zien we dominostenen en knikkers samen komen in de ultieme Brood & Spelen. De Lemonade Machine trok bijna twintig miljoen kijkers.

Dat soort cijfers spreekt bij BNNVara aan, dus mogen Emma Wortelboer en Frank Evenblij nu apekooien in de keuken. Het programma is afhankelijk van huisnijverheid en ingestuurde video’s, dus Evenblij en Wortelboer komen niet bij de kijkers thuis. Ik voorspel veel teleurgestelde kinderen, want hun knutselwerken worden waarschijnlijk afgekeurd voor televisie. Ik verwacht wat ongewenste sluikreclame. En ik voorzien dat Youtube de lachende derde wordt, want tegen de inventiviteit van authentieke Jelles kan geen programmamaker op.

Büffel Billies

Het vlees is afkomstig van buffelstieren die vrij rondlopen langs de Amalfikust in Italië of in de rivierdelta van de Rio Parana in Argentinië. Deze stiertjes zijn overbodig, want het zijn de broers van de koeien die melk geven waar Mozzarella van gemaakt wordt. Zachtaardige runderen, zo worden ze op de website van Büffel Bill beschreven. Zoetsappig in de weide, smeltend op de tong.

buffelvleesIn Nederland zeggen we Buffalo Bill, maar we gunnen de Duitsers hun eigen nasynchronisatie. De webslager is een Duitse startup, sinds 2016 gevestigd bij de Bodemzee. De webshop van Büffel Bill werft nu ook in Nederland, en de vertaling is zo te zien robo-copy. Straks praten we allemaal Germanikaans. En eten we Bradwoorst, Roulade en Biltong. Vooral de omzetting van Bratwurst is in niemandsland blijven steken. Zou dat expres zo gedaan zijn? Er lijkt een langzame herwaardering van het Duits op gang te zijn gekomen. In Nederland hadden we af-en-toe een opleving. Destijds met Nina Hagen en Nena met d’r Luftballonnen al. Later met Rammstein die het Duits zo lekker over de betonbahn laat rollen. Of Haus am See.

Is Büffel Bill de über van biefstuk?

Cocoa of Cacao?

Regen en sneeuw: het is weer tijd voor hete chocolademelk. Geen instant spul, maar opgeklopte hete melk gegoten op een authentiek prutje van suiker met cacao. Maar waar is de cacao?

Bij de hard-discounters doen ze niet meer aan cacao. Daar staat alleen rip-off korreltjeswonder. Dan maar bij de Jumbo langs. Daar hebben ze geen cacao, maar wel cocoa. Moeten we ook nog eens de taalbarriere overwinnen. De cocoa van Jumbo zit in een doosje van Krüger. Dat ziet er uit als een groot Duits bedrijf dat net zoiets doet als Dr Oetker. Bak-ingrediënten verpakken. Zoeken we op. Krüger blijkt in 1971 begonnen te zijn met granulated tea. Lees ik dat goed? Theekorreltjeswonder dus.

In 1988 doen de Krügermannen een aankoop: Instant Products of America. Dat woord is vast eens door een copywriter bedacht. In Nederland kwamen ze met oploskoffie, ook een goeie vondst. Maar instant betekent ‘meteen’ of ‘direct’. In het moment. Ik weet nog dat mijn moeder overstapte van handgemaakte vanillepudding naar de oplostoetjes van Saroma. Een wereld van verschil. Het einde van het vellentijdperk. Die smerige melkstolsels die een barriere vormden tussen de koude buitenwereld en de warme hap die naar binnen vloeide.

Fuchs & Hoffmann

Terug naar Krüger. Deze multinational in granulated liquids heeft in zijn vijftigjarige geschiedenis blijkbaar ook nog eens een handelaar en verwerker van cacaobonen overgenomen: Fuchs & Hoffmann Kakaoprodukte. Ook in Duitsland zetten ze offenbar de A voor de O. Dat is echter een industriële toeleverancier. Voor consumenten wordt de oude naam Krüger gebruikt. Ze doen hun Kakao in een doosje, maar ze hebben ook busjes. Voor een instantproduct vrees ik. Te koop in de eigen webshop, dat weer wel. Die noemen ze dan genotwereld. Je kan daar zelfs een emmer kopen met vier liter noten-nougat smeersel. Sint heeft lang moeten denken, welk genot hij moeder eens zou schenken…

cacaococoaBij de Jumbo is kakao toch cocoa geworden. Zo’n doosje van Krüger is niet eens goedkoop. Ik zie dat ook Hoogvliet, Coöp, Deen en Dirk dezelfde cocoa verkopen. Soms wel twee kwartjes per 250 gram minder duur. Ik ben toch echt een AH-mens, nou zie ik die voorkeur weer bevestigd. Ze gooien er met hun pet naar bij de Jumbo. Geen aandacht voor detail. Want bij AH zijn ze gewoon nog te koop, de oude vertrouwde cacaco-merken. Droste, Blooker, geen Van Houten! Ik mag kiezen. Ze hebben bovendien Australian in de aanbieding. Puntje op de i!

Droste is tegenwoordig een Nederlandse BV gevestigd in Vaassen, op het oude adres van Venz. De hagelslag van dat merk komt al een tijdje uit Baarn, waar de muisjesfabriek van De Ruijter staat. Het gevolg van een stoelendans bij de vaderlandse belegmakers. Droste is sinds 1997 een dochterbedrijf van de Hosta Group, een cacao- en chocolade-producent. Ook al uit Duitsland. Die laat pastilles en chocoladeletters in Vaassen maken. Blooker is een label van Dutch Cocoa, een Amsterdamse werkmaatschappij van het Spaanse ECOM Agrindustrial.

Maar hoe zit het nou met die ao versus oa? Dat blijkt een tamelijk fundamenteel verschil. Bij de productie van cocoa worden hogere temperaturen gebruikt dan bij cacao. De laatste variant wordt daarom als voedzamer en natuurlijker gezien. Soms is het niet meer dan een taalverschil. Op vroege cacao-verpakkingen in de VS zien we overal het woord cocoa. Daarom worden beide begrippen in Nederland door elkaar gebruikt. Blooker is van Dutch Cocoa maar verkoopt cacao. Bij Droste zit er daarentegen cocoa in de doos op het schap bij AH. Maar Droste maakt wel degelijk ook cacao.

Missie Max

Jan Slagter heeft zo’n beetje in zijn eentje Omroep Max uit de klei getrokken. Behalve als grote voorman treedt hij ook op als programmamaker, presentator en zendeling die namens de omroep goede doelen aanprijst en oude mensen in verre buitenlanden aan warme soep en onderdak helpt. Dat is allemaal prijzenswaardig op zich, maar Jan maakt er wel een one-man show van.

Recent rond Kerst en Oud & Nieuw zagen we Jan in Missie Max, een programma dat samen met de Land-, Lucht- en Zeemachten wordt gemaakt om uitgezonden militairen onder de aandacht te brengen. Een ander programma dat Jan in zijn eentje presenteert is het Ouderenjournaal, afgelopen voorjaar dagelijks uitgezonden op weekdagen om ouderen te informeren over de corona-maatregels. Ook Max Maakt Mogelijk is een terugkerend programma van Slagter. En tot 2017 presenteerde Jan bovendien nog het programma Geheugentrainer.

Jan-Man-Band

Is er niet genoeg talent in Nederland om Slagter te helpen? Al in 2014 maakte Jan bekend dat hij minder zelf voor de camera wilde verschijnen als presentator, maar dat streven is blijkbaar mislukt. Max is gegroeid, dus Slagter heeft ruimte gemaakt voor nieuw en bekend talent. Er zijn oude formats uit de archieven opgevist, overgenomen van buitenlandse producenten en Max heeft nieuwe formats ontwikkeld. Maar toch kan Jan de knoop niet doorhakken als het zijn eigen stokpaardjes betreft.

Voor het Ouderenjournaal moet Jan op zoek naar een collega die als ouderenkampioen kan fungeren. Er zijn een heleboel oud-presentators en -trices die met pensioen zijn of een onzichtbaar leven leiden op de radio. Waarom zien we Mieke van der Weij niet meer op de buis? Die heeft een hart voor de mensheid en kan nog tien jaar mee op teevee. En als het ook jong talent mag zijn, is Natasja Gibbs een goeie kandidaat om aan die Jan-Man-Band een einde te helpen maken. Die kan luisteren!

Wedden trouwens dat Slagter al eens tegen Peter van der Vorst heeft gezegd: “Houd Max in gedachten als RTL zijn koers weer eens bijstelt. Bij ons is altijd plek voor jou…”

Like a Bosch

Mag reclame intelligent zijn? Bosch is een Duits elektronica-bedrijf dat ook huishoudelijke apparatuur maakt: wasmachines, stofzuigers, koffiezetters en sapcentrifuges. Doorgaans strak ontwerp in een iets hogere prijsklasse. Desirable design. Met een bijpassende reclamecampagne onder het motto Like a Bosch.

Like a BoschDie campagne verwijst op een intelligente manier naar social media. Like & share! Maar het is ook een mooie concluderende slagzin. Vrij vertaald: zoals een Bosch. Ik vind het knap. En dan ook nog eens gezongen op een manier die aan een Amerikaanse sitcom doet denken. Met ingehouden humor. Vergezeld van beelden waarin de apparaten slim en de mensen onhandig zijn. Knoeiend, prutsend, struikelend. En juist daarom niet de perfecte reclamewereld die we altijd te zien krijgen.

Wie maakt zoiets? Duitse bedrijven hebben wel vaker Duitse reclamebureaus met grensoverschrijdend zelfvertrouwen. Opel heeft jaren met Scholz & Friends uit Hamburg gewerkt, waar ze Duitse teksten in het Engels gingen vertalen. Hornbach daarentegen heeft in Heimat uit Berlijn een Duits bureau gevonden dat humoristische reclame maakt met een sterk absurdistische benadering. Zou zomaar Frans kunnen zijn. Sommige mensen ergeren zich dood, ik lach me suf.

Internet of Things

Like a BoschBij Bosch bespeur ik een Amerikaanse benadering, en dan zou ik naar Boston of New York neigen. Het werk blijkt echter afkomstig van Jung von Matt uit Hamburg. De eerste commercial werd begin 2019 gemaakt om Bosch in de Verenigde Staten te presenteren als een merk dat zich met de Internet of Things associeert. Like a Bosch knipoogt naar Like a Boss (zie ook de gelijknamige rap). Er werden bovendien versies gemaakt voor de maak-industrie (Manufacture like a Bosch), voor de verwarmingsindustrie (Heat like a Bosch) en voor automotive (Park like a Bosch). Kijk ook eens naar alle merchandise die rond dit thema gemaakt is.

Het thema is inmiddels geëvolueerd in nieuwe campagnes voor Bosch Huishoudelijk. De verwijzing naar het Internet of Things is verdwenen, maar like a Bosch bleef. Nu echter wat minder stelling. De commercials zijn relativerend. Knap werk!