UA-118292059-1

Teksttuig

Linkerklaas houdt niet van gemiddelde verkopers

Linkedin maakt elke dag een analyse van alle activiteiten op zijn site. Met de uitkomsten van die berekeningen wordt de social selling index (SSI) van iedere deelnemer bepaald. Dat is eigenlijk jouw en mijn autoriteit als sales professional, onze verkoopkracht. Die vergelijkt Linkedin met het gemiddelde van sales professionals in onze branche en met de mensen in ons netwerk.

Maak de vergelijking vooral eerst zelf. Met een score van 45 tot 60 zit je in de neutrale zone. De meeste mensen zitten lager. Maar gelukkig altijd boven de industry average. Scoort je netwerk lager, dan moet je nieuwe vrienden zoeken. Scoren je contacten beter, dan kun je misschien beter ophouden met flauwe grappen en discussies over niet-zakelijke kwesties.

Jouw score is van belang, want deelnemers met een hoge ranking krijgen meer aandacht. Dat werkt zo. Als jij een bericht plaatst, laat Linkedin dat aan een paar mensen in je netwerk zien. Reageren die positief, dan laat Linkedin hetzelfde bericht aan meer mensen zien. Heb jij een ranking onder de 45 dan is de eerste groep circa 20% kleiner. Heb je daarentegen een ranking boven de 75 dan is de eerste groep 20% groter. Je kan het de double jeopardy van Linkedin noemen. Actieve mensen met grote netwerken krijgen aanzienlijk meer aandacht dan passieve mensen met kleine netwerken.

Allemaal bovengemiddeld?

Eén ding is vreemd. De ranking is zo opgezet dat we allemaal beter scoren dan het gemiddelde in onze branche. Wie zijn al die andere verkopers die lager scoren? Jij en ik zijn het niet. Zijn dat mensen die zich wel inschrijven maar verder nooit iets doen? Het lijkt erop dat Linkedin een hekel heeft aan de gemiddelde verkoper.

Ook vreemd zijn de verschillen in waardering per branche. Je ziet duidelijk dat sectoren met veel online verkopers beter scoren dan traditionele branches met handelsreizigers. De gemiddelde rankings variëren een beetje, want in de loop van de tijd kan een gemiddelde omhoog of omlaag gaan. Ik heb een kleine steekproef uitgevoerd en als de variatie groot was is de afwijkende score (tussen haakjes) getoond.

  • 13 machinery
  • 15 import & export
  • 17 professional training & coaching
  • 20 health, wellness & fitness
  • 20 entertainment
  • 20 financial services
  • 21 internet (28)
  • 22 human resources
  • 23 e-learning
  • 25 management consulting
  • 27 marketing & advertising (20)
  • 28 PR & communications
  • 29 information technology & services
  • 32 computer software
  • 32 online media

Ik heb me prompt laten overschrijven naar online media, dat is een beroepsgroep die iets beter gewaardeerd wordt. Toch doet die hele social selling index wat kunstmatig aan. Volgens mij is het vooral een behave good index die dient om sociaal gewenst netwerk-gedrag op Linkedin te bevorderen. We bespreken zo hoe je jouw score kan verbeteren.

Establish your professional brand

Zorg ervoor dat je LinkedIn profiel compleet is en dat je vanuit je netwerk erkenning krijgt voor je vaardigheden. Voeg beeld en video toe, publiceer artikels. Met een beetje geluk geeft LinkedIn je het Allstar-stempel en wordt je gezien als ‘zeer’ deskundig. Let er op dat je ook skills toevoegt en endorsements en recommendations krijgt.

Find the right people

Ben je actief in het zoeken naar en reageren op andere deelnemers? Dat gaat beter met een premium account dan met een gratis basic account.

  • Premium Career helpt om vooruit te komen in je professionele leven.
  • Premium Essentials is net zoiets.
  • Sales Navigator helpt leads te genereren en je klantenkring op te bouwen.
  • Recruiter Lite helpt bij het vinden en aannemen van talent.
  • Premium Business biedt gedetailleerde bedrijfsinzichten en helpt u met de groei van je bedrijf.
  • LinkedIn Learning helpt je vaardigheden te verbeteren en nieuwe te ontwikkelen.

Wie actief is met bv een sales navigator account krijgt lead recommendations die steeds beter worden naarmate ze actief gebruikt worden. Linkedin volgt hoe actief je anderen uitnodigt en hoe je op uitnodigingen reageert. Dat draagt allemaal bij aan je status. Als een gek iedereen uitnodigen, werkt averechts. Accepteren ze je niet, dan daalt je status.

Engage with insights

Niet alleen relevante content draagt bij aan je ranking, maar ook dat je lid wordt van groepen en actief participeert, reageert op berichten van anderen, mensen benadert via InMails, leads opzoekt en je expert-status verhoogt met gewaardeerde content.

Build relationships

Onderhoud actieve contacten binnen je eigen netwerk, maar kijk ook hoe je dat netwerk kan uitbreiden door contacten in de tweede en derde graaf. Houdt contact met collega’s en oud-collega’s, klanten en toeleveranciers. Linkedin kijkt ook welke status je contacten hebben en hoe actief het contact is. Wens ze een mooie verjaardag.

Slijm jezelf omhoog op de SSI-ranking!

[NASCHRIFT] Ik doe een rondvraag op Linkedin om te checken of de average sales professional inderdaad een lagere score heeft dan alle actieve deelnemers.

 

 

Do you know what your score on the Social Selling Index is? And is your prestige better or worse that your industry average? Please do the test and let us know in the poll if you score lower or higher. I am sure some statisticus can explain the results.

I look forward to comments.

Middelmatige Luxe is Nep-Noblesse?

In de NRC van 4 oktober 2021 stond een groot verhaal over ‘middelmatige luxe’, volgens de auteur een gangbare omschrijving van een nieuw consumptiesegment. Ik had er nog nooit van gehoord. Volgens mij is het artikel grotendeels bijeen gesprokkeld. Nep-noblesse. Nieuwe inzichten biedt NRC namelijk niet.

Eerst checken we hoe gangbaar die nieuwe vakterm eigenlijk is in het wereldje van luxe-watchers. Google leidt naar een afstudeerscriptie uit 2015 van een student aan de Universiteit van Gent. Die heeft de term vertaald uit het Frans, want iets vergelijkbaars is eerder genoemd door Danielle Alleres die in haar boek over marketing van luxe-producten (L’Empire du Luxe 1992) een hiërarchie maakt. Op de bodem accessible luxury, aan de top inaccessible luxury en daartussen intermediate luxury.

Op zich niet zo opzienbarend, maar het model diende destijds om te verklaren waarom bijvoorbeeld ontwerpers van haute couture afdalen naar pret-a-porter. Waarom luxemerken in andere branches met aanbod komen voor middenmarkten. Die ‘massificatie’ is al veel langer gaande, maar lijkt in een versnelling te zijn gekomen in de jaren tachtig toen allerlei prestigieuze modemerken licenties begonnen te verstrekken om hun naam te gebruiken voor uiteenlopende productgroepen. Gevolgd door de lancering van meer toegankelijke diffusion lines in de jaren negentig.

Fruit-Forward

Mouton CadetVijftig jaar eerder was er echter ook al sprake van luxe voor de middenmoot. Een voorbeeld is het Franse wijnhuis Barons de Rothschild dat bekend staat om zijn topwijnen (Lafite en Mouton) uit de regio Bordeaux. Hetzelfde huis verkoopt al sinds de jaren dertig wijnen onder het label Mouton Cadet. Deze naam is destijds bedacht door baron Philippe de Rothschild, die een nieuw etiket wilde plakken op zijn wijnen van minder goede kwaliteit. Dit aanbod stelde de opkomende middenklasse in staat een fles op tafel te zetten met die prestigieuze naam op het label.

Na de oorlog werd Mouton Cadet fanatiek onder de aandacht gebracht in de Verenigde Staten, met als gevolg dat deze druivendrank één van de grootste wijnmerken ter wereld is geworden. Een waarschuwing voor wijnliefhebbers: het smaakprofiel is sinds 2004 gericht op fruit-forward.

Pierre CardinEen andere voorloper was de mode-ontwerper Pierre Cardin die vanuit de haute couture afdaalde naar pret-a-porter door in 1959 een collectie te ontwerpen voor het warenhuis Printemps. Een paar jaar later maakte Cardin zijn embleem zichtbaar op nieuwe kleding en al snel gaf hij bovendien licenties uit aan fabrieken om uit zijn naam ondermeer brillen te maken en beddengoed. Dat voorbeeld is daarna door menig ander modehuis en ontwerper gevolgd, want zo werden nieuwe bronnen van inkomsten aangeboord.

Cardin geldt inmiddels als een voorbeeld van een ontwerper die zijn goede naam letterlijk te grabbel heeft gegooid, want handdoeken, stropdassen, shirts en jeans met zijn naam erop zijn nu permanent in de aanbieding bij bouwmarkten, drogisten en supermarkten. Als fenomeen wordt Pierre Cardin nog volop gewaardeerd, maar aan het merk kleeft geen prestige meer. Dat is dan ook een risico van zo’n werdegang vanaf de top naar de middelmaat en verder door naar beneden. Het volume dat verkocht wordt neemt toe, maar de waarde neemt af.

Hiërarchie

Die neergang wordt ook zichtbaar in de hiërarchie van luxe-merken die Erwan Rambourg (ex-marketing manager bij LVMH en Richemont, nu analyst bij de bank HSBC in New York) in 2014 maakte voor zijn boek The Bling Dynasty. Rambourg observeerde dat de nieuwe rijken in landen zoals China en Rusland hun neus ophalen voor merken zoals Gucci, Louis Vuitton, Prada en Burberry. Te ver afgezakt naar de middenmoot. Naarmate er meer lager geprijsde producten bijkomen en het aantal verkooppunten toeneemt, neemt de hebbenswaardigheid af.

Bling Dynasty

Een jaar geleden publiceerde Rambourg zijn tweede boek: Future Luxe. Hij stelt dat Chinese kopers nu goed zijn voor twee-vijfde van de omzet aan luxe-producten en 70% van de groei. Die groei komt uit echte winkels, niet van webshops. De luxe-koper zoekt geen bestelgemak, die wil beleving. De welgestelde Chinese klant reist daarom graag naar het buitenland voor zijn luxe-bestedingen, maar de vraag zal zich geleidelijk verplaatsen naar luxe-hotspots in het land zelf.

Wat is luxe?

Het toenemend belang van opkomende economieën illustreert ook het afnemend belang van Europa en Noord-Amerika. We hebben hier in het tijdsbestek van twee generaties een peil bereikt waarbij de hard discounters het hele jaar door premium levensmiddelen aanbieden tegen afbraakprijzen. In Italië zijn circa veertigduizend Chinezen neergestreken die voor Aziatische tarieven de illusie van Made in Italy in leven houden.

Een vraag die gesteld moet worden is: is luxe nog wel een bepaald merk handtas of schoeisel? Of zijn zulke kleinnoden anno 2021 eigenlijk volstrekt irrelevant wanneer de echte rijken enorme jachten laten bouwen en de mooiste panden verwerven, maar in hun alledaags gedrag dezelfde dingen doen als iedereen.

Premium Mediocre

truffelolieHet onderwerp premium mediocre dat door NRC is vertaald als middelmatige luxe lijkt een terugkerend thema dat deze week wellicht even opvlamde omdat het Paris Fashion Week is. Mode-ontwerpers gooien nogal makkelijk met termen om hun keuzes te verklaren, en daar gaan de mode-watchers nog eens dunnetjes overheen.

Mogelijk had de auteur de knipsels al klaar liggen, want het begrip premium mediocre buzzt al een paar jaar rond. De uitdrukking is gelanceerd door Venkatesh Rao, een internetconsultant in LA die in 2017 tijdens een lunch met zijn vrouw bedacht dat de maaltijd op zijn bord van middelmatige kwaliteit was, met slechts een snufje luxe. Een paar druppels truffelolie waar geen truffel aan te pas is gekomen. Daar schreef hij een column over op zijn blog Ribbon Farm, met z’n eigen piramide erbij.

PM ClassRao had het dus eigenlijk niet over toegankelijke luxe maar over schijnluxe. Nep. Stardust. Hij koppelde dat aan jonge generaties. Zij die huren en niet in staat zijn om te kopen. Een Maya Millennial die vanuit de middenlanden naar New York of San Francisco is verhuisd, hopend dat een window of opportunity zich daar opent om alsnog in goede doen te geraken. Een generatie van wannahaves die authenticiteit zoekt, maar zich slechts nep kan veroorloven. Everything-as-a-Service.

Is dat werkelijk een nieuw fenomeen? Volgens mij maakte Rao eigenlijk een cynische grap die vervolgens weerklank vond bij luxe-bloggers die menen dat het een serieuze analyse is.

Deja-Vu

Eind 2017 reageerde de Frankfurter Allgemeine die een filosofische bezinning zag in het nieuwe buzz-begrip met zijn ingebakken generatieconflict. Een jaar later kijkt ook Style Zeitgeist (Business of Fashion) naar het fenomeen, maar die ziet er vooral een deja-vu van Pierre Cardin in. Verschil met de jaren zestig is dat sommige luxemerken zich nu volledig onderdompelen in de verkoop van nepluxe. BOF noemt Gucci Garden, een merkmuseum in Florence waar merchandise (the souvenir collection) te koop is met het merk Gucci erop. Een doosje kleurpotloden voor negentig dollar. Zelfs doosjes lucifers en boodschappentassen zijn er te koop!

Medio 2019 wordt Rao geïnterviewd door Amanda Mull die voor The Atlantic een artikel schrijft over Premiocre, haar eigen omschrijving van nep-design. Hoe werkt dat bij kwaliteitskranten? Misschien lagen de knipsels al een paar jaar op de moderedactie bij NRC. Paar Nederlandse voorbeelden erbij, een lokale socioloog gebeld en klaar is case.

Het interview in The Atlantic zien we namelijk terug in het artikel dat NRC deze week plaatste. Rao vertelt desgevraagd dat hij geen tijd had om NRC te woord te staan, en dus toestemming heeft gegeven zijn citaten uit The Atlantic te hergebruiken. Inderdaad, dat valt ook ook allemaal onder de paraplu van premium mediocre, maar dan middelmatige journalistiek. Stardust press.

Nep-noblesse

Al met al zijn we in 2021 weer op het punt waar baron Philippe Rothschild in de jaren twintig was. Hoe verkoop ik middelmatige wijnen? Door ze van een label te voorzien dat hen associeert met mijn luxe wijnen, maar zonder te jokken over de kwaliteit. Nep-noblesse.

[NASCHRIFT] Geenstijl had ook een neus voor nepnieuws, want daar aandacht voor een item op AT5 over de Havermelkelite. Dat woord is bedacht door de luxe-correspondent van NRC die ook het artikel over Middelmatige Luxe bij elkaar sprokkelde. Over een jaar of zeven ontdekt iemand in LA de oatmilksters in Amsterdam. Dan is de cirkel weer rond.

 

Vaccinatie of immunisatie?

Zelfs de World Health Organization draagt bij aan de spraakverwarring door te stellen dat vaccinatie en immunisatie dezelfde fenomenen zijn. Vaccinatie werkt als volgt: we krijgen een onschadelijke hoeveelheid van een virus toegediend en ons immuunsysteem bouwt een verdedigingsmechanisme op. Gevolg is dat het lichaam bij een volgende infectie voorbereid is en in staat is te voorkomen dat grote schade wordt aangericht.

Doorgaans geeft een gevaccineerde het virus vervolgens ook niet aan anderen door, en zo ontstaat op den duur groepsimmuniteit oftewel herd immunity. Dat zien we bij pokken en mazelen, dus werd verondersteld dat corona-vaccins hetzelfde effect zouden hebben. Dat blijkt bij de delta-variant echter niet het geval te zijn. Gevaccineerden hebben minder last van de infectie, maar ze kunnen nog steeds besmet worden en geven het virus ook door. Dat fenomeen wordt een doorbraak-infectie genoemd.

Sterker nog: mensen die besmet en hersteld zijn, hebben ook meer weerstand tegen het virus. Die worden niet geteld bij het be[alen van de vaccinatiegraad, maar zouden wel een factor moeten zijn in de immunisatiegraad.

Doorbraak-infecties

Als groepsimmuniteit een mythe is, zoals Sir Andrew Pollard (hoofd van de Oxford Vaccine Group) onlangs verklaarde aan het Britse partlement, is een beroep op solidariteit eigenlijk volksmennerij. Toch blijft de WHO hameren op deze kromme spijker. Two key reasons to get vaccinated are to protect ourselves and to protect those around us. 

Ook het RIVM past zijn kijk op het probleem niet aan. Dat instituut komt begin september met cijfers uit contactonderzoek in juli en dan blijkt dat het vooral jonge ongevaccineerden zijn die andere jonge ongevaccineerden besmetten. De tweede groep slachtoffers bestaat uit oudere ongevaccineerden (ouders, docenten en collega’s) die door jonge ongevaccineerden besmet worden. Het aantal ongevaccineerden die door gevaccineerden besmet wordt, is volgens het RIVM aanzienlijk lager.

Daar hoort wel een kanttekening bij. Deze cijfers reflecteren wat gevonden is in contactonderzoek, maar gevaccineerden die veel minder last hebben van deze infectie zullen minder snel geneigd zijn deel te nemen aan contactonderzoek. Bovendien zit er een systeemfout in het contactonderzoek als een veronderstelling is dat gevaccineerden het virus zelden doorgeven. Dan zien de onderzoekers dit risico immers over het hoofd.

[naschrift]

Onderzoek RIVM

Medio oktober kwam het RIVM met statistieken uit recent contactonderzoek. Daarin is sprake van percentages. Daar heb ik vervolgens een cijfervoorbeeld van gemaakt.

Dit schreef het RIVM: Uit dit onderzoek blijkt dat volledig gevaccineerde mensen die toch positief testen op coronavirus-2, het virus 63% minder vaak overdragen naar ongevaccineerde huisgenoten, dan mensen die ook positief testen, maar niet gevaccineerd zijn. <> Gevaccineerde huisgenoten hebben een lagere kans om besmet te worden. Daarnaast is de overdracht naar gevaccineerde huisgenoten ook nog 40% lager door een gevaccineerd persoon dan door een ongevaccineerd persoon, zo valt in het onderzoek te lezen. Kortom: ook bij de deltavariant helpt vaccinatie aanzienlijk tegen overdracht van het virus. 

Nu in cijfers. Twee personen wonen in een huis met 80 gevaccineerden en 20 ongevaccineerden. Ze hebben allebei corona, maar eentje is wel gevaccineerd en de ander niet. De ongevaccineerde besmet 10 ongevaccineerde huisgenoten. De gevaccineerde besmet slechts 4 ongevaccineerde huisgenoten: 63% minder. De ongevaccineerde besmet ook nog eens 5 gevaccineerde huisgenoten. De gevaccineerde besmet slechts 3 gevaccineerde huisgenoten: 40% minder. Het verschil: 15 besmet door de ongevaccineerde versus 7 door de gevaccineerde. Een verhouding van ongeveer 2 op 1.

Verander de absolute getallen, maar de verhouding blijft grofweg dezelfde; 80:20 geeft de landelijke verhouding weer tussen mensen met en zonder prik.

Hugo de Jonge leest deze cijfers op z’n eigen manier. Volledige vaccinatie beschermt je tegen besmetting en ziekte. En test je alsnog positief? Dan verklein je ook voor ongevaccineerde huisgenoten de kans om besmet te raken. Waar staat in het bericht van RIVM dat volledige vaccinatie beschermt tegen besmetting? Dat is gewoon incorrect. Vaccinatie maakt het verloop van de ziekte doorgaans minder ernstig. Dat is belangrijk genoeg.

 

Verwende Klanten? NouNou…

Eerder schreven we al over eigenaardige slordigheden op Nu.nl. Daar maken we een serie van, want bij dit nieuwsplatform van De Persgroep prutselen ze gewoon door. Nounou Nu.nl!

Deze week in het nieuws: de supermarktformules Plus en Coop gaan samen verder. Nu.nl stuurt maar liefst twee reporters op pad om een verklaring te vinden. De onderzoeksjournalisten vinden een kenner die blijkbaar vertelt dat Nederland steeds minder supermarkten krijgt door ‘verwende’ consumenten. Waarom deze kenner deskundig is, wordt niet verduidelijkt. “Klanten willen lage prijzen, veel verschillende producten, een goede service en gemak,” signaleert de expert in zijn enige citaat. Nounou, dat is wow!

Dan gaan de razende reporters bovendienen.

  • Bovendien worden spullen steeds vaker online besteld. Supermarkten moeten veel geld uitgeven om dat goed te regelen. En dat geld is er niet altijd.
  • Bovendien maken supermarkten bijna geen winst op online bestellingen. Dat terwijl het online winkelen de komende jaren alleen nog maar verder zal groeien.

Is dat nou de kenner aan het woord of zijn het de reporters die parafraseren? Daar mogen we naar raden. Een opzienbarende verklaring is het niet echt.

Steeds minder, steeds meer

Maar het duo duidt verder. Er komen nieuwe bedrijven bij! Dat lijkt een beetje in strijd met de aanvankelijke observatie: steeds minder. Ze noemen HelloFresh, Picnic en Gorillas die allemaal thuis bezorgen. In het buitenland staan bovendien de boodschappendiensten Dija, Weezy en Zapp uit Engeland, Flink uit Duitsland en Getir uit Turkije te trappelen om in Nederland actief te worden. En dan hebben we onze eigen Doorspoon en Bringly nog. Steeds meer zou een terechte conclusie zijn. Niet minder maar meer mededingers.

Voor supermarkten zijn al die nieuwkomers slecht nieuws, stelt Nu.nl waarschijnlijk op gezag van de kenner, wiens achtergrond een mysterie blijft. Samenwerken en kosten delen is dan een oplossing, concludeert Nu.nl. “Bijvoorbeeld voor een nieuw, duur computersysteem. Want dat geld verdien je makkelijker terug met honderd winkels dan met tien.” Het staat er echt. Het artikel moest blijkbaar snel af.

Wat nu?

Dit berichtje van Nu.nl bewijst dat het soms knap lastig is om een simpel en coherent verhaal te vertellen. Dan moet je eerst de feiten op een rijtje hebben en vervolgens de juiste expert zien te vinden voor een beetje plausibele verklaring. In deze kwestie is er echter geen simpele verklaring, behalve dat PLUS moeite heeft om AH en Jumbo bij te houden.

PLUS met circa 263 vestigingen is onderdeel van de Sperwer Groep. PLUS is bovendien aangesloten bij Superunie, een inkoopcombinatie van zo’n 1700 winkels die opgeteld een marktaandeel hebben van 30% in de Nederlandse boodschappenbestedingen. Iets meer dan tien winkels, zou je zeggen. De nieuwe combinatie zal over 550 vestigingen beschikken.

Een inkoopcombinatie als Superunie dient om te onderhandelen met Unilever en Douwe Egberts. Superunie geeft bovendien een blad uit dat lijkt op Allerhande en Hallo Jumbo. Superunie heeft verder huismerken zoals Melkan (zuivel), First Choice (cola), Sense (margarine en olie) en G’woon (gemeengoed).

Som der delen

AH en Jumbo tonen aan dat een centraal aangestuurde formule meer is dan de som der delen. PLUS is in vergelijking met deze grootmachten een organisatorisch breiwerkje dat onvoldoende centrale leiding heeft om bijvoorbeeld een afbakafdeling op te zetten, een delicatesse-counter of een sushi-desk. PLUS zou eens naar Morrison’s in Engeland moeten kijken, die als formule naast de grootmachten Tesco, ASDA en Sainsbury’s goed overeind blijft door speciaal te focussen op een aantal versgroepen. In wijn heeft PLUS al zo’n positie ingenomen.

Nu.nl heeft aangeklopt bij het adviesbureau Conspicuous, van ‘kenner’ Art Frickus. Die is gespecialiseerd in shopper marketing, maar die ene quote die de redactie van Nu.nl heeft laten staan is redelijk nietszeggend. De andere quotes zijn allemaal verdwenen. Het lijkt er toch sterk op dat Nu.nl eerst een verslaggever op pad heeft gestuurd, om vervolgens haar verhaal te laten versnijden door een haastige economieredacteur. Alle geamputeerde quotes zien we terug namelijk op de site van Frickus zelf, ook eigenaardig.

Waarom heeft Nu.nl niet het hele oorspronkelijke artikel online gezet? Er zal toch geen ruimtegebrek zijn op het internet? Plaats dan liever niks.

[naschrift] Het Parool heeft wel goed onderzoek gedaan en daaruit blijkt dat er gewoon teveel supermarkten zijn. Maar liefst 4100 stuks in heel Nederland. Die vechten elkaar de markt uit. Flitsbezorgers zetten extra druk op de ketel, want supermarkten menen dat ze daar ook aan mee moeten doen. Zelfs al is die dienstverlening verliesgevend.

Nederland Slagerstaat

Eind 2019 begon de overheid met de campagne Iedereen Doet Wat. Dat was een mooi inhaak-thema, bedacht door KesselsKramer in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Andere partijen konden immers inhaken. Iedereen draagt een steentje bij – Wat doe jij! Nou, vooral lobbyen om niet voorop te hoeven gaan in het verlagen van uitstoot, blijkt uit een evaluatie (pdf) van Wakker Dier.

Op aandringen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is namelijk de belangrijkste aanbeveling uit de campagne geschrapt, zo bleek deze week. De betrokken ambtenaar van EZK vond het aanvankelijk wel een goed idee om op te roepen om twee dagen per week geen vlees te eten. EZK wist bovendien dat veel consumenten minder vlees eten zien als een mogelijkheid om bij te dragen, dat blijkt uit onderzoek van de Rijksvoorlichtingsdienst RVO. Er stond zelfs een aanvullende campagne Er is meer dan vlees op de agenda.

Noten & Peulvruchten

Maar in maart 2019 maakt EZK een onverwachte wending. De verwijzingen naar vlees moeten plots verwijderd worden. Een half jaar later wordt de campagne gelanceerd met een promovideo waarin geen sprake meer is van vlees. Uit de correspondentie die Lekker Dier boven tafel heeft gehaald, blijkt LNV de grote dwarsligger. Er is ‘een duidelijke woordvoeringslijn’ bij LNZ in deze kwestie. De suggestie om minder vlees te eten is niet toegestaan. Het duurt bijna een jaar voordat in de overheidscampagne genoemd wordt dat één dag per week noten en peulvruchten eten ook een bijdrage levert.

Met een paar dagen vertraging is het nieuws van Lekker Dier inmiddels tot alle media doorgedrongen. Het wordt interessant hoe de discussie zich gaat ontwikkelen. De bühne zal wel boos zijn op op de betrokken ministeries; mogelijk op de ministers die vlees noch vis durven zijn.

De echte vraag zou moeten zijn: waarom stoppen we botsende belangen in één ministerie? Het lijkt wel onderdeel van onze staatsinrichting om de slager zijn eigen vlees te laten keuren. Waarom is klimaat een verantwoordelijkheid van EZ, waarom zijn natuur en voedselkwaliteit een Landbouw-zaak? Dan bouw je het conflict als-het-ware in. Zoals we ook gedaan hebben door toeslagen te laten betalen door ons rijksincassobureau Belastingdienst. Zoals we menig fundamentele vraag over laten aan de branches zelf, in het kader van zelfregulering.

Tijd om te gaan regeren!

Regionale Dienst Energiecalculatie

Verkopers van de energiemaatschappijen mogen niet meer aan telemarketing doen. Althans, ze mogen mensen niet langer zo maar bellen. Tenzij die daar toestemming voor gegeven hebben of reeds eerder klant waren.

Hoe omzeil je die regel? Door toestemming (opt-in) te krijgen onder het mom van een ander. Het telemarketingbedrijf Sendt uit Purmerend lost dat op door mails te sturen die de indruk wekken dat ze van een instantie afkomstig zijn. De kopregels zijn vaak nep-nieuws, zogenaamd clickbait.

Van de afzender Consument Centraal ontvang ik het mailbericht met als onderwerp: Consumenten Woedend – Energiemaatschappijen berekenen hogere tarieven door. In de mail zelf een afwisselend beeld van soms een spaarvarken en soms een belastingenvelop, plus een link naar de website Gemeenten.Landelijke-energie-service.nl.

Nep-dienst

Voortdurend wordt de indruk gewekt dat het consumenteninitiatief is of iets met de overheid te maken heeft. Op de openingspagina van de site zelf wordt ook niet verteld dat het een actie is van een telemarketingbureau. Daar staat wel de volgende misleidende tekst: In veel gemeenten kunt u tot 15 september – door de Regionale Dienst Energiecalculatie (RDE) – gratis uw energietarief laten controleren. Regionale Dienst Energiecalculatie (RDE) is een landelijk initiatief dat de energietarieven voor de consument bewaakt.

Allemaal onzin. Wederom wordt de indruk gewekt dat het om een overheidsdienst gaat. De Regionale Dienst Energiecalculatie (RDE) is echter slechts de naam van een service.

Klik door en er wordt een driestapsberekening uitgevoerd die tot de conclusie leidt dat er tot wel € 485- te besparen is. De RDE beweert deze rekensom te maken in samenwerking met BesparenKan, ook al zo’n nep-naam. De berekening is gebaseerd op het aantal mensen in het huishouden, het type woning en de gemeente. Het is een nep-sommetje, een verzinsel,

Op de laatste pagina, waar de bezoeker zijn adresgegevens mag invullen, is in kleine lettertjes onderaan te lezen dat deze campagne wordt verzorgd door Sendt. Bij de voorwaarden staat dat degene die zijn adres invult toestemming geeft tot het gebruik van zijn gegevens. Opt-in!

Besparen Kan

BesparenKan blijkt een initiatief dat gevestigd is op een adres in Sittard. Daar zit Motto Products BV, alias Data Collect, Besparenkan.nl, Voordeelcoach, Voetbalclub Actie en Hebben of Niet. Ook treffen we op hetzelfde adres Traffic Point Media aan, de lead-generator achter Makkelijk Bespaard. Op een identiek KvK-nummer zit ook het telemarketingbureau Comtree, met vestigingen in Geleen en Heerlen.

Bij de Consumentenbond, Test-Aankoop in België, TROS Radar en Vara Kassa! zijn klachten te vinden over Besparen Kan die soms meer dan tien jaar terug gaan. Seniorweb meldt in 2019 nota bene dat criminelen op deze manier argeloze consumenten lokken naar sites met nep-diensten. Recente klagers bij het forum van de Consumentenbond vertellen dat deze telemarketeers zich voordoen als de gemeente of de Consumentenbond zelf. Eerder was al aangegeven hoe dat gaat.

Als het geen misleiding of bedrog is, dan in ieder geval wel misleidende omissie. Want is is totaal onduidelijk dat het om telemarketing gaat.

Nounou

Na drie jaar als fact-checker bij Nu.nl gewerkt te hebben, wordt Shannon Bakker nu onderzoeksjournalist bij dit nieuwskanaal van de Persgroep. Om haar afscheid luister bij te zetten beantwoordde Bakker vandaag lezersvragen over de feitencontrole bij Nu.nl. Mijn vraag werd helaas niet uitgekozen.

Een paar jaar geleden bestond er een topic Nounou op een landelijke ondernemersforum waar deelnemers fouten en slordigheden konden delen die ze aantroffen op de nieuwssite Nu.nl. Elk nieuwskanaal maakt vergissingen, zeker als er een noodzaak is om snel actualiteit door te geven. Maar Nu.nl steekt met kop en schouders boven andere nieuwsmedia uit. Niet alleen door het aantal fouten, maar ook door het soort misverstanden.

Die zijn vaak grappig. Het ontbreekt bij Nu.nl wellicht aan goede eindredactie en een aantal verslaggevers is onervaren of mist simpelweg de benodigde kennis. Een voorbeeld is dit bericht: Een vliegtuig dat maandagavond is vertrokken van Schiphol, is weer teruggekeerd naar die luchthaven. En over een vermeende vliegtuigkaping: Het bleek te gaan om een dronken passagier die de cockpit binnen wilde drinken. Dat laatste kan ook een bewust grapje zijn geweest van een redacteur in nachtdienst.

Miljard of miljoen?

Mijn vraag aan Bakker betrof een nieuwsbericht waarin gemeld werd dat de musical The West Side Story van Ivo van Hove niet terug zou keren op Broadway, na anderhalf jaar van lockdowns. Volgens de dienstdoende redacteur die een bericht uit Variety naar eigen inzicht hertaald had, had deze show in zijn eerste zes vertoningen ruim één miljard dollar opgebracht. Dat getal is niet afkomstig uit het Amerikaanse vakblad, dus dat heeft de redacteur uit andere bron. Het kostte me een minuut of tien om vast te stellen dat de eerste zes voorstellingen $ 1,6 miljoen opbrachten. Een factor duizend minder.

Een advies aan de opvolger van Bakker: loof een kleine beloning uit aan elke lezer die een fout ontdekt op de pagina’s van Nu.nl zelf. Een leuke correctiepen met opdruk bijvoorbeeld.

Da-Da Taal

DA is een franchiseformule voor drogisten. Franchisegever is de Nederlandse Drogisterij Service, onderdeel van Holland Pharma. Die franchisegever maakt ook reclame voor de winkelketen. Dat zien we in nieuwe commercials de meebetaald worden door merkleveranciers zoals A. Vogel, Valdispert en Weleda. Op zich niet ongebruikelijk: grote supermarkten kloppen ook aan bij merkleveranciers voor een bijdrage aan het marketingbudget.

Maar let eens op het taalgebruik.

Soms wil je even lekker veel indruk maken.
Maar zij wil nu vooral even helemaal niemand zien.
En zij? Juist de hele wereld.
DA is er voor iedereen die geniet van deze geluksmomentjes.
En daarom zijn we bij DA zo’n fan van Janzen.
Een mooie lijn geuren en cremes van pure ingrediënten, die je een goed gevoel geven.
En rust.
DA. Voel je goed.

Daar heeft dus iemand bij JUMP! Retail (reclamebureau in Amsterdam) lang over nagedacht. Dat hoop ik althans, want het klinkt alsof de account manager snel wat zinnen heeft doorgegeven aan de filmer die een paar scenes (slices of life) aan elkaar aan het plakken was. Soms wil je even lekker veel. En soms wil je even helemaal niks. Wat een raar gebrabbel. Wat doen we met geluksmomenten? Ervan genieten misschien? Het is allemaal nietszeggende prietpraat. Wat doen ze bij Janzen in hun potjes? Ik zou zeggen pure ingrediënten. De minder pure bestanddelen waren blijkbaar uitverkocht. Niet zomaar ingrediënten overigens, maar stoffen die een een goed gevoel geven. Zodat we naar de payoff van DA kunnen doorschakelen.

Ik word er niet goed van…

Er zijn verschillende spotjes gemaakt voor deze campagne, kijk je op de Youtube pagina van JUMP!

Vroom Vroom Volvo

Een idee wordt door reclamemakers vaak ‘concept’ genoemd. Zo’n concept ontstaat doorgaans uit overleg tussen tekstschrijvers en art directors, hoewel ook fotografen, regisseurs en andere creatieven een rol kunnen spelen. Als er awards worden uitgedeeld, zie je ook echter account managers en zogenaamde strategen opduiken tussen de credits. De echte ideeënmakers verdwijnen dan bescheiden naar de achtergrond.

De nieuwe Volvo commercial in de campagne The Future is Electric is gemaakt door het productiebedrijf New Land met vestigingen in Stockholm, Kopenhagen, Londen en min-of-meer ook Amsterdam. Het idee is dat een grootvader dankzij zijn kleindochter beseft hoe de wereld langzaam elektriseert. De oudere man (gespeeld door de Zweedse acteur Rolf Lassgård) beseft dat de romantiek van het autorijden voor eeuwig veranderd is. Zijn kleindochter kijkt hem onbegrijpend aan als hij het geluid van een doorschakelende auto nadoet. Ze wordt opgehaald in de nieuwste Volvo EV die geruisloos versnelt. Opa heeft zonnepanelen op het dak van zijn bungalow, dat wel.

Hoe sterk het idee uitgewerkt is, blijkt wel uit het vrijwel ontbreken van woorden. Je ziet de creatieven gewoon tot de conclusie komen hoe via vroom-vroom het verhaal verteld kan worden. De slogan is redelijk droog, maar het verhaal dat naar die conclusie leidt is prachtig uitgewerkt. Met enige weemoed zelfs. Maar ook met het herkenbaar sentiment dat onze kinderen de toekomst onbevangen betreden.

Ik ben meteen gaan kijken naar ander werk van New Land en trof een parel aan voor Siker Trafik, oftewel Veilig Verkeer Denemarken. Kijk zelf!

Taalstrijd in Brussel

De keizer gaat niet over grammatica: een oude latijns wijsheid die ook dient om aan te geven dat geen wereldse macht de vrijheid van expressie kan onderdrukken. Er staat altijd iemand aan de kant die roept dat de heerser geen kleren aan heeft. Deze keer zijn het veganisten die zich verzetten tegen zuivelcensuur.

Afgelopen najaar heeft het Europees Parlement gestemd tegen een verbod op het gebruik van vleestermen voor producten waar geen vlees in zit. Het mag dus wel. Sojaburger mag, wortel hotdog mag; de uitdrukkingen ham, salami, schnitzel en steak zijn niet aan de slagers voorbehouden.

Waarom staat dat überhaupt ter discussie? Er bestond toch al een woord zoals vruchtvlees, dat bewijst dat vlees niet perse van dieren afkomstig hoeft te zijn? Toch is de vleesverwerkende industrie erin geslaagd dit onderwerp op de agenda te krijgen, met als verklaring dat het gebruik van vleesuitdrukkingen verwarrend is voor de consument. Dan zie je bijna de mallemolen van advocaten en andere schriftgeleerden draaien (de Brusselse lobbies zijn samen net zo’n industrie als de belastingontwijkers aan de Amsterdamse Zuidas) om de stemmachine van het Europese Parlement voor dat karretje te spannen.

De toegang ontzeggen tot gewone taal is een barriere die de vleesvervangende industrie dwingt om nieuwe woorden te bedenken, wat wel eens tot jaren achterstand kan leiden. Het idee om een verbod te vragen, komt voort uit de commerciële strategie van de slachtsector. Niet je eigen verkoop bevorderen, maar je concurrent vertragen. Op zich best knap. Je herkent ook het juridische argument ‘verwarring’ dat vaak in incidentele rechtszaken over merken en handelsnamen een rol speelt. Ik zou de onderzoeken wel eens willen zien, die bewijzen dat iemand in de war raakt van vegaburgers.

Misschien is de reclame van Mora wel een bewijs. Je proeft geen verschil! Zo’n veganistische bitterbal is net zo lekker…

Kokosmelk & Aardbeienyoghurt

Eén voorstel heeft het wel gehaald in het Europees Parlement. Het gebruik van zuiveltermen wordt ingeperkt. Amandement 171 moet nog nader uitgewerkt worden, want traditionele uitdrukkingen mogen dan weer wel. Kokosmelk en pindakaas hoeven niet opnieuw gelabeld te worden, maar amandelmelk en sojayoghurt zijn verboten. Ook een omschrijving als romig zou alleen gebruikt mogen worden door de echte zuivelindustrie. Daar komt de vegan-lobby nu tegen in het geweer met een oproep aan de EC om het amandement te verwerpen en zuivelcensuur tegen te gaan.

Er zit wel een eigenaardig aspect in deze strijd. De zuivellobby is tegen amandelmelk (zonder koeienmelk) maar pleit wel weer voor vanillevla (zonder vanille). De industrie stelt zelfs dat de consument weet dat een product met aardbeiensmaak op de verpakking geen echte aardbeien bevat. Andersom zien we groepen zoals Foodwatch strijden tegen aarbeienyoghurt zonder aardbeien en voor havermelk zonder koeienmelk.

Een woord als analoogkaas voor palmoliekaas zou verhullend zijn, maar vegaburger is vervolgens weer okay. Dat levert een juridische knoop op, omdat verwarring bij de consument en eenduidige etikettering niet altijd tot dezelfde conclusie leiden. Het woordgebruik op verpakkingen is nog wel objectief te analyseren, maar verwarring blijft een subjectief fenomeen. Dat zijn nou typisch van die onderwerpen die wetgevers dan maar aan de rechtspraak overlaten. Mag de rechter er kaas van maken.