UA-118292059-1

Zamelwoede

Zelfportret Isaac Israels?

Is het een portret of zelfportret? Volgens de veilingmeester is de maker onbekend, dus weten we niet of Isaac Israels zichzelf op het doek vereeuwigd heeft. Dat houdt de prijs wel lekker laag. Toch bieden?

Op een online veiling wordt een portret van Isaac Israels aangeboden. Wie het werk van Israels kent, zal zien dat het best een zelfportret kan zijn. Het doek is niet gesigneerd, maar de verkoper weet kennelijk wel dat het een portret van de beroemde Haagse meester is.

Er zijn veel zelfportretten van Israels en deze is zeker verwant. De manier waarop de achtergrond ingekwast is. De gelaatstrekken die met vaste hand en grove kwast op hun plek gezet zijn. De sigaret. Of eigenlijk is het een sjekkie dat aan zijn lip hangt. Ik heb een aantal zelfportretten opgezocht en dan kom je vanzelf uit bij sterk gelijkende afbeeldingen. Israels heeft er blijkbaar veel gemaakt.

Christies

Tot ik bij Art Unlimeted een ansichtkaart aantref met vrijwel exact hetzelfde beeld. Vrijwel. Het origineel uit 1909 hangt vast ergens in een museum of bij een particuliere collectie. We vinden dat schilderij terug in de archieven van Christies, waar het in 2014 geveild is voor meer dan zestienduizend euro.

Isaac Israels portret  Isaac Israels zelfportret

Als leek zie ik geen groot verschil in schildervaardigheid. De kopie (links) die nu te koop is heeft een iets langgerekter gelaat en de overheersende kleur is wat groen-bruinig. De Christies-variant (rechts) benadert de huidskleur beter en de boord is witter. Ook de vlakverdeling op dat doek is beter. Maar de kopie is helemaal geen slecht schilderij.

Kopieerlust

Nou heb ik al talloze gekopieerde kunstwerken gevonden op dit soort kunstveilingen. Of wellicht nieuwe versies van gekende werken, simpelweg omdat dezelfde schilder hetzelfde werk meer dan eens op het doek gezet heeft. Dat kan ook voor deze Israels gelden. Dan zou de kopie zomaar meer dan €10.000 waard kunnen zijn.

In februari trof ik een Jan Weissenbruch aan op dezelfde veiling, waar al drie andere varianten van bekend waren. Het werd aangeboden als een naar de schilder, maar de overeenkomsten met werken die nu al in musea hangen leken groot. In augustus kwam ik op dezelfde veiling een prachtig werk van een Souza tegen. Daar zijn zoveel vervalsingen van in omloop dat niemand zijn naam durfde te noemen. Maar twee bieders in wedijver drukte de prijs boven de duizend euro. Koopje, als het een origineel is.

Eerder trof ik al twee kleine restaurant-taferelen aan in de stijl van Isaac Israels. Ik liet ze lopen voor een paar honderd euro. Maar toen ik later de signatuur vergeleek, viel me op dat de H Gelb die ik meende te zien qua schrijfwijze erg lijkt op Israels met zijn kenmerkende IS. Terwijl deze tamboer ook verwijst naar een vergelijkbaar schilderij van Israels.

Vraag is dus: wat gaat deze shag-rokende Israels-lookalike opbrengen op de veiling? Geeft de achterzijde aanwijzingen over de herkomst? Waarom zou iemand überhaupt een authentieke Israels op een online veiling aanbieden? Zijn dit niet de schilderijen die in het vak-circuit als afgedankt zijn? Oordeel zelf!

Het schilderij op de veiling bracht uiteindelijk 800 euro op.

Indianen?

De vorige eigenaar meende dat er indianen te zien zijn op dit doek. Zoek even naar de maker en je snapt al snel: dat zijn de Ruiters van de Apocalyps! Op het doek gezet in 1940, zes weken voor de Duitse inval in België.

Armand Jamar (1870-1946) is een Belgische schilder die aanvankelijk naam maakte als impressionist, maar later een meer expressionistische en zelfs modernistische richting koos. Zijn werk is zeer uiteenlopend, variërend van brave landschapjes, portretten en stillevens tot wilde uitspattingen en fantasiegedrochten. Op het raakvlak van beide invalshoeken zijn prachtige combinaties ontstaan.

Jamar was opgeleid als jurist in zijn geboortestad Luik, maar de drang om te scheppen was groter. Hij schilderde vaak aan de kust, in België en Nederland. Maar zette incidenteel ook een rokende fabriek of een bedrijvige haven op het doek, passend voor een kunstenaar uit een industriestad. Schilderijen van Jamar zijn te vinden in diverse Belgische musea, maar dan staat er vaak als voetnoot bij dat ze zijn geschonken door de familie. De waarde op veilingen varieert.

Dokter De Winter

Armand Jamar > dokter De WinterEind jaren twintig kwam Jamar in aanraking met de welgestelde chirurg Louis de Winter uit Brugge, die in de vaardige hand van de schilder een instrument zag om verhalen en visies vorm te geven. Beide heren sloten een verbond waarbij De Winter beloofde alles te kopen van Jamar dat te relateren was aan zijn visioenen.

Dat resulteerde in een grote collectie Vlaamse landschappen en zeezichten, maar ook verbeeldingen van legendes en taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament. Erfgenamen van Louis de Winter vonden honderden werken van Jamar in de nalatenschap van de chirurg.

Apocalyps

Armand Jamar > KruisigingWerken die geïnspireerd zijn op de bijbel zijn onder andere De Kruisiging. Hier toont Jamar zich een gelovig mens die Christus afbeeldt met een aureool. Er zijn meer kruisgangen en ook portretten van Christus.

In deze serie past ook de Ruiters van de Apocalyps, hoewel Jamar daar vrijmoediger mee omspringt met de thematiek. De schilder heeft dit thema verschillende keren uitgewerkt, er zijn tenminste twee doeken (1)(2) in omloop met dezelfde furieuze achtergrond. Vlammen likkend langs een viertal ruiters. Het stuk dat nu geveild wordt, lijkt een voorstudie van de ruiters.

Het doek met de ruiters dat op de veiling aangeboden wordt, verdient wat aandacht want het hangt een beetje los in zijn lijst. Het is waarschijnlijk een voorstudie. Maar in vergelijking met de ruiters tegen een achtergrond van hellevuur vind ik deze ‘indianen’ eigenlijk veel interessanter. Speelser. Niet zo dramatisch.

Voor €136- vond het schilderij een nieuwe eigenaar. Netjes laten strak trekken, mooie lijst erom en je hebt een origineel werk aan de muur. Koopje!

Armand Jammer > ruitersArmand Jamar > ApocalypsArmand Jamar > ApocalypsArmand JamarArmand JamarArmand Jamar

Francis Newton Souza

Volgens de verkoper was de maker onbekend, maar er stond een duidelijke signatuur op het schilderij. Fouza of Souza? In combinatie met de voorletters F.N. was de schilder snel gevonden. Francis Newton Souza!

Francis Newton Souza is een schilder uit Goa, de voormalige Portugese kolonie in India. Hij is in 1924 geboren en hij overleed in 2002. Souza wilde priester worden, maar bleek in de wieg gelegd voor de kunst. In 1947 vormde hij in Mumbai met andere schilders de Progressive Artists Group om moderne kunst in India onder de aandacht te brengen. Bij de eerste gezamenlijke expositie greep de zedenpolitie in, omdat de kleine kunstschilder een groot naakt van zichzelf tentoon stelde.

Francis Newton SouzaIn 1949 vertrok Souza naar Londen. Pas in 1954 had hij daar zijn eerste expositie. Twee jaar later werd zijn Art Brut in Frankrijk gezien door de Amerikaanse verzamelaar Harold Kovner die besloot de schilder te steunen in ruil voor een constante aanvoer van nieuwe werken. Kovner verzamelde in vier jaar meer dan tweehonderd schilderijen. Dat was ook de ommekeer voor Souza. Werk van voor 1957 is afkomstig uit zijn arme periode; doeken van daarna zijn gemaakt toen hij reeds erkenning ondervond.

Kunstenaars uit India

Francis Newton SouzaSouza werd in de 21e eeuw de meest gewaardeerde schilder uit India. Zijn werken brengen nu enorme bedragen op. Portrait of a Man uit 1956 ontlokte in 2010 bij Christies een laatste bieding van meer dan een kwart miljoen pond. Head of a Priest uit 1959 ging 2018 in bij Sotheby’s over de toonbank voor een ton.

Beide werken lijken op het schilderij dat ik vond op een online veiling: The Man who would be King.

Volgens de verkoper was de maker onbekend, terwijl een signatuur van Souza groot op de voorkant staat. Ook de twee veilingexperts hadden opvallend genoeg geen mening. Het bieden begon bij 2 euro. Dan vraag je je af: waarom wordt dat werk niet bij Christies geveild? Is het een fake of heeft de verkoper geen onderzoek gedaan? En wat is de rol van die experts eigenlijk? Buyer beware

Namaak?

Francis Newton Souza > Fake?Vier dagen voor de veiling keek ik zuinig naar mijn bankrekening en besloot mijn eigen devies te volgen: bied op wat je ziet. Is het je als decoratief object wat waard, zonder alle achtergrondkennis? Heb je er voor een paar honderd euro plezier van, ook als het een vervalsing betreft?

Juist omdat de waarde van originele Souza’s geëxplodeerd is, zijn er talloze fakes in omloop. Zelfs een zoon van de schilder zou namaak verkopen. Een bekende copycat was de Britse schilder Billy Mumford die menig Souza-achtig schilderij heeft gemaakt, om die vervolgens uit te zetten via veilingen en galeries.

De gekrulde Z in de signatuur van Souza op het te veilen werk is vaker te zien in het werk van Mumford dan op de doeken van de meester zelf, die zijn Z met een harde hoek afrondde. Maar enkele schilderijen met dezelfde krul-zet zijn voor veel geld geveild. Wat is wijsheid?

Gallery One

Er zijn ook enkele aanwijzingen dat dit werk geen vervalsing betreft. Het schilderij is gemaakt op vezelplaat, precies het soort masonite dat Souze in de jaren vijftig gebruikte. Op de lijst en het paneel aan de achterzijde (verso) zijn stempels te zien van de galerie waar Souza in de jaren vijftig maar liefst vijf exposities had. Daar zijn catalogi van gemaakt. Komt dit werk toevallig voor in zo’n catalogus, dan…

Tot een dag voor de afloop van de veiling waren er biedingen tot 100 euro. In de laatste minuten steeg de prijs net boven de 1000 euro, dankij een biedrace tussen twee liefhebbers die wel een gokje wilden wagen.

Toch in de gaten houden of dit werk binnenkort opduikt bij een grote veiling.

Francis Newton SouzaFrancis Newton SouzaFrancis Newton Souza

Francis Newton SouzaFrancis Newton SouzaFrancis Newton SouzaFrancis Newton SouzaFrancis Newton Souza

 

Lee Miller

Ze maakte naam als fotograaf, Lee Miller. Aanvankelijk als model, muze en artistiek bondgenoot van Man Ray, later als war correspondent bij de geallieerden die Nazi-Duitsland hun wil oplegden. Maar haar levensverhaal is om meer redenen opmerkelijk.

Kijk eens goed naar de data, dan is te zien dat de levensloop van Lee Miller in relatief korte tijd veel wendingen gemaakt heeft. Ze werd moeder op latere leeftijd. Lee was 40 toen haar enige zoon Antony Penrose ter wereld kwam in 1947. Twee jaar later kocht het gezin Farley Farm in East-Sussex waar Miller een relatief teruggetrokken bestaan leidde. Maar ze had in de voorafgaande jaren een turbulent leven geleid. Uitbundig, losbandig, vrijgevochten!

Naaktfoto’s

Lee MillerElisabeth Miller is geboren in 1907 in de stad Poughkeepsie aan de rivier Hudson in de staat New York. Haar vader Theodore Miller was een fanatiek hobby-fotograaf en Lee werd zijn favoriete subject. Er zijn later veel naakfoto’s gevonden, maar er is geen suggestie van misbruik. Lee lijkt ook als tiener op haar gemak en een actieve deelnemer in haar eigen enscenering. Het zijn prachtige foto’s die in de huidige tijdsgeest waarschijnlijk als problematisch gezien zouden worden.

Vogue > Lee MillerOp school was Lee minder meegaand. Ze werd van elke school in haar hometown verwijderd. Op haar 18e vertrekt ze naar Europa om cursussen te volgen bij Ladislas Medguyes, een Hongaarse kunstenaar die als decorbouwer en kostuumontwerper werkte voor theaters in Parijs. Na een jaar keert ze weer terug naar de Verenigde Staten om naar de kunstacademie in New York te gaan. Daar wordt ze ontdekt door uitgever Condé Nast van Vogue die haar aan werk als model helpt. In maart 1927 staat ze op de cover. Een illustratie van Lee wordt gepresenteerd als het beeld van de modern girl.

Parijs

Lee Miller KotexHaar loopbaan als topmodel duurde slechts twee jaar. Toen het Kotex zonder toestemming van Lee een foto gebruikte om maandverband aan te prijzen, staakte ze haar werk als commercieel fotomodel. Ze vloog in 1929 weer naar Parijs waar ze aanbelde bij de surrealist Man Ray om zich als leerling aan te melden. Ray nam geen leerlingen aan, maar voor deze slanke schoonheid maakte hij een uitzondering. In no-time was Lee zijn model, minnares en artistiek bondgenoot. In deze periode leert ze artiesten als Pablo Picasso, Marcel Duchamp en Jean Cocteau kennen.

In 1932 keert ze weer terug naar New York waar ze haar eigen fotostudio begint. Ze was ook weggevlucht van Parijs omdat haar romance met de schatrijke Egyptische zakenman Aziz Eloui Bey problemen veroorzaakte. Zijn vriendin, het bekende model Nimet, pleegde zelfmoord. En ook Man Ray dreigde daarmee. Miller nam afstand van alle drama in Frankrijk, maar Bey volgde haar naar New York en overtuigde haar om een huwelijk aan te gaan. Wat in 1934 voltrokken werd.

Egypte

Lee MillerOp haar 27e verhuist Lee Miller naar Bey’s villa in Zamalek, een buitenwijk van Caïro op een eiland in de Nijl. Ze wil zich als goede huisvrouw gedragen, maar al snel wordt de drang om te scheppen te sterk. Ze reist naar de woestijn en maakt daar foto’s van landschappen die zelfs decennia later nog bewondering oogsten. Terug in Caïro bezoekt ze bars die alleen voor mannen toegankelijk zijn en heeft ze menig avontuur met bewonderaars.

Bey geeft haar alle ruimte en betaalt zelfs een ticket naar Parijs als daar een gekostumeerd bal is van Lee’s surrealistische kunstvrienden. Daar loopt ze echter Roland Penrose tegen het lijf, een Britse kunstenaar uit een welstandige familie. Lee leeft enkele jaren pendelend tussen Caïro en Parijs, om uiteindelijk in Hampstead bij Londen te belanden, kort voordat de Duitsers Frankrijk binnenvallen.

Hitlers bed

Miller was al in de jaren dertig actief tegen de dreiging van het fascisme, dus het was niet verwonderlijk dat ze zich wilde inzetten als fotograaf voor de geallieerden. Ze werkte samen met de ervaren Time Magazine fotograaf David Scherman, die zelfs kwam inwonen in de villa van Penrose. Miller kon haar werk kwijt bij Vogue, dat eerder haar loopbaan als fotomodel in beweging had gezet.

Aanvankelijk bracht ze de schade in beeld die de Duitser aanrichten tijdens de Blitz, maar later volgde ze de geallieerde troepen naar Normandië. Een aantal reportages van Miller werden wereldberoemd. Zo was ze aanwezig bij de bevrijding van de concentratiekampen Dachau en Buchenwald. Haar foto’s werden vergezeld van een indringend verslag. Ook waren Miller en Scherman van de partij toen München veroverd werd op de nazi’s. De fotografen maakten portretten van elkaar in het zitbad van de führer.

Farley House

Veel negatieven, prints en foto’s werden gevonden op de zolder van Farley House in East-Sussex door haar zoon Antony Penrose. Hij heeft alle werk laten archiveren zodat het nu beschikbaar is voor exposities. Het familiehuis Farley Farm is ingericht als gallery waar ook ruimte is voor de uitgebreide collectie kunst die bijeen gebracht is door Roland Penrose en Lee Miller. Een bezoek aan dit huis is extra interessant, omdat het in de naoorlogse jaren regelmatig onderdak bood aan grote namen uit de wereld van kunst, literatuur en wetenschap.

Picasso > Lee MillerAntony Penrose herinnert zijn moeder als een gedeprimeerde vrouw die veel dronk, maar ze was ook gastvrouw van gezelschappen die zich laafden aan haar kookkunst. Toen ze in overleed in 1977 was ze bezig met een kookboek. Dat boek is later alsnog uitgegeven door haar zoon met als titel Lee Miller: A Life with Food, Friends & Recipes.

Lee Miller wordt ook herinnerd als muze van menig kunstenaar. Picasso heeft haar tenminste zes keer vereeuwigd op zijn doeken.

Picasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee Miller

Picasso > Lee Miller

http://art-picasso.com

 

 

English Red Ensign

Het is een apart slag schilderijen: sea battles. Ik heb er niet zoveel mee op. Je ziet in musea doorgaans heroïsche taferelen van versplinterd hout en kruitdamp op verwaarloosde golven. Nationalistisch zoutwater-sentiment. Veel maritiem vlagvertoon. Meer iets voor een schout bij nacht in ruste.

Toch bood ik mee op het ouder zeeslagveld dat ik aantrof bij een online veiling. Het verhaal intrigeerde me. Zo’n tafereel is vaak gemaakt ter nagedachtenis aan een belangrijk treffen. Misschien waren de betrokken zeehelden nog op te sporen. Welke slag is dat?

english red ensignWapperend aan het centrale schip zijn namelijk twee opvallende vlaggen zichtbaar. Een witte vlag aan de hoogste mast, en aan de achterzijde een banier met een hoek uitgespaard in het rood. In die hoek is een rood kruis in een lichtblauwe achtergrond zichtbaar.

Dat vaandel geeft houvast. Het ontwerp is namelijk gebaseerd op het zogenaamde red ensign van de Britten. Het rode kruis is St George’s Cross, de oorspronkelijke vlag van Engeland. Die is in gebruik genomen door kruisvaarders om herkend te worden onderweg in de Middellandse Zee. Daar betaalde Engeland destijds een vergoeding voor aan Genua, van waaruit de omringende wateren beschermd werden. Later zijn aan dit ontwerp St Andrew’s Cross voor Schotland (sinds 1701) en St Patrick’s Cross voor Ierland (sinds 1801) toegevoegd, die met z’n drie de huidige vlag van het Verenigd Koninkrijk vormen.

Anglo-Dutch Wars

Al die toegevoegde kruisen spelen echter nog geen rol op de vlag in het schilderij. Daar is niets uniteds aan. Op deze vlag zien we de kleuren die gevoerd werden door de Engelse navy en merchants in de 17e eeuw, in de tijden van Piet Heyn, Maarten Tromp en Michiel de Ruyter. Het kan zelfs zijn dat dit schilderij verwijst naar een zeeslag van de Hollanders en de Engelsen in de roemruchte Anglo-Dutch Wars. Een kleintje weliswaar, want veel schepen zijn er niet bij betrokken.

En dan is er nog die witte vlag in top. Dat kan een verzoek tot vrijgeleide zijn. Of een aanbod om te onderhandelen. Een overgave wellicht. Al lijkt het erop dat die witte vlag gepaard gaat met een stevig salvo aan stuurboord. Dat zou een inbreuk zijn op tegen zeeslagspelregels. Kijk, daar heb je de bouwstenen van een spannend verhaal.

Een paar bedenkingen. De maat van de schepen suggereert dat het geen groot slagveld was. Eerder een kleine schermutseling. En dan is de vraag wie de tegenstander was. Op de schepen links en rechts is met enige fantasie een Nederlandse vlag zichtbaar. Het zinkend schip lijkt ook een rood kruis op zijn vlag te voeren, maar in een witte achtergrond.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat een schilder in de 19e eeuw zo’n gevecht naar eigen inzicht heeft ingedeeld, inclusief verzinvlaggen. Dat vergt nadere bestudering, vooral ook omdat schilders in die dagen hun signatuur of monogram vaak in een vlag plaatsten.

Kaap Sint-Marie

Misschien is het de slag bij Kaap Sint-Marie (13 mei 1781) waar twee Nederlandse oorlogsbodems een konvooi van handelsschepen uit Nederlands-Indië verdedigen tegen twee Engelse marineschepen. Eerst delft het Nederlandse schip Castor het onderspit tegen de Flora (die ook glas als munitie gebruikte), maar dan slaagt de Nederlandse kapitein van Den Briel erin om het tweede Britse fregat de Crescent lam te schieten.

De Nederlandse winnaar heeft niet genoeg vermogen over om zijn prijs mee naar huis te slepen, maar het konvooi arriveert veilig in de Spaanse havens. De beschadigde Engelse schepen vallen op hun terugweg ten prooi aan de Franse marine. Daarom werd het gevecht in Nederland gevierd als een overwinning.

De jubelstemming was zo groot dat er zelfs gedenkpenningen werden geslagen, ter ere van de Slag bij Cadiz. Op één zijde van zo’n penning is een gravure gemaakt door prentkunstenaar Jacobus Buys – te zien in het Teylersmuseum. Die tekening vertoont gelijkenis met de afbeelding op het geveilde schilderij.

Museum?

Dat vond een nieuwe eigenaar voor 400 euro. Het genre kent gefortuneerde verzamelaars. Voor een 19e eeuws doek dat uit Engeland afkomstig zou zijn vind ik het geen hoge prijs. Je moet er eigenlijk wel een country house voor hebben. Of een museum.

 

Illustere Reinout

Op zoek naar oude ansichtkaarten van winkelstraten dwarrelde ik naar een podcast-pagina op de site van Raum Utrecht. De homepage wordt gedomineerd door een illustratie van een Reinout. We zien het meteen: steampunk in klare lijn, vereeuwigd met stevige woorden in een universum vol hallucinatoire kleuren.

Reinout verkoopt enkele illustraties via Etsy. Op A3 formaat: 29×42. Mag ik wat suggereren? Doe ook een paar limited series op veel groter formaat!

De Volkskrant maakt al gebruik van dit illustratietalent. En voor Raum Utrecht zie ik zelfs bewegende elementen toegevoegd. Heb als opdrachtgever lef en geef die vent een thema om te zien wat er uit dat brein ontspruit.

Spuistraat (Den Haag)

Stadszicht van een onbekende impressionist. Winkelstraat met een koetsje, dame in modieuze jas. Een terugblik naar de belle epoque. Is deze veiling-aankoop kunst of kitsch?

Spuistraat Den HaagHet leek me een vaardig geschilderd tafereel, het stadszicht dat ik aantrof op een online veiling – hier rechts afgebeeld. Let op de weerspiegeling in de plassen op de straat. De lichaamstaal van de passanten. Een beetje blauw in de lucht. Het paard deed me denken aan de knollen van Cor Noltee.

Het aantal liefhebbers op de veiling was beperkt, dus mijn zuinige bod bleek voldoende om de buit binnen te halen. Een signatuur kon ik echter niet vinden, toen het een paar dag later op mijn werktafel lag. Is hier sprake van een originele kunstenaar, of heb ik een zoveelste kopie gekocht?

Cor NolteeToevallig stuitte ik onlangs op de site van Flava Art Gallery inderdaad op een gelijkende werk van Noltee (1903-1967) – zijn naam was al genoemd. Hij wordt wel de Dordtse Breitner genoemd. We zien de koets, het paard, een dame in modieuze mantel. In dit tafereel ligt er sneeuw in de straten, maar de huizen en de lucht zijn goed vergelijkbaar.

Noltee SpuistraatNoltee heeft er meer gemaakt. Op zoek naar andere stadstaferelen van deze schilder kwam ik een werk tegen waarop de Spuistraat in Den Haag te zien zou zijn. Wederom een koetsier (nu op de rug gezien), een dame in mantel en het kenmerkende torentje aan de horizon. Beet! Dit is geen toeval. Als mijn werk geen Noltee is, dan moet er wel verwantschap zijn. Maar wat zijn de ontbrekende puzzelstukjes?

Arntzenius

Dat torentje is een nostalgische stijlvorm van de Um 1800 beweging in de architectuur, begrijp ik. Deze gebouwen werden eind 19e eeuw aan een winkelstraat toegevoegd om meer klasse te suggereren. Noltee heeft zijn schilderij waarschijnlijk in de jaren dertig gemaakt, toen er al auto’s reden in de Spuistraat. Het getoonde werk kwam in 2018 op een veiling voorbij. De verkoper merkt op dat Noltee zich heeft laten inspireren door Floris Arntzenius.

Arntzenius SpuistraatArntzenius (1864-1925) was een tijdgenoot en een schildersgezel van Breitner en Israëls. Hij werkte rond de eeuwwisseling in het centrum van Den Haag en beeldde vaak lokale bedrijvigheid af op het doek. De schilder was gefascineerd door het relatief nieuwe asfalt, dat heel aparte spiegeleffecten veroorzaakte op dagen met regen. Terugkerende elementen in zijn werk zijn de huurkoetsjes en een slagersjongen in een wit jasje.

Arntzenius Wilde Spuistraat

Al snel trof ik talloze schilderijen van een regenachtige Spuistraat aan in het oeuvre van Arntzenius. Met koetsjes en sjieke dames. Zelfs een zonnige versie, ooit verkocht door Studio 2000 – het openingsbeeld van dit verhaal.

Vroegere werken van deze schilder zijn gedetailleerd; later wordt zijn penseel minder precies. Kijk ook eens naar deze grillige Spuistraat van zijn hand – afgebeeld rechts.

Naschilders

Bresslev SpuistraatOp een veiling trof ik een andere navolger van Arntzenius aan, een T. Bresslev die de Spuistraat in beeld brengt. Volgens de verkoper een werk uit de jaren dertig, maar de naam Bresslev is verder niet bekend.

Op dezelfde veiling was eerder ook al een ets van de Spuistraat verkocht. Een werk van Herman Heuff (1875-1945), ooit leerling van Arntzenius.

Grijseels - SpuistraatOok de kunstschilder Leo Grijseels (1884-1966) heeft taferelen van Arntzenius nageschilderd, zien we bij Simonis & Buunk. Grijseels verdiende er een goede boterham mee, het kopiëren van natte winkelstraten met koetsjes en nette dames. Op een recente veiling bracht een grauw winkelstraatje van Grijseels €270- op, maar daar zat ook een mooie lijst om. Een vergelijkbare Noltee is makkelijk tien keer zoveel waard.

Kitsch

Veel stadstaferelen van Noltee (zie Christies) zijn ook naschilderingen. Arntzenius fabriceerde zijn Spuistraatjes voor de Eerste Wereldoorlog, de anderen kwamen er later mee. Maar er was veel vraag naar taferelen met koetsjes, dus het was destijds al kitsch. Ze werden wereldwijd verkocht, verscheept naar handelaren in de VS en Australië.

Eerder in Zakenkrant hebben we al gesignaleerd dat er ook vanuit Parijs een levendige aanbod was van natte of besneeuwde stadsgezichten. Menig schilder werd eind 19e eeuw geïnspireerd door de nieuwe straatverlichting en de uitvinding van asfalt met zijn spiegeleffecten, en deze kunstenaars vonden navolging in de decennia daarop.

Het is fraaie kitsch, daar niet van. Dat geldt ook voor mijn vondst. Ik schaar het in de categorie Noltee, want die kent zijn eigen naschilders. Zijn hand lijkt er in herkenbaar, maar ik heb meer werken gezien waarin dat het geval was. Alsof een vaardig illustrator een Nolteetje doet. De paarden en dames zijn net iets te nadrukkelijk; ze gaan niet op in de omgeving maar springen eruit. De kleuren zijn minder vaal. Het geheel is te decoratief.  Te behaagzuchtig.

Maar misschien is het alsnog een originele naschildering.

Antoon Markus

De kunstschilder Antoon Markus vond het wel prima dat zijn woonhuis aan een populaire wandelroute in Wolfheze lag, want dat stelde hem in staat af-en-toe een kunstwerk aan een voorbijganger te verkopen.

Markus is geboren in Arnhem, in 1870 als oudste zoon van een echtpaar dat het ‘Koffijhuis vanouds de Kastanjeboom’ uitbaatte. Vader Antoon Markus sr was zelf een begenadigd tekenaar die in 1876 de kans had gegrepen om voltijds als leraar aan de slag te gaan aan de lokale HBS. Ook zoonlief bleek talent te hebben. Antoon jr werd toegelaten tot de Rijksacademie in Amsterdam, maar hij maakte de opleiding niet af. Hij verkoos het om als zwervend schilder door het leven te gaan.

Antoon Markus - molenIn 1899 maakte Antoon Markus (biografie) zijn eerste grote wandeltocht, langs de Maas diep België in. Daarna spendeerde hij enkele maanden in Engeland, waar hij zelfs even samenwerkte met de Friese kunstschilder Lourens Alma Tadema. Hij studeerde tussendoor ook nog in Rotterdam en Den Haag, om zich uiteindelijk toch in Arnhem en omgeving te settelen. Hij woonde een tijd in Oosterbeek, in Elden aan de andere zijde van de Rijn en later in Wolfheze.

Vanuit Elden verkocht Markus kruikjes kolkwater dat van het Veluwemassief afkomstig was en opborrelde in plassen langs de Rijn. Als een soort wonderdokter. Zijn klanten bestelden zelfs vanuit Den Haag water bij.

Oosterbeek en Wolfheze

In 1915 trouwde hij met een kamermeisje dat in Arnhem in een hotel werkte. Het echtpaar vestigde zich aan de Benedendorpseweg in Oosterbeek, op een steenworp vanaf de Rijn, waar ook de schilder Anton Mauve heeft gewoond. Al snel kwamen er kinderen. Het gezin verhuisde in 1924 naar een speciaal gebouwde atelier-woning in Wolfheze. Markus was geen vanzelfsprekende huisvader, dus het huishouden maakte moeilijke jaren door. Daarom waren extra inkomsten uit de verkoop van schilderijen aan voorbijgangers welkom.

Antoon MarkusMarkus maakte vooral naam als landschapschilder, een navolger van de School van Barbizon. Kenmerkend zijn zijn hoge luchten, waarin het grijs overheerst. “Markus schildert in blauw- en groen-grijzen, in bruin-grijzen met luchten van parelgrijs en warm-doorschijnend bruin. Daarom wordt hij wel eens ééntonig en somber genoemd,” meende Johan Wesselink. Het grijs en zilver is overigens typerend voor Nederlandse impressionisten.

Uiteindelijk produceerde Markus een paar duizend schilderijen. Het merendeel toont Veluwse en rivier-gezichten. Ze duiken regelmatig op op veilingen en lijken de laatste jaren weer gewild. De grijze taferelen van Markus passen goed in het moderne interieur, al zijn de lijsten soms wat oubollig.

Antoon Markus - RijnzichtOnlangs kwam een schilderij voorbij op een online veiling dat zou zijn gemaakt in 1922 naar aanleiding van een bezoek aan Limont in België. Volgens mij zie je gewoon de oever van de Rijn bij Arnhem, waar Markus vrijwel zijn hele leven heeft gewoond. Zijn adres staat zelfs op de achterzijde: Jan van Embdenweg 21 in Oosterbeek. Het schilderij vond een nieuwe eigenaar voor 520 euro.

Jan Weissenbruch

Jan Weissenbruch wordt wel de Vermeer van de 19e eeuw genoemd. Deze kunstschilder en prentenmaker (1837-1880) bracht stadsgezichten op het doek die aan vervlogen tijden doen denken. Zijn taferelen kenmerken zich door scherp contrast tussen zon en schaduw, en fotografische nauwkeurigheid. Elke baksteen, elke dakpan is herkenbaar.

Weissenbruch zocht bewust naar vergeten hoekjes in de grote steden van Holland om het monumentale karakter van een verdwijnend verleden vast te kunnen leggen. Ook in de kleinere plaatsjes van het rivierenland vond hij inspiratie. De artiest was een romanticus met een vlijmscherpe kwast. Een magisch realist met een nostalgische inborst.

De kunstschilder reisde door het land met zijn schetsboek en ging daar later in zijn atelier mee aan de slag. Zo belandde Weissenbruch in Rhenen, een oud stadje aan de Rijn. De schetsen die hij daar maakte van de oude Kerkstraat zijn uitgewerkt in verschillende kunstwerken. Het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit een variant in olieverf op doek, gedateerd op 1875. Gemeentemuseum Het Rondeel te Rhenen heeft een tekening van exact hetzelfde tafereel, maar met minder contrast. Bij het Dordrechts Museum hangt een variant met afwijkend beeld, olieverf op paneel.

Online veiling

Die straatjes in Rhenen trokken mijn aandacht, omdat ik op een online veiling een schilderij aantrof naar Jan Weissenbruchs. De overbodige s in de omschrijving komt doordat Weissenbruch de gewoonte had een ß toe te voegen achter zijn signatuur. Hij schreef zijn hele naam in hoofdletters, allemaal te zien op het naar schilderij. De professionele verkoper noch de twee veilingmeesters hadden de fout in de omschrijving opgemerkt.

Je ziet de overeenkomsten pas goed wanneer alle afbeeldingen onder elkaar worden gezet. De olieverf van het Stedelijk Museum (1) en de tekening in Rhenen (3) tonen exact hetzelfde tafereel als het schilderij (2) op de veiling. Alleen de lichtwerking verschilt en de kleuren zijn wat fletser.

Jan Weissenbruch - olieverf 1Jan Weissenbruch - naarJan Weissenbruch - tekeningJan Weissenbruch - olieverf 2

Het doek in Dordrecht Museum (4) wijkt echter af. Dat schilderij heeft de details en fotografische kracht die kenmerkend is voor een authentieke Weissenbruch. De anderen zijn toch meer illustratief. Die van Dordrecht toont echter een extra raam in de gevel, een boom op de dwarsstraat en schaapjeswolken in de lucht. De contrasten zijn scherper. De eerder genoemde werken zijn wat flets en hebben streepjeswolken. Maar kijk eens naar een ander schilderij van het Stedelijk Museum (Prinsegracht in Den Haag) en dan zien we weer diezelfde streepjeswolken.

Eerlijk gezegd zie ik geen grote verschillen tussen het werk op de veiling en het schilderij van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Vergelijk ik die twee vervolgens met enkele andere fletse schilderijen die door bekende kunsthandelaars als authentieke Weissenbruch verkocht zijn, dan vraag ik me af of er meer naar schilderijen in omloop zijn en hoe de authenticiteit eigenlijk wordt vastgesteld. Het zou me niet verbazen als het Stedelijk Museum met een namaakschilderij opgescheept is.

Biedoorlog

De veiling liep uit op een biedoorlog tussen twee liefhebbers die bereid waren een groter risico te nemen dan ik aandurfde. Eerder liet ik me wel verleiden om mee te doen, maar deze keer zag ik de wedloop met interesse aan. Uiteindelijk won een bod van € 290-. Ik ben benieuwd waar dit schilderij terecht is gekomen.

NASCHRIFT > Later worden er op dezelfde veiling opnieuw twee werken aangeboden die aan Weissenbruch toegeschreven worden. Het zouden olieverf-studies zijn voor latere doeken. Eén van de studies heeft streepjeswolken, het uiteindelijke werk schaapjeswolken. Dat betreft de wasvrouwen, en als we goed kijken zien we daar de toren van Cunerakerk in Rhenen. Ik durf zelfs te stellen dat het schilderij op loopafstand gemaakt is van de eerder besproken Kerkstraat in Rhenen.

De veilingmeester schat beide werken op 3000 euro en iets meer, maar het duo kon wel eens voor een aanmerkelijk lager bedrag van eigenaar wisselen. Daarvoor heb je dan twee prachtige schilderijen van een heuse meester. Ze zijn uiteindelijk afgehamerd op 1500 euro, de helft dus.