UA-118292059-1

Zamelwoede

Lee Miller

Ze maakte naam als fotograaf, Lee Miller. Aanvankelijk als model, muze en artistiek bondgenoot van Man Ray, later als war correspondent bij de geallieerden die Nazi-Duitsland hun wil oplegden. Maar haar levensverhaal is om meer redenen opmerkelijk.

Kijk eens goed naar de data, dan is te zien dat de levensloop van Lee Miller in relatief korte tijd veel wendingen gemaakt heeft. Ze werd moeder op latere leeftijd. Lee was 40 toen haar enige zoon Antony Penrose ter wereld kwam in 1947. Twee jaar later kocht het gezin Farley Farm in East-Sussex waar Miller een relatief teruggetrokken bestaan leidde. Maar ze had in de voorafgaande jaren een turbulent leven geleid. Uitbundig, losbandig, vrijgevochten!

Naaktfoto’s

Lee MillerElisabeth Miller is geboren in 1907 in de stad Poughkeepsie aan de rivier Hudson in de staat New York. Haar vader Theodore Miller was een fanatiek hobby-fotograaf en Lee werd zijn favoriete subject. Er zijn later veel naakfoto’s gevonden, maar er is geen suggestie van misbruik. Lee lijkt ook als tiener op haar gemak en een actieve deelnemer in haar eigen enscenering. Het zijn prachtige foto’s die in de huidige tijdsgeest waarschijnlijk als problematisch gezien zouden worden.

Vogue > Lee MillerOp school was Lee minder meegaand. Ze werd van elke school in haar hometown verwijderd. Op haar 18e vertrekt ze naar Europa om cursussen te volgen bij Ladislas Medguyes, een Hongaarse kunstenaar die als decorbouwer en kostuumontwerper werkte voor theaters in Parijs. Na een jaar keert ze weer terug naar de Verenigde Staten om naar de kunstacademie in New York te gaan. Daar wordt ze ontdekt door uitgever Condé Nast van Vogue die haar aan werk als model helpt. In maart 1927 staat ze op de cover. Een illustratie van Lee wordt gepresenteerd als het beeld van de modern girl.

Parijs

Lee Miller KotexHaar loopbaan als topmodel duurde slechts twee jaar. Toen het Kotex zonder toestemming van Lee een foto gebruikte om maandverband aan te prijzen, staakte ze haar werk als commercieel fotomodel. Ze vloog in 1929 weer naar Parijs waar ze aanbelde bij de surrealist Man Ray om zich als leerling aan te melden. Ray nam geen leerlingen aan, maar voor deze slanke schoonheid maakte hij een uitzondering. In no-time was Lee zijn model, minnares en artistiek bondgenoot. In deze periode leert ze artiesten als Pablo Picasso, Marcel Duchamp en Jean Cocteau kennen.

In 1932 keert ze weer terug naar New York waar ze haar eigen fotostudio begint. Ze was ook weggevlucht van Parijs omdat haar romance met de schatrijke Egyptische zakenman Aziz Eloui Bey problemen veroorzaakte. Zijn vriendin, het bekende model Nimet, pleegde zelfmoord. En ook Man Ray dreigde daarmee. Miller nam afstand van alle drama in Frankrijk, maar Bey volgde haar naar New York en overtuigde haar om een huwelijk aan te gaan. Wat in 1934 voltrokken werd.

Egypte

Lee MillerOp haar 27e verhuist Lee Miller naar Bey’s villa in Zamalek, een buitenwijk van Caïro op een eiland in de Nijl. Ze wil zich als goede huisvrouw gedragen, maar al snel wordt de drang om te scheppen te sterk. Ze reist naar de woestijn en maakt daar foto’s van landschappen die zelfs decennia later nog bewondering oogsten. Terug in Caïro bezoekt ze bars die alleen voor mannen toegankelijk zijn en heeft ze menig avontuur met bewonderaars.

Bey geeft haar alle ruimte en betaalt zelfs een ticket naar Parijs als daar een gekostumeerd bal is van Lee’s surrealistische kunstvrienden. Daar loopt ze echter Roland Penrose tegen het lijf, een Britse kunstenaar uit een welstandige familie. Lee leeft enkele jaren pendelend tussen Caïro en Parijs, om uiteindelijk in Hampstead bij Londen te belanden, kort voordat de Duitsers Frankrijk binnenvallen.

Hitlers bed

Miller was al in de jaren dertig actief tegen de dreiging van het fascisme, dus het was niet verwonderlijk dat ze zich wilde inzetten als fotograaf voor de geallieerden. Ze werkte samen met de ervaren Time Magazine fotograaf David Scherman, die zelfs kwam inwonen in de villa van Penrose. Miller kon haar werk kwijt bij Vogue, dat eerder haar loopbaan als fotomodel in beweging had gezet.

Aanvankelijk bracht ze de schade in beeld die de Duitser aanrichten tijdens de Blitz, maar later volgde ze de geallieerde troepen naar Normandië. Een aantal reportages van Miller werden wereldberoemd. Zo was ze aanwezig bij de bevrijding van de concentratiekampen Dachau en Buchenwald. Haar foto’s werden vergezeld van een indringend verslag. Ook waren Miller en Scherman van de partij toen München veroverd werd op de nazi’s. De fotografen maakten portretten van elkaar in het zitbad van de führer.

Farley House

Veel negatieven, prints en foto’s werden gevonden op de zolder van Farley House in East-Sussex door haar zoon Antony Penrose. Hij heeft alle werk laten archiveren zodat het nu beschikbaar is voor exposities. Het familiehuis Farley Farm is ingericht als gallery waar ook ruimte is voor de uitgebreide collectie kunst die bijeen gebracht is door Roland Penrose en Lee Miller. Een bezoek aan dit huis is extra interessant, omdat het in de naoorlogse jaren regelmatig onderdak bood aan grote namen uit de wereld van kunst, literatuur en wetenschap.

Picasso > Lee MillerAntony Penrose herinnert zijn moeder als een gedeprimeerde vrouw die veel dronk, maar ze was ook gastvrouw van gezelschappen die zich laafden aan haar kookkunst. Toen ze in overleed in 1977 was ze bezig met een kookboek. Dat boek is later alsnog uitgegeven door haar zoon met als titel Lee Miller: A Life with Food, Friends & Recipes.

Lee Miller wordt ook herinnerd als muze van menig kunstenaar. Picasso heeft haar tenminste zes keer vereeuwigd op zijn doeken.

Picasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee MillerPicasso > Lee Miller

Picasso > Lee Miller

http://art-picasso.com

 

 

English Red Ensign

Het is een apart slag schilderijen: sea battles. Ik heb er niet zoveel mee op. Je ziet in musea doorgaans heroïsche taferelen van versplinterd hout en kruitdamp op verwaarloosde golven. Nationalistisch zoutwater-sentiment. Veel maritiem vlagvertoon. Meer iets voor een schout bij nacht in ruste.

Toch bood ik mee op het ouder zeeslagveld dat ik aantrof bij een online veiling. Het verhaal intrigeerde me. Zo’n tafereel is vaak gemaakt ter nagedachtenis aan een belangrijk treffen. Misschien waren de betrokken zeehelden nog op te sporen. Welke slag is dat?

english red ensignWapperend aan het centrale schip zijn namelijk twee opvallende vlaggen zichtbaar. Een witte vlag aan de hoogste mast, en aan de achterzijde een banier met een hoek uitgespaard in het rood. In die hoek is een rood kruis in een lichtblauwe achtergrond zichtbaar.

Dat vaandel geeft houvast. Het ontwerp is namelijk gebaseerd op het zogenaamde red ensign van de Britten. Het rode kruis is St George’s Cross, de oorspronkelijke vlag van Engeland. Die is in gebruik genomen door kruisvaarders om herkend te worden onderweg in de Middellandse Zee. Daar betaalde Engeland destijds een vergoeding voor aan Genua, van waaruit de omringende wateren beschermd werden. Later zijn aan dit ontwerp St Andrew’s Cross voor Schotland (sinds 1701) en St Patrick’s Cross voor Ierland (sinds 1801) toegevoegd, die met z’n drie de huidige vlag van het Verenigd Koninkrijk vormen.

Anglo-Dutch Wars

Al die toegevoegde kruisen spelen echter nog geen rol op de vlag in het schilderij. Daar is niets uniteds aan. Op deze vlag zien we de kleuren die gevoerd werden door de Engelse navy en merchants in de 17e eeuw, in de tijden van Piet Heyn, Maarten Tromp en Michiel de Ruyter. Het kan zelfs zijn dat dit schilderij verwijst naar een zeeslag van de Hollanders en de Engelsen in de roemruchte Anglo-Dutch Wars. Een kleintje weliswaar, want veel schepen zijn er niet bij betrokken.

En dan is er nog die witte vlag in top. Dat kan een verzoek tot vrijgeleide zijn. Of een aanbod om te onderhandelen. Een overgave wellicht. Al lijkt het erop dat die witte vlag gepaard gaat met een stevig salvo aan stuurboord. Dat zou een inbreuk zijn op tegen zeeslagspelregels. Kijk, daar heb je de bouwstenen van een spannend verhaal.

Een paar bedenkingen. De maat van de schepen suggereert dat het geen groot slagveld was. Eerder een kleine schermutseling. En dan is de vraag wie de tegenstander was. Op de schepen links en rechts is met enige fantasie een Nederlandse vlag zichtbaar. Het zinkend schip lijkt ook een rood kruis op zijn vlag te voeren, maar in een witte achtergrond.

Het is natuurlijk ook mogelijk dat een schilder in de 19e eeuw zo’n gevecht naar eigen inzicht heeft ingedeeld, inclusief verzinvlaggen. Dat vergt nadere bestudering, vooral ook omdat schilders in die dagen hun signatuur of monogram vaak in een vlag plaatsten.

Kaap Sint-Marie

Misschien is het de slag bij Kaap Sint-Marie (13 mei 1781) waar twee Nederlandse oorlogsbodems een konvooi van handelsschepen uit Nederlands-Indië verdedigen tegen twee Engelse marineschepen. Eerst delft het Nederlandse schip Castor het onderspit tegen de Flora (die ook glas als munitie gebruikte), maar dan slaagt de Nederlandse kapitein van Den Briel erin om het tweede Britse fregat de Crescent lam te schieten.

De Nederlandse winnaar heeft niet genoeg vermogen over om zijn prijs mee naar huis te slepen, maar het konvooi arriveert veilig in de Spaanse havens. De beschadigde Engelse schepen vallen op hun terugweg ten prooi aan de Franse marine. Daarom werd het gevecht in Nederland gevierd als een overwinning.

De jubelstemming was zo groot dat er zelfs gedenkpenningen werden geslagen, ter ere van de Slag bij Cadiz. Op één zijde van zo’n penning is een gravure gemaakt door prentkunstenaar Jacobus Buys – te zien in het Teylersmuseum. Die tekening vertoont gelijkenis met de afbeelding op het geveilde schilderij.

Museum?

Dat vond een nieuwe eigenaar voor 400 euro. Het genre kent gefortuneerde verzamelaars. Voor een 19e eeuws doek dat uit Engeland afkomstig zou zijn vind ik het geen hoge prijs. Je moet er eigenlijk wel een country house voor hebben. Of een museum.

 

Illustere Reinout

Op zoek naar oude ansichtkaarten van winkelstraten dwarrelde ik naar een podcast-pagina op de site van Raum Utrecht. De homepage wordt gedomineerd door een illustratie van een Reinout. We zien het meteen: steampunk in klare lijn, vereeuwigd met stevige woorden in een universum vol hallucinatoire kleuren.

Reinout verkoopt enkele illustraties via Etsy. Op A3 formaat: 29×42. Mag ik wat suggereren? Doe ook een paar limited series op veel groter formaat!

De Volkskrant maakt al gebruik van dit illustratietalent. En voor Raum Utrecht zie ik zelfs bewegende elementen toegevoegd. Heb als opdrachtgever lef en geef die vent een thema om te zien wat er uit dat brein ontspruit.

Spuistraat (Den Haag)

Stadszicht van een onbekende impressionist. Winkelstraat met een koetsje, dame in modieuze jas. Een terugblik naar de belle epoque. Is deze veiling-aankoop kunst of kitsch?

Spuistraat Den HaagHet leek me een vaardig geschilderd tafereel, het stadszicht dat ik aantrof op een online veiling – hier rechts afgebeeld. Let op de weerspiegeling in de plassen op de straat. De lichaamstaal van de passanten. Een beetje blauw in de lucht. Het paard deed me denken aan de knollen van Cor Noltee.

Het aantal liefhebbers op de veiling was beperkt, dus mijn zuinige bod bleek voldoende om de buit binnen te halen. Een signatuur kon ik echter niet vinden, toen het een paar dag later op mijn werktafel lag. Is hier sprake van een originele kunstenaar, of heb ik een zoveelste kopie gekocht?

Cor NolteeToevallig stuitte ik onlangs op de site van Flava Art Gallery inderdaad op een gelijkende werk van Noltee (1903-1967) – zijn naam was al genoemd. Hij wordt wel de Dordtse Breitner genoemd. We zien de koets, het paard, een dame in modieuze mantel. In dit tafereel ligt er sneeuw in de straten, maar de huizen en de lucht zijn goed vergelijkbaar.

Noltee SpuistraatNoltee heeft er meer gemaakt. Op zoek naar andere stadstaferelen van deze schilder kwam ik een werk tegen waarop de Spuistraat in Den Haag te zien zou zijn. Wederom een koetsier (nu op de rug gezien), een dame in mantel en het kenmerkende torentje aan de horizon. Beet! Dit is geen toeval. Als mijn werk geen Noltee is, dan moet er wel verwantschap zijn. Maar wat zijn de ontbrekende puzzelstukjes?

Arntzenius

Dat torentje is een nostalgische stijlvorm van de Um 1800 beweging in de architectuur, begrijp ik. Deze gebouwen werden eind 19e eeuw aan een winkelstraat toegevoegd om meer klasse te suggereren. Noltee heeft zijn schilderij waarschijnlijk in de jaren dertig gemaakt, toen er al auto’s reden in de Spuistraat. Het getoonde werk kwam in 2018 op een veiling voorbij. De verkoper merkt op dat Noltee zich heeft laten inspireren door Floris Arntzenius.

Arntzenius SpuistraatArntzenius (1864-1925) was een tijdgenoot en een schildersgezel van Breitner en Israëls. Hij werkte rond de eeuwwisseling in het centrum van Den Haag en beeldde vaak lokale bedrijvigheid af op het doek. De schilder was gefascineerd door het relatief nieuwe asfalt, dat heel aparte spiegeleffecten veroorzaakte op dagen met regen. Terugkerende elementen in zijn werk zijn de huurkoetsjes en een slagersjongen in een wit jasje.

Arntzenius Wilde Spuistraat

Al snel trof ik talloze schilderijen van een regenachtige Spuistraat aan in het oeuvre van Arntzenius. Met koetsjes en sjieke dames. Zelfs een zonnige versie, ooit verkocht door Studio 2000 – het openingsbeeld van dit verhaal.

Vroegere werken van deze schilder zijn gedetailleerd; later wordt zijn penseel minder precies. Kijk ook eens naar deze grillige Spuistraat van zijn hand – afgebeeld rechts.

Naschilders

Bresslev SpuistraatOp een veiling trof ik een andere navolger van Arntzenius aan, een T. Bresslev die de Spuistraat in beeld brengt. Volgens de verkoper een werk uit de jaren dertig, maar de naam Bresslev is verder niet bekend.

Op dezelfde veiling was eerder ook al een ets van de Spuistraat verkocht. Een werk van Herman Heuff (1875-1945), ooit leerling van Arntzenius.

Grijseels - SpuistraatOok de kunstschilder Leo Grijseels (1884-1966) heeft taferelen van Arntzenius nageschilderd, zien we bij Simonis & Buunk. Grijseels verdiende er een goede boterham mee, het kopiëren van natte winkelstraten met koetsjes en nette dames.

Kitsch

Veel stadstaferelen van Noltee (zie Christies) zijn ook naschilderingen. Arntzenius fabriceerde zijn Spuistraatjes voor de Eerste Wereldoorlog, de anderen kwamen er later mee. Maar er was veel vraag naar taferelen met koetsjes, dus het was destijds al kitsch. Ze werden wereldwijd verkocht, verscheept naar handelaren in de VS en Australië.

Eerder in Zakenkrant hebben we al gesignaleerd dat er ook vanuit Parijs een levendige aanbod was van natte of besneeuwde stadsgezichten. Menig schilder werd eind 19e eeuw geïnspireerd door de nieuwe straatverlichting en de uitvinding van asfalt met zijn spiegeleffecten, en deze kunstenaars vonden navolging in de decennia daarop.

Het is fraaie kitsch, daar niet van. Dat geldt ook voor mijn vondst. Ik schaar het in de categorie Noltee, want die kent zijn eigen naschilders. Zijn hand lijkt er in herkenbaar, maar ik heb meer werken gezien waarin dat het geval was. Alsof een vaardig illustrator een Nolteetje doet. De paarden en dames zijn net iets te nadrukkelijk; ze gaan niet op in de omgeving maar springen eruit. De kleuren zijn minder vaal. Het geheel is te decoratief.  Te behaagzuchtig.

Maar misschien is het alsnog een originele naschildering.

Antoon Markus

De kunstschilder Antoon Markus vond het wel prima dat zijn woonhuis in Wolfheze aan een populaire wandelroute lag, want dat stelde hem in staat af-en-toe een kunstwerk aan een voorbijganger te verkopen.

Markus is geboren in Arnhem, in 1870 als oudste zoon van een echtpaar dat het ‘Koffijhuis vanouds de Kastanjeboom’ uitbaat. Vader Antoon Markus sr is zelf een begenadigd tekenaar die in 1876 de kans grijpt om voltijds als leraar aan de slag te gaan aan de lokale HBS. Ook zoonlief heeft talent. Antoon jr wordt toegelaten tot de Rijksacademie in Amsterdam, maar hij maakt de opleiding niet af. Hij verkiest het om als zwervend schilder door het leven te gaan.

Antoon Markus - molenIn 1899 maakt Antoon Markus (biografie) zijn eerste grote wandeltocht, langs de Maas diep België in. Daarna spendeert hij enkele maanden in Engeland, waar hij zelfs even samenwerkt met de Friese kunstschilder Lourens Alma Tadema. Hij studeert tussendoor ook nog in Rotterdam en Den Haag, om zich uiteindelijk toch in Arnhem en omgeving te settelen. Hij woont een tijd in Oosterbeek, in Elden aan de andere zijde van de Rijn en later in Wolfheze.

Vanuit Elden verkoopt Markus kruikjes kolkwater dat van het Veluwemassief afkomstig is en opborrelt in plassen langs de Rijn. Als een soort wonderdokter. Zijn klanten bestellen zelfs vanuit Den Haag water bij.

Oosterbeek en Wolfheze

In 1915 trouwt hij met een kamermeisje dat in Arnhem in een hotel werkt. Het echtpaar vestigt zich aan de Benedendorpseweg in Oosterbeek, op een steenworp vanaf de Rijn, waar ook de schilder Anton Mauve heeft gewoond. Al snel komen er kinderen. Het gezin verhuist in 1924 naar een speciaal gebouwde atelier-woning in Wolfheze. Markus is geen vanzelfsprekende huisvader, dus het huishouden maakt moeilijke jaren door. Dan zijn wat extra inkomsten uit de verkoop van schilderijen aan voorbijgangers welkom.

Markus maakte vooral naam als landschapschilder, een navolger van de School van Barbizon. Kenmerkend zijn zijn hoge luchten, waarin het grijs overheerste. “Markus schildert in blauw- en groen-grijzen, in bruin-grijzen met luchten van parelgrijs en warm-doorschijnend bruin. Daarom wordt hij wel eens ééntonig en somber genoemd,” meent Johan Wesselink. Het grijs en zilver is overigens typerend voor Nederlandse impressionisten.

Uiteindelijk produceerde Markus een slordige vierduizend schilderijen. Het merendeel toont Veluwse en rivier-taferelen. Ze duiken regelmatig op op veilingen en lijken de laatste jaren weer gewild. De grijze taferelen van Markus passen goed in het moderne interieur, al zijn de lijsten soms wat oubollig.

Onlangs kwam een schilderij voorbij op een online veiling dat zou zijn gemaakt in 1922 naar aanleiding van een bezoek aan Limont in België. Volgens mij zie je gewoon de oever van de Rijn bij Arnhem, waar Markus vrijwel zijn hele leven heeft gewoond. Zijn adres staat zelfs op de achterzijde: Jan van Embdenweg 21 in Oosterbeek. Het schilderij vond een nieuwe eigenaar voor 520 euro.

Jan Weissenbruch

Jan Weissenbruch wordt wel de Vermeer van de 19e eeuw genoemd. Deze kunstschilder en prentenmaker (1837-1880) bracht stadsgezichten op het doek die aan vervlogen tijden doen denken. Zijn taferelen kenmerken zich door scherp contrast tussen zon en schaduw, en fotografische nauwkeurigheid. Elke baksteen, elke dakpan is herkenbaar.

Weissenbruch zocht bewust naar vergeten hoekjes in de grote steden van Holland om het monumentale karakter van een verdwijnend verleden vast te kunnen leggen. Ook in de kleinere plaatsjes van het rivierenland vond hij inspiratie. De artiest was een romanticus met een vlijmscherpe kwast. Een magisch realist met een nostalgische inborst.

De kunstschilder reisde door het land met zijn schetsboek en ging daar later in zijn atelier mee aan de slag. Zo belandde Weissenbruch in Rhenen, een oud stadje aan de Rijn. De schetsen die hij daar maakte van de oude Kerkstraat zijn uitgewerkt in verschillende kunstwerken. Het Stedelijk Museum in Amsterdam bezit een variant in olieverf op doek, gedateerd op 1875. Gemeentemuseum Het Rondeel te Rhenen heeft een tekening van exact hetzelfde tafereel, maar met minder contrast. Bij het Dordrechts Museum hangt een variant met afwijkend beeld, olieverf op paneel.

Online veiling

Die straatjes in Rhenen trokken mijn aandacht, omdat ik op een online veiling een schilderij aantrof naar Jan Weissenbruchs. De overbodige s in de omschrijving komt doordat Weissenbruch de gewoonte had een ß toe te voegen achter zijn signatuur. Hij schreef zijn hele naam in hoofdletters, allemaal te zien op het naar schilderij. De professionele verkoper noch de twee veilingmeesters hadden de fout in de omschrijving opgemerkt.

Je ziet de overeenkomsten pas goed wanneer alle afbeeldingen onder elkaar worden gezet. De olieverf van het Stedelijk Museum (1) en de tekening in Rhenen (3) tonen exact hetzelfde tafereel als het schilderij (2) op de veiling. Alleen de lichtwerking verschilt en de kleuren zijn wat fletser.

Jan Weissenbruch - olieverf 1Jan Weissenbruch - naarJan Weissenbruch - tekeningJan Weissenbruch - olieverf 2

Het doek in Dordrecht Museum (4) wijkt echter af. Dat schilderij heeft de details en fotografische kracht die kenmerkend is voor een authentieke Weissenbruch. De anderen zijn toch meer illustratief. Die van Dordrecht toont echter een extra raam in de gevel, een boom op de dwarsstraat en schaapjeswolken in de lucht. De contrasten zijn scherper. De eerder genoemde werken zijn wat flets en hebben streepjeswolken. Maar kijk eens naar een ander schilderij van het Stedelijk Museum (Prinsegracht in Den Haag) en dan zien we weer diezelfde streepjeswolken.

Eerlijk gezegd zie ik geen grote verschillen tussen het werk op de veiling en het schilderij van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Vergelijk ik die twee vervolgens met enkele andere fletse schilderijen die door bekende kunsthandelaars als authentieke Weissenbruch verkocht zijn, dan vraag ik me af of er meer naar schilderijen in omloop zijn en hoe de authenticiteit eigenlijk wordt vastgesteld. Het zou me niet verbazen als het Stedelijk Museum met een namaakschilderij opgescheept is.

Biedoorlog

De veiling liep uit op een biedoorlog tussen twee liefhebbers die bereid waren een groter risico te nemen dan ik aandurfde. Eerder liet ik me wel verleiden om mee te doen, maar deze keer zag ik de wedloop met interesse aan. Uiteindelijk won een bod van € 290-. Ik ben benieuwd waar dit schilderij terecht is gekomen.

 

Schaapachtig

Komend of gaand? De schaapskuddes van kunstschilder Anton Mauve waren eind 19e eeuw veelgevraagd in de VS. Hun prijs werd beïnvloed door de looprichting van de schapen. Inkomende kuddes waren meer waard dan uitgaand schaapsverkeer!

Atelier Anton MauveDeze wetenswaardigheid is te vinden op de website van het Rijksmuseum. Anton Mauve (1838-1888) is een meester uit de tijd van de Haagse School. Een tijdgenoot van Mesdag en een voorganger van Israël en Breitner. Deze artiesten zochten de natuur op en imponeerden met het gebruik van licht en schaduw op hun doeken. Later kreeg hun werk een lossere toets, een ruwere streek.

Die natuur was nieuw, want voorheen konden kunstschilders alleen in een atelier werken, waar ze zelf hun kleuren mengden met lijnolie en pigment. Door de uitvinding van verf in tubes waren ze in staat om een ezeltje mee te nemen en ter plekke hun indrukken op het doek te zetten. Soms waren dat letterlijk ‘indrukken’, zoals we zien bij de opkomst van het impressionisme. Uit impressies ontstaat ook samenhangend beeld. De Franse impressionisten maakten veel gebruik van kleur; bij de Haagse School zijn de diverse grijzen en grauwen van het Hollandse landschap van belang.

Vincent van Gogh

Anton Mauve is tevens bekend als een aangetrouwde neef van Vincent van Gogh. Die heeft in 1881 op eigen verzoek drie weken les gehad bij Atelier Mauve in Den Haag, waar hij hulp kreeg bij het schilderen ‘naar het leven’. Vincent mocht er stillevens van kool en klompen maken, om zijn stofuitdrukking te oefenen. Op aanraden van zijn neef reisde Vincent daarna naar Drenthe. In het iets latere schilderij De Aardappeleters is de invloed van Mauve herkenbaar.

Souvenir de Mauve - Vincent van GoghNa afloop van de stage hielp Anton zijn vijftien jaar jongere neef om zelf een atelier in te richten in Den Haag, want in Brabant aardde Vincent niet meer. Het tweetal ging soms samen de natuur in om schetsen te maken. Ze verloren elkaar later uit het oog omdat hun opvattingen over de kunst uiteen liepen en Anton afkeurde dat Vincent met prostituees om ging. Maar na het overlijden van zijn neef in 1888 droeg Vincent een schilderij met bloeiende perzikbomen aan hem op: Souvenir de Mauve!

Oosterbeek

Anton Mauve - boerderijMauve was al een gevestigd kunstenaar toen Vincent nog een ventemenneke in korte broek was. Hij maakte naam als landschapschilder. Mauve ging al sinds 1858 regelmatig naar Oosterbeek om daar de heide en het bos op te zoeken, en de uiterwaarden van de Rijn. Hij leidde een reizend bestaan, tot hij zich rond 1874 in Den Haag vestigde. Later verhuisde hij naar Laren, om de schapenkuddes in het Gooi op het eeuwige doek te zetten. Daarmee gaf hij aanzet tot de Larense School.

Anton Mauve - HuiswaartsDe schapen van Mauve vonden wereldwijd aftrek. Hij heeft dan ook vele schilderijen gemaakt met herders die kun kuddes van en naar de stal leiden. Het Gooi en met name de streek rond Laren wordt sindsdien wel Land van Mauve genoemd. Zijn werk is in musea te vinden en bij liefhebbers die tot vele tienduizenden euro’s betalen voor een goed schilderij. We zien ze bij Simonis & Buunk, Studio 2000, Kunsthandel Mark Smit en Hein Klaver.

Is denkbaar dat een echte Mauve opduikt in een online veiling en daar aangeboden wordt voor enkele tientjes? Ik kwam een schilderij tegen met de kenmerkende kudde schapen in een bruine heide en het zilver in de lucht. De stijl is verder minder herkenbaar als die van Mauve, want in zijn werk zijn doorgaans meer naturalistischer landschappen te zien. Mauve schilderde met talloze details, niet met zo’n ruwe streek. Maar van wie is het dan?

AAM - schapenAtelier A. Mauve

Op de achterzijde is dekpapier bevestigd aan het paneel, waarop met grove kwast Atelier A. Mauve is geschreven. Dat is inderdaad een aanduiding die Mauve gebruikte voor zijn eigen studies en vingeroefeningen. Maar wellicht ook voor werk van zijn leerlingen. Het zou zo maar een onontdekte Van Gogh kunnen zijn. Dream on! Het originele atelier-stempel heeft echter ook kenmerken, met name een kruisvormige A. De A achterop dit schilderij voldoet daar niet aan. Iedereen kan de verwijzing naar het atelier aangebracht hebben. Misschien heeft een lijstenmaker die tekst toegevoegd.

Anton Mauve - schapenschetsZijn er nog andere aanwijzingen die behulpzaam kunnen zijn? In het archief van het Rijksmuseum bevinden zich diverse schetsen (1) (2) waarop Mauve een herder en een kudde toont die op de kijker afkomen – te zien aan de houding van de herder. Maar er zijn talloze bekende schilderijen van Mauve met vergelijkbare taferelen. Het is bovendien denkbaar dat dit werk gemaakt is door een navolger die zich door deze schetsen of schilderijen heeft laten inspireren tot een vergelijkbaar tafereel.

De stijl van het schilderij doet door het gebruik van grijzen en zilvers bovendien eerder denken aan Herman Johannes van der Weele (1852-1930), een kunstschilder die beïnvloed is door Mauve. Maar Mauve heeft zelf ook vergelijkbare werken gemaakt, zo blijkt uit dit schilderij van een boertje die de heide oversteekt, thans in bezit van Museo Thyssen-Bornemisza, Madrid.

Anton Mauve - terugkeerAAM - schapenVan der Weele - schapen

 

<in bewerking>

Boetedoening

Een meisje op haar knieën, een man met een stok, een non op de trap: wat zien we dit tafereel? Is het een kerkinterieur of een klooster? En waarom valt dat licht zo eigenaardig op de muren en vloeren?

boetedoeningOp een online veiling trof ik een intrigerend paneel aan. Het is beuken of eiken, dat kan ik niet zien. De schilder heeft een boete-tafereel gemaakt, zo te zien in een kerk. Op het eerste gezicht geen bijzonder schilderij, maar bij nadere bestudering is het prachtig vakwerk vol fraaie details. De tegels op de vloer, het zonlicht op de muren, het mariabeeld boven een offerblok. Maar het tafereel roept ook vragen op.

Is het een jongen of een meisje dat neerknielt aan de voet van een mariabeeld? Mijn keuze valt op een meisje. Zo te zien draagt ze een rokje en heeft ze lang haar. De man die boven haar uit torent is geen geestelijke. Hij draagt een luxe lange jas en hij heeft lakschoenen. Hij leunt op een stok, misschien een paardenzweep. Op de trap daalt een non af. Een vrome vrouw, haar handen in de mouwen en haar blik naar beneden gewend. Alsof ze de opgelegde boetedoening negeert.

Want het meisje lijkt boete te doen, onder dwang van die man. Op haar knieën zit ze voor een offerblok. Volgens de verkoper van het schilderij is het een kerkinterieur. Het kan echter ook een klooster zijn, een school of zelfs een ziekenhuis. De kleding suggereert dat het tafereel zich afspeelt eind 19e of begin 20e eeuw. De omgeving is monumentaal, maar de personages zijn dat niet.

Licht en schaduw

Opvallend is de lichtval. Zonlicht schijnt door grote vensters op de muren, de trap en de vloer. We zien de traptreden en de natuurstenen vloertegels duidelijk afgebakend. De details zijn indrukwekkend, zeker voor een klein schilderij. Maar de lichtval is vreemd. Voor de zitbank loopt het licht door op de vloer, maar op de bank zelf valt schaduw. Kijken we naar het vensterlicht op de muren dan valt op dat het licht op twee haakse muren dezelfde contouren heeft. Dat kan bijna niet correct zijn.

Een bedoeling kan ik daar niet in ontdekken. De schilder heeft simpelweg zijn perspectief onderweg verloren. Maar er zit wel een verhaal in het tafereel. Het lijkt een vroege #metoo getuigenis. Het meisje op haar knieën, de non die wegkijkt. De man als meester. Daar zit kritiek in en misschien wel humor. Is dit een schilderij over schijnheiligheid?

Perspectiven

Zulke kerkschilderijen zijn een genre met oude meesters. Die legden de nadruk op dieptewerking in gebouwen. Later kwam daar ook lichtval bij.

Vredeman de VriesDe architect en schilder Hans Vredeman de Vries (1527-1607) uit Leeuwarden schreef zelfs een boek over perspectief met kerktekeningen als illustratie. Daar is te zien waar Escher inspiratie vond. Ook zijn zoon Paul (1567-1617) maakte schilderijen met indrukwekkende dieptewerking. Hans had in de zeventiende eeuw een slordige dertig navolgers die allemaal bewerkelijke interieurschilderijen met prachtige dieptewerking maakten.

Deze eerste perspectiven zijn te kenmerken als tunnelwerken, omdat ze het gebouw in de lengte op het doek zetten, vanaf een hoog standpunt. Later werden er objecten op het verdwijnpunt gemanoeuvreerd.

Leerlingen en navolgers van Vredeman de Vries waren vader en zoon Hendrik van Steenwijck (resp I en II). Van Steenwijck I (1550-1603) is geboren in Kampen. Hij schilderde kerkinterieurs in Aken, Antwerpen en Frankfurt. Van Steenwijck II (1580-1640) kwam ter aarde in Antwerpen, waar hij de kathedraal als thema koos. Hun werk wordt architecturaal genoemd omdat ze zo precies zijn met perspectieven. Vloeren, wanden, pilaren en plafond: ze zijn met spectaculaire dieptewerking op het doek gezet.

Het Kerkinterieur

Tevens van belang is Bartholomeus van Bassen (1590-1652), een architect en kunstschilder uit Den Haag. Van Bassen schilderde veel interieurs van kerken en paleizen, vaak met geometrische plafonds, gallerijen en tegelvloeren. Wat mensen in die omgeving doen, is minder van belang.

Saenredam

Ook Pieter Jansz Saenredam (1597-1665) lijkt een bron van inspiratie. Zijn vader had fortuin gemaakt met de VOC, dus Pieter had de tijd om zich te bekwamen als architectuur-schilder. Zijn perspectiven zijn ongeëvenaard. Het Rijksmuseum bezit een hele collectie. Saenredam had veel navolgers, dus er ontstond een nieuw genre: het kerkinterieur.

Plassende hondjes

Een navolger was Emanuel de Witte (1617-1692) die wat minder met architectuur bezig was en meer aandacht aan de sfeer gaf. In zijn kerken zijn spelende kinderen te zien en honden die een plasje doen. De Witte was een wildebras die gokte en een vechtpartij niet schuwde. Hij kwam aan zijn einde toen hij zich verhing aan een brug, waar hij verdronk toen het touw brak. Maar als schilder van het kerkinterieur werd hij beroemd. Typerend voor De Witte dat het licht overal vandaan kon komen. Goh, dat is precies wat opvalt op het geveilde schilderij.

Modernen

Meer recente navolgers plaatsen een narratief in het perspectief van die kerk. Het interieur werd achtergrond van een verhaal. Een huwelijk, een doop, een begrafenis.

Genoemd mag worden Johannes Baptist Tetar van Elven (1805 – 1889), een Amsterdamse schilder die een romantische visie op het kerkinterieur had. Bij Jean-Baptiste (zoals hij in België werd genoemd) zijn vaak ouders en kinderen afgebeeld op het doek. Meisjes met witte kapjes. Hij signeert met Van Elven.

Johannes Bosboom (1817-1891) wordt beschouwd als voorloper van de Haagse School. Daar was het kerkinterieur geen geliefd thema, maar Bosboom’s gebruik van licht, schaduw en kleur plaatst hem vol in de traditie van de school. In zijn werk zien we vaak een ouder en kind in de ruimte van de kerk, om het monumentale karakter te versterken. Bosboom maakte gedetailleerde schilderijen, maar er bestaan ook schetsen en impressionistische werken die met losse hand gemaakt zijn.

Mijn veilingstuk doet aan het werk van Bosboom denken, vanwege het spel met licht en schaduw. Toch lijkt het van recenter datum. De figuren van Bosboom werden vaak in 17e eeuwse kleding afgebeeld. Hij maakte vooral historie-stukken.

Nieuwenhuyzen church interiorMeer eigentijdse taferelen zien we bij Adrianus Wilhelmus Nieuwenhuyzen (1829-1894), een Utrechtse schilder die veel kerkinterieurs op het doek gezet heeft. Een werk van hem is onlangs op dezelfde online veiling afgehamerd voor 330 euro.

Een andere schilder die vergelijkbare interieurs maakte, is Jan-Jacob Schenkel (1829-1900), een Amsterdamse kunstschilder. Bij Simonis-Buunk is een mooi overzicht te zien van schilderijen die op het geveilde stuk lijken. Schenkel schilderde op panelen, en op zijn werk zijn mensen in eigentijdse kleding te zien. Nou komen we in de buurt.

Ook W.A. Gijzeman (1870-1920) kan in dit verband genoemd worden. En Jacobus Cossaar (1874-1966) die zowel als Ko Cossaar en Jan Cossaar bekend geworden is met onder andere kerkinterieurs. Daarin is de architectonische precisie ondergeschikt aan het verhaal, maar de lichtval is wel degelijk wiskundig correct. Al maakt Cossaar er een prachtig mistig tafereel van.

Als ik door een vergrootglas naar de tegelvloer kijk, zie ik daar het begin van een naam: WW Lezer….

<nog in bewerking>

Gare de l’Est

Is dat nou de Gare du Nord of de Gare de l’Est? De stations van Parijs zijn vaak te zien op schilderijen van La Belle Epoque. Populair als souvenir, want deze imposante bouwwerken zijn een fraaie achtergrond om Parijs als lichtstad in regen, mist of sneeuw op het doek te zetten.

Gare de l'EstEr moeten wat dames met paraplu bij, een enkel trammetje en liefst een bloemenkar. Dan is het tafereel compleet. Een hele serie schilders had daar van 1850 tot de Tweede Wereldoorlog een broodwinning aan, want vergelijkbare werken lijken in grote hoeveelheden gemaakt. En nagemaakt. Eerder heb ik al schilderijen van de Notre Dame vergeleken. En deze keer kwam een afbeelding van een station voorbij. Te koop bij een online veiling. Het kwam me al bekend voor.

De Vlaamse verkoper houdt zich van de domme. Hij beschrijft het tafereel als ‘herfst in de stad’ en geeft verder geen info. Zoek het zelf maar uit!

Gare de l'Est 1910Eerst stellen we vast welke plek het is. Al snel moet gekozen worden tussen Gare du Nord en Gare de l’Est. De verwarring ontstaat door een hangar rechts van de voorzijde. Die bestaat wel bij het noord-station, maar bij het oost-station is deze overkapping zelden te zien. Daar staan op de meeste afbeeldingen woningen. Zou de schilder een mengeling van beide stations gefabriceerd hebben? Dan duiken er echter alsnog foto’s op uit de jaren twintig waarop een aanpalende dakconstructie te zien is.

Tijdgenoten

Het schilderij is niet gesigneerd, maar dit genre kent enkele kopstukken.

Gare de l'Est - Galien LaloueLaten we eens beginnen met Eugène Galien-Laloue (1854-1941), een schilder met Italiaanse voorvaders. Daar zien we meteen een treffende gelijkenis. Galien-Laloue heeft dit tafereel vanaf dezelfde positie wel een keer of tien op het doek vastgelegd, bij verschillende weersomstandigheden. Het is evident dat deze doeken de inspiratie zijn geweest voor de navolger die eerder getoond doek heeft gemaakt. Zelfs de lamp en boom zijn vrijwel identiek. Maar de kwaliteit van Galien-Laloue is veel beter. Meer detail.

 Gare de l'Est - Edouard Léon CortèsHet werk van Galien-Laloue heeft een hoge illustratieve waarde. De schilder werd destijds zelfs door de Franse spoorwegen ingehuurd om spooractiviteiten vast te leggen voor toekomsitige generaties.

Hij heeft verschillende tijdgenoten en navolgers. Een tijdgenoot is Edouard Léon Cortès (1882-1969), een Franse schilder met Spaanse ouders. Ook deze schilder heeft talloze doeken met de Gare de l’Est geproduceerd. Deze schilders wisten heel goed dat zulke schilderijen goed verkochten, zeker ook omdat ze de sfeer van een gure winteravond treffend wisten vast te leggen.

Navolgers

Grand Bazar - Jean SalabetEen navolger was Jean Salabet die in 1900 geboren was. Hij heeft de koetsen alleen als kind gezien, dus zijn werk is gebaseerd op oudere afbeeldingen. Hij schilderde het Parijs van zijn ouders. Maar Salabet is wel een zeer vaardige schilder, dus zijn werk verkoopt nog steeds goed. Ook al is de artistieke waarde beperkt. We zien hier weer dezelfde lamp en dezelfde boom. En de ingang van het warenhuis Grand Bazaar.

Gare de l'Est - Antoine BlanchardNoemen we ook de schilder Antoine Blanchard (1910-1988), een pseudoniem van de schilder Marcel Masson. Die heeft het werk van Galien-Laloue en Cortes eindeloos nageschilderd. Ook voor hem geldt dat het zeer vaardig en decoratief werk is, dat vooral in de VS goed verkoopt. De zoon van zijn Amerikaanse agent is graag bereid originelen van vervalsingen te onderscheiden, want ook navolgers kennen namakers.

Veiling

Nou heeft het schilderij op de online veiling een eigen stijl die afwijkt van alle andere doeken. De maker lijkt alles met dezelfde kwast geschilderd te hebben. Details ontbreken. Verfijnd is het niet, maar op zich is dat eigenlijk heel knap gedaan. Ook de kleurkeuze is wat excentriek. De lucht is groen en de lampen in het warenhuis lijken in brand te staan. Noem het gerust impressionistisch, neigend naar het kolderieke. Dat viel me bij dat doek van de Notre Dame ook al op.

Kijken we vervolgens naar de lijst, dan valt het kwartje. Beide werken zijn van dezelfde maker. De achterkanten zijn identiek, het doek lijkt nieuw en de lijst is van klatergoud. Zelfs de Vlaamse handelaar die deze doeken te koop aanbiedt is dezelfde. Misschien laat hij deze schilderijen wel in China maken. Namaken uit een catalogus van Galien-Laloue.

lijst 1 lijst 1achterkant 1achterkant 2

Wat brengt zo’n schilderij nou op? Het doek met Notre Dame was goed voor €160- terwijl op het doek met Gare de l’Est uiteindelijk €310- geboden werd. Daarvoor heb je wel een handgemaakte decoratie aan de muur.

Gare de l'Est - Galien-Laloue Gare de l'Est - Galien-Laloue Gare de l'Est - Galien-LaloueGare de l'Est - Galien-Laloue

Gare de l'Est - Edouard Léon Cortès Gare de l'Est - Edouard Léon Cortès Gare de l'Est - Leon-Cortes