UA-118292059-1

Zamelwoede

Lepelaar

Lepelaars komen elders in Europa amper voor, maar de populatie in Nederland groeit sinds de jaren zeventig gestaag. Vogelaars tellen een paar duizend exemplaren, zigzaggend door de sloten van ons platteland. Ze zijn herkenbaar aan hun lange snavel met een breed uiteinde: de lepel die ze gebruiken om garnaaltjes op te scheppen. In Amerika heten deze vogels spoonbills.

Op een online veiling trof ik een illustratie aan van zo’n lepelaar. Volgens de verkoper een 19e eeuws aquarel uit de Hollandse School. Opmerkelijk, want toen kwamen deze vogels amper voor in Nederland. En zeker niet in de roze variant. Het papier van deze aquarel heeft wat waterschade, dus de waardering is beperkt. Maar oude illustraties zijn desondanks soms enorm waardevol, afhankelijk van de maker.

Audubon

Een oppervlakkige zoektocht leidde al snel naar John James Audubon, naamgever van de National Audubon Society in de Verenigde Staten. Audubon (1785-1851) is geboren op Haïti. Om de dienstplicht van Napoleon te vermijden, week deze Fransman uit naar de Verenigde Staten. Hij kwam daar nogal eens in moeilijkheden, maar Audubon had een uniek talent om vogels te schilderen. Hij verdween vaak weken in de natuur om in camouflage-outfit vogels te bekijken en schetsen te maken. Audubon schrok er ook niet voor terug om vele vogels af te schieten, zodat hij hun spierenstelsel en verendek thuis beter kon bestuderen.

Al dat werk resulteerde in The Birds of America, een vierdelige serie vol prachtige illustraties. De boeken zijn gedrukt in double elephant-formaat: 99×66 cm. Van alle watercolours zijn etsen gemaakt die vervolgens met de hand ingekleurd zijn. Deze uitgave uit 1827-1836 geldt inmiddels als de duurste boekenset ter wereld. Er zijn nog 119 exemplaren in omloop (waarvan slechts elf in particulier bezit) en de laatste keer dat er eentje geveild werd, viel de hamer op iets meer dan 10 miljoen dollar.

Alexander Wilson

In het boek staat ook een tekening van de roseate spoonbill, maar dat is niet dezelfde die we op het te veilen werk herkennen. Daarvoor moeten we nog verder terug in de geschiedenis. Een voorloper van John James Audubon was namelijk Alexander Wilson, de Schots-Amerikaanse vogelaar die illustraties gemaakt had voor de negen-delige American Ornithology een uitgave uit 1808. Het formaat van deze bundels is minder spectaculair (35×27 cm) en de waarde op veilingen is dan ook lager. Een recent geveilde eerste editie bracht iets meer dan $9300- op. De illustraties zijn handgekleurde gravures gemaakt naar de aquarellen van Wilson.

Kijken we nou naar de lepelaar die nu geveild wordt, dan herkennen we de spoonbill van Wilson. Die heeft er verschillende gemaakt. Eentje met de roze lepelaar op zichzelf en een tweede met enkele andere vogels erbij. Op de aangeboden illustratie is de vogel echter afgebeeld zonder kluut. Zoals wel vaker bij oude boeken met zulke illustraties zijn er handelaren die de afbeeldingen los verkopen. Die hebben uiteraard ook een hoge verzamelwaarde. Een illustratie van de roze lepelaar uit het boek van Audubon bracht enkele jaren geleden $60.000 op bij Sotheby’s.

Maar wat is de huidige illustratie dan waard? Laten we eerst eens vaststellen dat genoemde prijzen de waarderingen zijn voor de boeken en bladzijden daar uit. Dat zijn dus niet de originelen! Als een ingekleurde ets uit het midden van de negentiende eeuw al zestigduizend dollar waard is, wat betalen liefhebbers dan voor het origineel? De waardering voor Wilson is lager dan die voor Audubon, maar een authentieke Wilson is nog steeds een uniek bezit.

Het kan natuurlijk ook een kopie zijn, gemaakt door een bewonderaar van Wilson. Klik op bijgevoegde afbeeldingen en vergelijk ze, dan zie je toch veel details. Zo heeft de lepelaar op de aangeboden aquarel geen roze onderstel. Het is een witte vogel in een roze pandjesjas. Tussen de tenen zien we geen zwemvlies. Dan was Wilson toch de betere observator. Het kan best een oude werk zijn dat geveild wordt, maar meer dan een naschildering is het niet. Het stuk werd afgehamerd op 85 euro.

 

 

Toren van Babel

Het schilderij waarop Pieter Bruegel het verhaal van de toren van Babel vereeuwigde, is een ikoon uit de gouden eeuw van de Vlaamse schilderkunst. Bruegel de Oude heeft drie versies van deze afbeelding gemaakt. Een grote die in het Kunsthistorisches Museum te Wenen hangt, een kleinere die in Museum Boijmans van Beuningen hangt (uit de collectie van havenbaron Van Beuningen) en een derde op ivoor. De laatste is zoek.

Bruegel schilderde zijn toren halverwege 16e eeuw, toen een vergelijkbaar tafereel door veel kunstschilders in Antwerpen op het doek gezet werd. De havenstad was destijds een van de belangrijkste handelsplaatsen in Europa en het wemelde er van de nationaliteiten. Een toren van Babel aan de muur in een herenkamer was een mooi conversation piece. Babylon was de eerste stad die gebouwd werd na de zondvloed, Antwerpen was nu de grootste stad ter wereld.

Nou is die toren een mythisch bouwproject gebaseerd op de citadel van het bijbelse Babylon, dus is het interessant welke visie de schilder op de architectuur van die toren deelde. Bruegel liet zich inspireren door het Colosseum in Rome, dat hij eerder bezocht had. Een ronde constructie met galerij op galerij. In de hogere verdiepingen herkennen we meer gotische vormen en steunberen. Eerdere schilders kozen doorgaans slankere vormen.

Metropolis

De navolgers van Bruegel maakten vervolgens vrijwel allemaal brede ronde bouwwerken die tot in de wolken reikten. In het Kröller-Müller Museum hangt een prachtig doek dat eind 16e eeuw gemaakt is door een Hendrick van Cleve (III). Hier heeft het bouwwerk een meer rechthoekige basis, waarin we zelfs al brede boulevards herkennen. Heel modern voor een laat-middeleeuws werk. Beelden uit de film Metropolis lijken geïnspireerd door dit doek. Hendrik was een zoon van Willem van Cleve en een broer van Marten, allemaal actief in Antwerpen.

Er waren destijds meer artistieke families gevestigd in Antwerpen. Zo ook de gebroeders Van Valkenborch uit Mechelen, Lukas en Marten die samen naar de grote stad gereisd waren. Marten vertrok later met zijn zonen Frederik en Gillis naar Frankfurt. Er zijn verschillende torens van Babel gemaakt door deze neven Van Valkenborch.

En dan waren er nog vader en zoon Jacob en Abel Grimmer. Jacob Grimmer verdiende een goede boterham met de verkoop van handzame kopieën van het werk van tijdgenoot Bruegel de Oude. Abel volgde in zijn vader’s voetsporen. Een favoriet thema van Abel was de toren van Babel. Er zijn verschillende doeken van zijn hand bekend met daarop een eigen variant van Bruegel’s toren met het Colosseum als basis.

Abel Grimmer moet genoemd worden, want in een online veiling van een schilderij met de toren van Babel als thema worden de werken van Bruegel genoemd als bron van inspiratie, terwijl vergelijking laat zien dat deze versie gemaakt is met een toren van Grimmer als voorbeeld. Kenmerkend voor het werk van Abel Grimmer is de echoput. Hij vroeg zijn opdrachtgevers in die put te roepen: “Van wie is de beste toren van Babel?” Het origineel van Grimmer hangt in de vestiging van het Louvre in Abu Dhabi, een paneel van 72 bij 92.

Nimrod

Op veel doeken die de bouw van de toren laten zien, vinden we links- of rechtsonder een plateau waarop koning Nimrod toeziet op de vorderingen. Nimrod was de achterkleinzoon van Noach, bouwer van de ark. Abel Grimmer voegde zelf ook elementen toe. Op enkele versies van zijn torendoeken is op de voorgrond een zwaardgevecht te zien, een verwijzing naar de afscheiding van de protestante noordelijke provincies der Nederlanden. Dat zien we op de geveilde kopie niet. Ook bouwde Grimmer een klein klooster aan de voet van de toren, om duidelijk te maken dat de basis Rooms Katholiek was.

Grimmer was een meester in perspectieven, maar de spiraalvormige toren bleek op onderdelen net iets te lastig. De kopieer-schilder van het veilingwerk raakt vervolgens helemaal het spoor bijster. Die laat een oplopende rondweg naar beneden afbuigen. Dan wordt zo’n toren een wiebelige bruiloftstaart. Toch is ook de kopie een knap geschilderd doek vol details. De drager is een lap jute, dus misschien is het wel een echt oud werk. De veilingmeester schat het op een waarde van driehonderd euro, maar die herkende Grimmer niet eens. De hoogste bieder had er €400- voor over.

A rose is a rose is a

De complete lost generation dronk thee bij Gertrude Stein in Parijs. Schrijvers, fotografen en schilders: Picasso, Hemmingway, Ezra Pound. La grande dame had een persoon in gedachten toen ze haar beroemde dichtregel over Rose op papier plaatste. Later gaf ze de woorden een bredere betekenis. Kubisme in taal.

les-rosesOp een online veiling wordt een stilleven van bloemen in een vaas aangeboden. Bleke rozen in een donkere vaas. Een krachtig beeld dat de aandacht vast houdt. De bloemen zijn vaardig op het doek gezet en in de donkere vaas weerspiegelt het daglicht. Is het tin of glanzend geschilderd aardewerk? De lijst is wat gedateerd, maar in een moderne strak kader past zo’n schilderij in menig eigentijds interieur. Ik vind het een mooi werk, maar is het wat waard?

Een zoektocht naar vergelijkbare werken leidt naar Henri Fantin-Latour (1836-1904), een Franse kunstschilder van eind negentiende eeuw die prachtige portretten en stillevens maakte. Vooral zijn bloemstukken zijn befaamd.

De stijl van Fantin-Latour wordt omschreven als realistisch met een neiging naar de romantiek. Hij was bovendien bevriend met Manet, een bekende impressionist. Die invloed is te zien in zijn beste bloemstukken, als hij de penseel zijn gang laat gaan en afzonderlijke toetsen zichtbaar laat zijn. Dat geldt voor het te veilen werk ook. De weerspiegeling op de vaas ligt er vet op en ook bij de rozeblaadjes heeft de maker een stevige haal niet geschuwd. Trefzeker.

Decoratief

Henri Fantin-Latour

De bloemstukken waren een belangrijke bron van inkomsten voor Fantin-Latour. Hij maakte liever portretten en fantasie-afbeeldingen van mythische vrouwen, maar zijn bloemen waren een gezocht bezit. Deze schilderijen belandden in menig salon in Parijs en Londen, waar hij regelmatig verbleef. Het is decoratief werk dat ruim een eeuw later niets aan kracht heeft ingeboet, mede dankzij de fabuleuze stof-expressie en het indrukwekkende lichtspel op de bloemen. Een mooi bloemstuk van Fantin-Latour is tonnen waard. De schilder heeft bijna vijfhonderd werken gemaakt, voor zover bekend. Maar er komt regelmatig een onbekend doek voor de dag.

Of het aangeboden stuk zo’n onbekend werk is, kan alleen een expert beoordelen. Zet het naast enkele originelen van de oude meester, dan mist het de scherpte en verfijning die de echte werken hebben. Een signatuur is op het aangeboden kunstwerk niet te zien en ook de achterzijde geeft niets prijs. Het is waarschijnlijk gemaakt door een navolger en een liefhebber, maar het blijft een krachtig stuk op zich. De prijs werd in de laatste minuten opgedreven van amper honderd euro naar €180-. Nog steeds een mooie prijs waar de nieuwe eigenaar een echt schilderij voor krijgt, en geen poster uit de kopieerhandel.

Werk van Fantin-Latour is te vinden in Museum Boymans, Kröller-Müller, Van Gogh Museum, <wordt uitgebreid>

 

Richard Corben

Begin december is de Amerikaanse striptekenaar Richard Corben (1940-2020) naar de eeuwige jachtvelden vertrokken. Zijn werk werd in Europa bekend eind jaren zeventig dankzij het Franse stripblad Metal Hurlant. Onwaarschijnlijk gespierde dommekrachten die voluptueuze dames uit een zeer kleurrijke penarie haalden. En gitzwarte horror. Het eerste werk van Corben dateert uit de jaren zestig, maar hij is zijn hele leven blijven tekenen. Hij is bekend van het fantasiekarakter Hellboy, maar ook Batman, Conan en de Hulk zoals die in recente films zijn afgebeeld zijn Corbenesque,

Richard CorbenDe artist heeft een eigen website die nu door de familie voortgezet wordt. Ik hoop dat fans actief blijven zodat weduwe Dona Corben een rol kan blijven spelen in de presentatie van zijn werk.

Op de site is ook een pagina te vinden waar originele art en eigen producties te koop zijn, zoals het album Odds and Ends met restmaterialen. Werk van Corben wordt bovendien geveild bij Heritage Auctions. Een origineel van zijn kleurrijke omslag-illustraties brengt als snel vele tienduizenden dollars op.

Penny licks

Dit is iets voor een ijscoman die goed geboerd heeft. Leg een collectie penny licks aan! Ze zijn zeldzaam en worden niet altijd als zodanig herkend, dus je vindt ze nog steeds op car boot sales in Engeland. Of deze ijsdopjes ook elders in Europa gebruikt werden, weet ik niet.

Het lijkt op een borrelglas of een eierdopje, maar het is een glazen houder voor één bolletje ijs. Ze zijn vaak gemaakt van geslepen glas met een dikke bodem, zodat dat ene bolletje veel meer leek. Ze werden gebruikt in het Engeland van Victoria door ijsventers (vaak Italiaanse immigranten) die op straat hun waren aan de man brachten.

pennylicksHet ijshoorntje was toen nog niet uitgevonden, dus één ijscoman had een aantal glazen ijsdopjes die door diverse klanten gebruikt moesten worden. Dan werden ze even met een doek schoongeveegd. Toen bleek dat deze penny licks door de onhygiënische gewoonte van de verkoper een bron van besmetting waren, zijn ze verboden. Met name cholera en TBC werden verspreid via deze media. Kolerelijers, dat waren het!

Verzamelaars houden alle eierdopjes en borrelglaasjes op tweedehands marktplaatsen goed in de gaten. Of kopen bij de gespecialiseerde glas-antiquair (zoals deze Amerikaanse liefhebber).

Kronkeldieren, slangen en draken

Prenten zijn iets voor een apart slag verzamelaars. Mij staat het genre niet aan, want veel prenten zijn uit boeken gescheurd, voor eeuwig losgerukt van hun context. Maar soms is de verleiding groot.

zaagvisOp een online veiling wordt een kistje aangeboden met circa 230 prenten op karton. De afbeeldingen zijn in de 17e eeuw gemaakt ter illustratie van de Naeukeurige Beschryving Van de Natuur der Vier-Voetige Dieren, Vissen En Bloedlooze Water-Dieren, Vogelen, Kronkel-Dieren, Slangen en Draken, oorspronkelijk een Pools boek geschreven door een John Jonston. De veilingmeester verwacht een opbrengst tussen de 200 en 300 euro. Dat is iets meer dan een euro per prent.

aapjesHetzelfde boek is in zijn geheel gescand voor Google Books, dus we kunnen er doorheen bladeren. De twee plaatjes die de verkoper ter illustratie bijgevoegd heeft zijn slechts een eerste kennismaking. Maar het is wel een geval van buyer beware: koper pas op! De prenten kunnen beschadigd zijn en ze zijn vast niet allemaal even indrukwekkend.

slangMaar het zijn er wel meer dan tweehonderd, volgens de verkoper. Maak er twintig sets van tien van (zodat je de mooie en de lelijke kan mengen) en laat het inlijsten aan de koper over. Dan is een mooie winst snel gerealiseerd.

Er zit nog een ander verdienmodel in. Laat alle prenten scannen, geef elke beeld een kleine bewerking en bied het aan als online clip-art. Zo verdient Alarmy zijn geld ook. Die rekent een vergoeding voor de hi-res versie van een prent waar alle auteursrecht al eeuwen op verlopen is. Exact dezelfde afbeeldingen uit dit boek!

dromedarisErg realistisch zijn de gravures en beschrijvingen niet. Zowel de auteur als de illustrator laten hun fantasie de vrije loop. Veel dieren hebben menselijke trekken. Er komen eenhoorns en andere fantasie-schepsels in het boek voor. En er is zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan draken. Maar dat maakt deze prenten alleen maar aantrekkelijker.

De kist ging voor € 550- naar een nieuwe eigenaar.

Arie Veldhoen

Erg oud is hij niet geworden: Arie Veldhoen, de vader van Aat. Maar hij was zeker een meester op het doek. Dat zien we aan dit portret van een zwarte man in Amsterdam.

Het zal gemaakt zijn in de jaren twintig of dertig. Het zou zo maar één van de Surinaamse muzikanten kunnen zijn die als verstekeling meegelift waren met de oceaanstomer Cottica. Ze arriveerden in Amsterdam in januari 1928. Hun eerste kennismaking met vorst en sneeuw. Ze verdienden hun brood door op te treden in clubs en bars op de Wallen. Jazz in de Red Light District!

Arie Veldhoen (1907-1955) werkte als reclametekenaar, maar zijn hart was verpand aan de vrije kunst. Dit portret in waterverf werd getoond in zijn atelier aan de Bloemgracht 40. NTK staat er op de achterzijde: niet te koop! Maar in 1942 ruilde Arie dit werk voor meel om zijn gezin te voeden. Het bracht in 2020 negenhonderd euro op.

<nog in bewerking>

Jan de Munck

Zou het een skutsje zijn? Op het doek worstelt een zeilboot met de elementen. Donkere wolken kondigen striemende regen aan, de golfslag is gehaast. Je ziet de beurtschipper al zwoegen om zijn lading naar de haven te krijgen.

Het tafereel is met grove penseelstreken op het doek gezet. Herkenbaar zijn de vele grijzen en zilvers van het Hollands impressionisme, maar ook een vlekje strak blauw. Hoop! Er zit een mooie lijst van lindehout omheen, die was destijds kostbaar. Maar de maker is volgens de verkoper van het schilderij en de veilmeester onbekend.

Jan de MunckDe signatuur laat zich echter ontcijferen. J. de Munck: dat is Jan of Johannes de Munck (1866-1943), een Zeeuwse schilder die nog les heeft gehad aan de Quillinusschool in Amsterdam, samen met Breitner. Zijn werk past in de stroming van de Haagse School, met een repertoire van haven- en zeezichten. Als zoon van een beurtschipper op de route Middelburg-Amsterdam kende De Munck het reilen en zeilen op woelige wateren.

In 2013 is er een kleine tentoonstelling geweest van zijn werk in het museum De Schotse Huizen te Veere. Daar werden doeken getoond uit de collectie Boers/Soeterik, een verzameling die opgezet is door nazaten van de schilder.

Tot tien minuten voor de afloop van de veiling werd het werk gewaardeerd op dertig euro, toen werden andere koopjesjagers en liefhebbers actief. Op €150- heb ik het schilderij maar laten gaan. Volgens mij nog steeds een koopje.

 

Paard van Marken

De vuurtoren op het eiland Marken is al drie eeuwen een baken dat schepen vanaf de waddeneilanden de weg wijst naar Amsterdam. Eerst door de Zuiderzee, nu door het IJsselmeer. Aanvankelijk stond er een vierkant bouwwerk van steen, maar in 1839 werd er een ijzeren lichthuis geplaatst op een ronde basis. Niet veel later is er een woonhuis met werkplaats bijgebouwd, waardoor de vuurtoren de bijnaam Paard van Marken kreeg.

Paard van Marken voor 1919Het kan ook zijn dat die bijnaam later is bedacht, want in 1919 is een machinekamer tussen de toren en het woonhuis toegevoegd waardoor het bouwwerk echt een kop en kont kreeg. Dat geeft ons gelegenheid om een schilderij te dateren dat onlangs op een online veiling te koop wordt aangeboden.

De verkoper noemt het een zeezicht met vuurtoren, maar als we even zoeken herkennen we het Paard van Marken al snel. Vergelijken we oude foto’s met meer recente afbeeldingen, dan zien we dat op dit schilderij de machinekamer nog niet aangebouwd is. Dat maakt het waarschijnlijk een 19e eeuws doek.

Paard van MarkenIs het een hebbenswaardig schilderij? Ik aarzel. Het is ‘verdoekt’ en oogt wat flets. Kun je zo’n schilderij oppoetsen?

Ik ben bovendien geen liefhebber van die grote vergulde lijsten. Klatergoud. Iemand zou eens met moderne lijsten moeten komen; ik denk dat veel oude werken een wedergeboorte kunnen meemaken in een moderne lijst.

Maar voor een paar tientjes wil ik het risico wel nemen. Schoonmaken en eens met een lijstenmaker kletsen, om te bekijken of het zich voor doorverkoop leent. Of toch maar niet?

Het kunstwerk ging uiteindelijk voor iets meer dan honderd euro naar een nieuwe eigenaar.

Fotocredits hoofdfoto: EnRICoPictures Fotografie Enkhuizen

Zelfportret Isaac Israels?

Is het een portret of zelfportret? Volgens de veilingmeester is de maker onbekend, dus weten we niet of Isaac Israels zichzelf op het doek vereeuwigd heeft. Dat houdt de prijs wel laag. Toch bieden?

Op een online veiling wordt een portret van Isaac Israels aangeboden. Wie het werk van Israels kent, zal zien dat het best een zelfportret kan zijn. Het doek is niet gesigneerd, maar de verkoper weet kennelijk wel dat het een portret van de beroemde meester is. Amsterdammer uit de Haagse school.

Er zijn veel zelfportretten van Israels en deze is zeker verwant. De manier waarop de achtergrond ingekwast is. De gelaatstrekken die met vaste hand en grove kwast op hun plek gezet zijn. De sigaret. Of eigenlijk is het een sjekkie dat aan zijn lip hangt. Ik heb een aantal zelfportretten opgezocht en dan kom je vanzelf uit bij sterk gelijkende afbeeldingen. Israels heeft er blijkbaar veel gemaakt.

Christies

Tot ik bij Art Unlimeted een ansichtkaart aantref met vrijwel exact hetzelfde beeld. Vrijwel. Het origineel uit 1909 hangt vast ergens in een museum of bij een particuliere collectie. We vinden dat schilderij terug in de archieven van Christies, waar het in 2014 geveild is voor meer dan zestienduizend euro.

Isaac Israels portret  Isaac Israels zelfportret

Als leek zie ik geen groot verschil in schildervaardigheid. De kopie (links) die nu te koop is heeft een iets langgerekter gelaat en de overheersende kleur is wat groen-bruinig. De Christies-variant (rechts) benadert de huidskleur beter en de boord is witter. Ook de vlakverdeling op dat doek is meer gebalanceerd. Maar de kopie is helemaal geen slecht schilderij.

Kopieerlust

Nou heb ik al talloze gekopieerde kunstwerken gevonden op dit soort kunstveilingen. Of wellicht nieuwe versies van gekende werken, simpelweg omdat dezelfde schilder hetzelfde werk meer dan eens op het doek gezet heeft. Dat kan ook voor deze Israels gelden. Dan zou de kopie zomaar meer dan €10.000 waard kunnen zijn.

In februari trof ik een Jan Weissenbruch aan op dezelfde veiling, waar al drie andere varianten van bekend waren. Het werd aangeboden als een naar de schilder, maar de overeenkomsten met werken die nu al in musea hangen zijn groot. In augustus kwam ik op dezelfde veiling een prachtig werk van een Souza tegen. Daar zijn zoveel vervalsingen van in omloop dat niemand zijn naam durfde te noemen. Maar twee bieders in wedijver drukte de prijs boven de duizend euro. Koopje, als het een origineel is.

Eerder trof ik al twee kleine restaurant-taferelen aan in de stijl van Isaac Israels. Ik liet ze lopen voor een paar honderd euro. Maar toen ik later de signatuur vergeleek, viel me op dat de H Gelb die ik meende te zien qua schrijfwijze erg lijkt op Israels met zijn kenmerkende IS. Terwijl deze tamboer ook verwijst naar een vergelijkbaar schilderij van Israels.

Vraag is dus: wat gaat deze shag-rokende Israels-lookalike opbrengen op de veiling? Geeft de achterzijde aanwijzingen over de herkomst? Waarom zou iemand überhaupt een authentieke Israels op een online veiling aanbieden? Zijn dit niet de schilderijen die in het vak-circuit al afgedankt zijn? Oordeel zelf!

Het schilderij op de veiling bracht uiteindelijk 800 euro op.