In vergelijking met andere Europese landen scoort Nederland opvallend laag in het aandeel tienerbabies. Landen waar relatief veel babies geboren worden uit onvolwassen moeders, zijn Bulgarije en Roemenië. Jong ouderschap gaat gepaard met risico’s voor de moeder en het kind. De cijfers in Europa tonen over de afgelopen decennia een duidelijk dalende trend, als gevolg van gericht beleid.

Dat beleid bestaat uit toegankelijke zorg, het ruimschoots beschikbaar stellen van anticonceptiemiddelen, regulering van abortus en tijdige voorlichting zoals bijvoorbeeld door middel van het lespakket Lentekriebels.
In landen met een conservatieve sexuele cultuur zoals Groot-Brittannië en Polen wordt sexuele voorlichting op scholen belemmerd door groepen ouders die bezwaar maken tegen programma’s die kinderen al op jonge leeftijd tot nadenken en praten aanzetten. Daar is het aantal tienerouders dan ook relatief hoog. Het zijn met name achterstandsgroepen die met dit vraagstuk te maken krijgen. In Britse achterstandsbuurten is een teenager met een kinderwagen geen ongebruikelijk beeld.

Opvallend is dat Italië daarentegen weinig tienerouders heeft. De zorg is daar goed geregeld, maar voorlichting op scholen stuit op bezwaren vanuit katholieke hoek. De kerk pleit ook tegen sex voor het huwelijk. Wekelijkse kerkgang lijkt dan ook een andere manier om vroegtijdige kriebelbabies te voorkomen.

In de USA daalt het aantal tienerouders gestaag als gevolg van anticonceptie en onthouding. De daling is niet het gevolg van een toenemend aantal abortussen. Uit onderzoek onder jongeren blijkt dat zowel jonge mannen als vrouwen beter dan voorheen beseffen welke gevolgen een jonge zwangerschap heeft voor hun kansen in het leve, en kiezen ze bewust voor manieren om vroegtijdig ouderschap te voorkomen.