UA-118292059-1

Zamelwoede

Fredegonde

De Friese kunstschilder Lourens Alma-Tadema vergaarde bij leven al roem met zijn grote afbeeldingen van legendarische verhalen uit de oudheid. Taferelen met de klassieke Egyptenaren, Grieken en Romeinen, maar eerder ook mythes uit de vroege Middeleeuwen zien we terug op de doeken van Alma-Tadema.

Na zijn studie in Brussel werkte hij enkele jaren als atelierassistent bij professor De Taeye die hem interesse voor de Merovingische periode bijbracht, de vroege middeleeuwen. Alma-Tadema (1836-1912) schildert dan nog in de academische traditie, maar onder invloed van de Prerafaëlieten in Engeland ontwikkelde hij later een meer zonnige kijk op de oudheid. Dat resulteert in een fris contrast met de doorgaans sombere religieuze schilderkunst van die tijd.

Uit de Merovingische periode stamt ook het verhaal over Fredegonde, minnares van koning Chilperik die op haar aandringen zijn eerste echtgenote verstootte en zijn tweede vrouw liet ombrengen. Fredegonde bleek zelf tamelijk moordlustig aangelegd. Zo liet ze eerdere kinderen van haar man elimineren om de troonopvolging door haar zoon Chlotarius II te verzekeren. Die wist uiteindelijk de macht over het hele Frankische rijk naar zich toe te trekken.

Praetextatus

Alma-Tadema legde een andere tactische moord van Fredegonde vast op het witte doek, namelijk de dood van Praetextatus, bisschop van Rouen. In de versie van Alma-Tadema wordt de bisschop vergiftigd, maar het oorspronkelijke verhaal wil dat hij in zijn eigen kathedraal is neergestoken door huurmoordenaars. De schilder laat Fredegonde echter op bezoek gaan bij de bisschop. Ze zit zelfs aan zijn sterfbed terwijl hij zijn beschuldigende vinger naar haar uitsteekt. Hij maakte twee versies van dit schilderij. Een grote uitvoering in 1864 (te zien in het Fries Museum) en een kleinere variant in 1871 die in Moskou terecht is gekomen.

Dit schilderij van Alma-Tadema kunnen we vergelijken met hetzelfde tafereel dat de Franse schilder Gustave Surand (1860-1937) in 1881 op het doek vereeuwigde. Surand heeft Fredegonde een zwaard gegeven. Vergelijk de kleding van de koningin op beide schilderijen en het lijkt wel alsof Surand haar gemodelleerd heeft naar de koningin van Alma-Tadema.

Het tweede schilderij wordt over een week geveild. Er is net 5 euro geboden.

Ocean Liners

Tegenwoordig vliegen we met lijndiensten naar vrijwel alle grote steden in de wereld. Een eeuw geleden reisde de jetset per ocean liner heen en weer tussen Amerika en Europa. In de 19e eeuw werden die verbindingen nog onderhouden met omgebouwde vrachtschepen die een volksverhuizing van Oost-Europa naar Noord-Amerika mogelijk maakten. Maar gaandeweg werden deze oceaanschepen steeds comfortabeler, zeker voor welstandige reizigers.

Heinemann PosterDe grote reders keken natuurlijk naar elkaar, en om hun diensten te promoten huurden ze bekende artiesten in om affiches te maken. Deze ocean liner posters zijn ook nu nog gewilde decoraties. Zeker wanneer zo’n affiche nog in een origineel raamwerk zit, zoals ze bij boekingskantoren opgehangen werden. Een mooi voorbeeld is deze poster van de Hamburg-Amerika Linie (HAPAG), die op een veiling bij Van Sabben in Hoorn (gespecialiseerd in affiches en posters) een slordige vijfhonderd euro opbracht. In Zwitserland is een vergelijkbare poster te koop, 45×65 voor vijfhonderd frank.

Deze posters zijn een afdruk van schilderwerken gemaakt door de Duitse kunstschilder Reinhard Heinemann. Op een afbeelding uit 1929 zien we de oceaanstomer Deutschland. Dat is eigenaardig, want de Deutschland van HAPAG was toen al naar de sloper. Het schip was in de jaren twintig al zo verouderd, dat het niet eens geaccepteerd werd als herstelbetaling voor de Eerste Wereldoorlog. Het was begin jaren twintig dan ook de enig overgebleven grote ocean liner van de Duitsers.

Albert Ballin

HAPAG liet daarom nieuwe schepen bouwen. Eén daarvan was de Albert Ballin, genoemd naar een voormalige directeur en mede-oprichter van de onderneming. Deze Ballin was verantwoordelijk voor de enorme schaalvergroting en verluxing in het passagiersvervoer tussen Europa en Noord-Amerika rond de eeuwwisseling. Hij maakte van HAPAG de marktleider in transatlantisch vervoer, begin twintigste eeuw. Het emigratiemuseum in Hamburg draagt zijn naam: Ballinstadt. De ondernemer pleegde zelfmoord aan het einde van de oorlog, omdat er van zijn bedrijf vrijwel niets over was.

Sovetskiy SoyuzDat weerhield HAPAG er niet van om opnieuw te beginnen. In 1923 kwam het schip Albert Ballin in de vaart, tegelijk met een omgebouwde Deutschland. Op foto’s uit die tijd lijken beide schepen op elkaar, want de vier schoorstenen van de Deutschland werden vervangen door een tweetal. In 1935 moest HANSA de Albert Ballin echter een nieuwe naam geven, omdat de reder van Joodse afkomst was. In 1945 zonk het schip in de Oostzee, nadat het op een mijn gelopen was. Het werd vervolgens door de Sovjets gelicht, die van het vaartuig hun grootste passagiersschip maakten. Met één schoorsteen. Deze Sovetskiy Soyuz heeft tot halverwege de jaren tachtig dienst gedaan vanuit Vladivostok.

Reinhard Heinemann

Het verschil tussen de Deutschland en de Albert Ballin is van belang, want op posters en litho’s zien we de eerste, maar op een schilderij dat onlangs aangeboden werd op een online veiling zien is de Albert Ballin afgebeeld op een vergelijkbaar werk. Ik heb verschillende afbeelding naast elkaar gezet, waarop ook te zien is hoe Heinemann in deze periode van het impressionisme naar het expressionisme overschakelde. Kijk naar de kleuren!

Het aangeboden schilderij was van een klein formaat: twintig bij dertig centimer. De olieverf was bovendien niet op een paneel of doek aangebracht, maar op hardboard. Op de ruwe kant. Je kon het patroon zien onder de verf. Tegelijk is dat een bewijs van de trefzekerheid van Heinemann, die met ruwe streken het vertrek van deze reuzestomer vereeuwigd heeft. Adembenemend!

Heinemann > Albert Ballin

Wat werd daar geveild? Een nabootsing of vervalsing? Maar waarom dan zo’n schip Albert Ballin noemen als de Deutschland veel bekender is? Een voorganger van het schilderij dat als basis diende voor de posters? En maakt dat eigenlijk wel wat uit? Het zou de waarde kunnen beïnvloeden, maar een paar uur voor de afloop van de veiling is niet meer dan € 44- geboden. Meebieden dus! Last-minute ontstaat een biedstrijd tussen twee liefhebbers. Het kunstwerk wisselt uiteindelijk van eigenaar voor € 152-. Nog steeds een weggever. Posters zijn drie keer zo duur als een origineel! Was ik blijven bieden, dan zou de prijs zeker boven de tweehonderd gestegen zijn. Ik hoop dat het schilderij in Ballinstadt belandt.

Museum

Heinemann is nog steeds een grote naam in Hamburg. Neven van Reinhard Heinemann hebben een grote onderneming in duty-free, zoals je vaker in havensteden ziet. Reinhard zelf was in de jaren dertig naar Denemarken uitgeweken. Daar heeft zijn weduwe een museum ingericht, waar zijn werk ook nu nog te bewonderen is.

 

Gezicht op Delft

Welke plaats zou dat zijn? Die vraag dringt zich op als er weer eens een fraai stadsgezicht voorbij komt tussen de eindeloze serie schilderijen bij online veilingen. Deze keer werd mijn blik getrokken door een rivierzicht met oude stadspoorten en kerktorens. Is het Arnhem of Kampen? Antwerpen misschien?

Google helpt. Het blijkt een kopie van Gezicht op Delft te zijn, nota bene een beroemd schilderij van Johannes Vermeer. Volgens sommigen het mooiste werk ooit in Nederland gemaakt. De veilingmeester noemt deze naam echter niet en ook de West-Vlaamse verkoper lijkt zich onbewust van het oorspronkelijke werk dat te zien is in het Mauritshuis. Die heeft slechts een signatuur gevonden: H. de Champ. Dat lijkt me een nom de plume van een zeer vaardig schilder, want ik zie zelfs de spekbanden van de Rotterdamse Poort terug.

Akkoord, het niveau van de details is niet vergelijkbaar met dat van Vermeer zelf. Maar zijn doek is vier keer zo groot als deze kopie. Wie maakt zoiets? Het kan een opdracht zijn van een liefhebber die gewoon zo’n Gezicht op Delft in zijn eigen salon wil hebben. Een rooksalon zo te zien. Maar het kan ook een werk zijn van een impressionist die zijn vaardigheid wil demonstreren. Of ervaring wil opdoen met de technieken die Vermeer al hanteerde.

Vingeroefening?

H. de Champ, dat zou een Van het Veld kunnen zijn. Henry van de Velde wellicht, die begon immers als kunstschilder voordat hij de basis legde voor Bauhaus. Misschien was het wel een vingeroefening van Jan Weissenbruch, een kunstschilder die wel de Vermeer van de 19e eeuw werd genoemd. Van deze schilder vind ik wel vaker werk op veilingen, ook al wordt dat soms aan anderen toegeschreven. Kijk bijvoorbeeld eens naar de stadspoort van IJsselstein en je ziet hoe deze schilder door Vermeer geïnspireerd was.  Toch eens uitzoeken of hij ook onder pseudoniem actief was.

Een kwartier voor de afloop van de veiling zijn de bieders niet verder gekomen dan 74 euro. De veilingmeester verwacht twee tot drie keer dat bedrag voor een paneel van vijftig bij zestig. Het origineel is vier keer zo groot. Wat zou jij betalen voor dit Gezicht op Delft?

Jacques Carelman

Op een online veiling trof ik een schilderij van Jacques Carelman aan. Die naam zei me niets, maar wikipedia leidde al snel naar de maker van de Catalogue des Objets Introuvables, een catalogus van onvindbare producten. De kunstenaar maakte deze gids in 1969 geïnspireerd door drukwerk van Manufrance, een postorderbedrijf vergelijkbaar met Otto en Wehkamp.

De illustraties van Carelman’s onvindbare producten werden warm onthaald, want zijn catalogus is in bijna twintig talen vertaald. De kunstenaar heeft vervolgens een groot aantal van zijn creaties ook daadwerkelijk laten maken. Gevolg is dat Carelman als idool vereerd werd door product designers, terwijl zijn catalogus bestseller-status verwierf vanwege de humor in de illustraties. Maar Carelman’s werk is ook een voorbeeld van conceptual art, want hij knipoogde naar op objets trouvees gebaseerde kunst en de fantasiemachines van Jean Tinguely.

De catalogus heeft niet geleid tot grote aandacht voor Carelman’s andere werk. Dat is onterecht, want ook op doeken is zijn originele kijk op zaken herkenbaar. Carelman is in 1929 in Marseille geboren en opgeleid als tandarts, maar hij was ook een bekwaam jazz-trompetist, beeldhouwer en illustrator. In 1956 vestigt hij zich in Parijs als tandarts, maar het bloed kruipt naar de barricades. Zo maakt hij stripverhalen en affiches. In 1960 sluit hij zich aan bij de Werkgroep voor Potentiële Literatuur (OuLiPo, in Nederland vele jaren later vertegenwoordigd door het Opperland) om in 1964 toe te treden tot de Werkgroep voor Potentiële Schilderkunst (OuPeinPo), allemaal initiatieven die het absurde in kunst en cultuur verkennen.

La poésie du peintre

In 1968 maakte Carelmans affiches die gebruikt werden bij de opstanden van Parijs. Een jaar later bracht hij zijn beroemd geworden catalogus uit. Die ideeënverzameling werd in de hele wereld warm onthaald, zeker omdat hij vervolgens een groot aantal fantasie-artikelen echt liet maken. Een enkel geval is zelfs in serie geproduceerd, zoals de koffiepot voor masochisten met een tuit aan de hendelkant.

Al die tijd heeft de kunstenaar ook schilderijen gemaakt. We zien daarin een aantal thema’s terug. In de jaren vijftig experimenteerde hij met stillevens, portretten en landschappen. Zijn vroege jaren. De stillevens zijn vaak een compositie van instrumenten en andere objecten. De portretten hebben iets abstracts en dat zien we ook terug in de landschappen.

Toen de opwinding over Onvindbare Objecten een beetje geluwd was, ging Carelmans weer schilderen. Hij maakte een serie vogels en produceerde vervolgens enkele schilderijen waarmee hij commentaar gaf op de grote kunst, maar altijd als absurdist met een uitbundige fantasie. We herkennen deze benadering in een versie van Picasso’s beroemdste werk voor blinden: Transposition Tactile de Guernica, in het schilderij Ceçi n’est pas un Magritte en in de Vincent Van Oupeinpogh.

Guernica

Een ander thema in het oeuvre van Carelmans zijn groenten en fruit. Kenmerkend voor illustratoren is dat ze veel stijlen beheersen en dus soms switchen. Met de grote fruitportretten demonstreert Carelmans zijn meesterschap. Hoewel ook zijn portretten en vogels een eigen karakter hebben.

Bij welk thema het te verkopen schilderij Le Vigneron past, is niet helemaal duidelijk. Het doek is op de veiling die in 2013 georganiseerd is na het overlijden van Carelman verkocht als een vroeg werk, dus of de afbeelding ironisch bedoeld is, weten we niet. Een klassieke druiventeler is vaak te zien met een mand op zijn rug, maar Carelman beeldt hem af met een gifspuit. Ik veronderstel dat ook de stijl een commentaar is. Maar ik zie nog niet waarop. Het schilderij werd uiteindelijk op € 85- afgehamerd.

In de online catalogus van de veiling in 2013 is te zien dat ook veel schetsen en uitvoeringen van de Objets Introuvable zijn verkocht. Het is te hopen dat iemand de verzameling weer bij elkaar brengt.

Blijf van mijn Lijfland

Zijn portretten het verzamelen waard? Vaak tonen ze somber kijkende mannen en vrouwen, die (toen ze de schilder eenmaal konden betalen) hun jeugd en aantrekkingskracht verloren hadden. Wil je zo iemand aan de muur, neerkijkend op jouw dagelijkse worsteling in het bestaan?

Op een online veiling trof ik een portret aan van een edelman. Strenge blik, snor, een mond die geen weerspraak duldt. Hij heeft een kanten kraag en spijkers in zijn mouwen. Een krijgsheer in ruste. Volgens de verkoper betreft het Gustav Horn en dateert het schilderij uit de jaren twintig.

Wie is Gustav Horn? Volgens wikipedia is het een Zweedse edelman van Finse afkomst. Hij leefde van 1592 tot 1657 en werd dus een jaar of vijfenzestig. Horn vocht in de Pools-Zweedse oorlog en promoveerde tot veldmaarschalk. Enkele jaren later werd Horn aangesteld als gouveneur-generaal van Lijfland, wat later Letland en Estland werden. In Lijfland woonden de Lijven die een eigen taal spraken.

Gripsholm

De achterkant van het portret suggereert dat het schilderij ouder is dan honderd jaar. Er staat een tekst op het doek. Daarbij zijn de woorden Gustav Horn duidelijk herkenbaar, maar de rest is vager. Zoeken we op de afbeelding dan krijgen we meteen een hit. Vrijwel exact hetzelfde schilderij is niet alleen bekend in Zweden, maar ook in Nederland bij de Rijksdienst voor Kunst Documentatie. Het origineel is getoond op de expositie Hollandse Meesters in Zweeds Bezit.

TALIMAHIKALK
GUSTAV-HOLM
ERTIORICA GRIPJHOLMSSAML
AV-D-BECK
KEK AV FIJALMION 1969

Om welke Hollandse meester gaat het? Volgens de RKD is het portret gemaakt door een David Beck (wiens naam we herkennen in de tekst) en hangt het origineel in Gripsholm Castle te Marienfred. Dit kasteel herbergt sinds 1822 de volledige Zweedse rijks-portret-galerie. De formaten van beide schilderijen zijn exact hetzelfde. Beck leefde van 1621 tot 1656 en werd dus vijfendertig jaar. Hij kwam uit Delft en begon als leerling en assistent van Anthony van Dyck in Londen. Van 1647 tot zijn dood was hij een van de hofschilders van Christina, koningin van Zweden, al betekende deze aanstelling niet dat hij in Zweden woonachtig moest zijn.

Die vele reizen van Beck zijn een filmscript waardig. Dat komt vooral omdat Christina van Zweden een bijzondere vrouw was. Bij haar geboorte in 1623 meenden de vroedvrouwen dat het een prinsje betrof omdat de baby luid schreeuwde en tamelijk harig bleek. Haar vader was echter dol op zijn dochter. Hij legde vast dat Christina zijn opvolger moest zijn, een gedegen opleiding zou krijgen en uiteindelijk zelfs ‘koning’ genoemd diende te worden.

Koning is een vrouw

Koning Gustav Adolf stierf relatief jong op het slagveld. Omdat haar moeder niet goed bij verstand was en door de regering naar kasteel Gripsholm verbannen was (toevallig weer dat kasteel) werd de zorg voor de jonge prinses een zaak voor kanselier Oxenstierna. Hij gaf haar een opleiding die prinswaardig was. Om te voorkomen dat ze zich aan een pleegmoeder zou hechten, was haar verzorging verdeeld over vier speciaal aangestelde hofdames. Christina leerde zeven talen naast haar moedertaal, waaronder ook Nederlands.

Op 21-jarige leeftijd was ze volwassen en kon ze als koning aan de slag. Christina had een enorme interesse ontwikkeld in wetenschap en de schone kunsten, en gaf opdrachten aan talloze wetenschappers en kunstenaars. In 1645 nodigde ze Hugo de Groot uit om haar bibliotheek te beheren, maar die overleed op weg naar Zweden. Vier jaar later wist ze de Franse filosoof Descartes naar Stockholm te lokken die er een academie mocht beginnen. De koningin stuurde een speciaal schip naar Frankrijk dat terug kwam met de geleerde heer en tweeduizend boeken. Descartes voelde zich echter niet thuis in het tochtige kasteel van Christina en de koningin was het niet eens met zijn mechanisch wereldbeeld. In 1650 overleed de Fransman aan longontsteking.

Vossius

Christina was tegen oorlog, maar maakte wel gebruik van kansen om de invloedssfeer van Zweden tot het hele Baltische gebied uit te breiden. Door haar invloed werd de dertigjarige oorlog beëindigd met de Vrede van Wesphalia in 1648. Het leverde de koningin een fikse oorlogsbuit op, inclusief alle kunstschatten van Praag. Haar bezit aan unieke boeken en manuscripten was inmiddels zo fenomenaal dat critici meenden dat ze als een maniak tekeer ging. Na de dood van Descartes nodigde ze Isaac Vossius uit om haar bibliotheek te beheren.

Christina had zo haar eigen ideeën over de troonopvolging. Ze wilde bijvoorbeeld niet huwen. “Het vergt meer moed om te trouwen dan een oorlog te beginnen,” vertelde ze aan diplomaten die op bezoek kwamen. Ze deelde wel het bed met een vriendin, la belle comtesse Ebba Sparre. Christina kleedde zich graag als een man en gaf weinig aandacht aan haar verschijning en haar haar. Een dolle mina avant la lettre.

Koningin op de vlucht

Eén van vele wetenschappers en kunstenaars die door de koningin werden ingehuurd voor bijzondere opdrachten was David Beck. De schilder hoefde niet in Zweden te wonen, maar hij werd wel regelmatig naar andere vorstenhuizen gestuurd om portretten te maken van bevriende adel. Die schilderijen gingen retour naar de koningin, in ruil voor een medaillon met haar portret. Deze opdrachten brachten Beck onder andere naar Gottorf (Schleswig-Holstein), Rome en Madrid.

Christina had een brede interesse in religie en liet zich onderrichten over de islam en joodse overtuigingen. Ergens in 1652 besloot ze te kiezen voor het katholieke geloof, een ongehoorde zaak in het strikt-lutherse Zweden. Ze deed daarom in 1654 afstand van de troon en reisde naar Antwerpen met een entourage van circa 255 mensen. David Beck was lid van dit reisgezelschap. De oud-koningin vierde elke avond feest en haar schatkist raakte leeg. Daarop werd ze uitgenodigd om naar Brussel te komen door de aartshertog Leopold-Wilhelm van Oostenrijk in zijn paleis Coudenberg, waar ze zich stiekem tot de rooms-katholieke leer bekeerde.

Met haar entourage reisde de voormalige koningin vervolgens naar Innsbruck, wederom op uitnodiging van de aartshertog. Toen ze uiteindelijk vertrok was Leopold-Wilhelm van Oostenrijk zo goed als failliet. Het gezelschap reisde door naar Rome, waar ze warm onthaald werd door de paus die een complete vleugel van het Vaticaan ter beschikking stelde. Vanuit Italië vertrok ze naar Parijs, waar ze een deal probeerde te sluiten tussen de Fransen en de Italianen waardoor ze tijdelijk Koningin van Napels zou worden. De schilder Beck maakte dat echter niet meer mee, want die ging terug naar Den Haag waar hij overleed.

En het portret van Gustav Horn?

Dat werd uiteindelijk verkocht voor iets meer dan vierhonderd euro…

Piccadilly Circus

Mooi schilderij van Piccadilly Circus op een online veiling. De maker is een Zeeuwse schilder. Hij is nog actief en maakt prachtig werk: Willem Heytman. Zijn stijl varieert van het foto-realisme via magisch realisme tot impressionisme. Ik vind zijn werk adembenemend. Je mag het ook vakkundige kitsch noemen.

Willem HeytmanOp de veiling vond ik een schilderij waarop Piccadilly Circus met zijn kenmerkende lichtreclames is afgebeeld. Het gaf me de volgende indrukken. Ik zie deze afbeelding als een verwijzing naar schilderijen die eind 19e en begin 20e eeuw werden gemaakt, toen elektrische straatverlichting werd geïnstalleerd en straten werden geasfalteerd. Dat veroorzaakte spiegelingen op een nat wegdek die voordien ongekend waren. In alle metropolen begonnen jonge kunstschilders straatbeelden te maken met opvallende lichteffecten, eerst met koetsen en later met klassieke automobielen en omnibussen.

De vertekening in de weerspiegelingen paste perfect bij het impressionisme. Een mooi impressionistisch werk is een demonstratie van schildersvaardigheid. Die stijl nodigt immers uit tot ruwe streken met trefzekere accenten. De stadsschilderingen die Floris Arntzenius van Den Haag maakte, de Amsterdamse etalages van Isaac Israels: we zien overal de verwondering over het nieuwe kunstlicht. Zij werden geïnspireerd door Eugène Galien-Laloue, een Franse schilder uit de Belle Epoque die prachtige straattaferelen vereeuwigde.

Vakkundige Kitsch

Piccadilly_Circus postcardDeze winterse stadsgezichten waren zeer gevraagd en werden zelfs naar de Verenigde Staten verscheept. Galien-Lalou kreeg al snel vele navolgers door heel Europa. De eerste generatie zag zulke straten met eigen ogen, maar latere generaties schilderden de straatbeelden over van oude ansichtkaarten. Er zijn nog steeds kunstschilders die decoratieve stadsbeelden maken met koetsen, paarden en oldtimers. Vakkundige kitsch. Het genre verkoopt altijd goed.

Heytman heeft zo-te-zien iets vergelijkbaars gedaan met Picadilly Circus. Een ansichtkaart nageschilderd. We vinden zelf de originele foto’s van Piccadilly Circus terug, in het befaamde John Hinde Archive. Andere voorbeelden zijn ook hier (in Haarlem) daar (in de VS) te vinden. De Haarlemse galerie heeft tevens prachtige Amsterdamse stadsgezichten te koop. Verder vind ik New York by Night en talloze schilderijen met klassieke race-scenes, mooi nageaapt van Frederick Gordon Cosby.

Ansicht-schilderen

Heytmans BugattiAnsicht-schilderen is geen nep, geen schande. Het resultaat is prachtig en het effect is bewonderenswaardig. Even waan je je als toeschouwer in de jaren vijftig en zestig, toen lichtreclames nog echt met neon en gloeilampen geconstrueerd werden. Het doet me ook denken aan de outsider art van André Demonchy en Willem van Genk, die een fixatie had op treinen en trolleybussen.

Het schilderij wisselde van eigenaar voor € 400- en wat kosten. Die houden we voortaan in de peiling, want er komen koopjes (zoals deze) voorbij. Ik snap dat mensen bereid zijn tien keer zoveel te betalen, simpelweg omdat deze kunst goed past bij een interieur.

Willem HeytmanWaar vinden we nog meer kunst van Willem Heytman?

Artistic Savant

Savants zijn mensen die ondanks (of juist door) een verstandelijke beperking in één dimensie enorm uitblinken. Ze spelen prachtig piano, beschikken over encyclopedische kennis of kunnen fabelachtig rekenen. Ook de beeldende kunst telt bekende savanten. Zij maken indrukwekkende tekeningen en schilderijen. Hun werk valt in de categorie outsider art, maar kan zeer verzamelbaar zijn.

Op een online veiling wordt een doek aangeboden waarop het operagebouw in Parijs te zien, in een stijl die naief genoemd wordt. De maker heeft er zijn eigen variant van perspectief aan gegeven en het niveau aan details is hoog. Elke raam, elke geveltekst en de versiering van de daken is zo precies weergegeven dat het werk doet denken aan andere schilderijen en tekeningen van savants.

Een bekend voorbeeld is George Widener, een Amerikaan (Cincinnati, Ohio 1962) met Asperger’s syndroom die een gedetailleerde fantasiewereld tekent met talloze verwijzingen naar een numerologie die volgens hem een zekere logica heeft. Hij noemt zichzelf een calendar savant, omdat hij verbanden ziet in datums. Het Kröller-Müller heeft een exemplaar van zijn werk in de collectie: Megalopolis 2022. De stad bestaat uit kanalen en wegen, met talloze parkeergarages en winkelcentra. En kalenderdata.

In Nederland kennen we Willem van Genk (1927-2005) die vanwege leer- en aanpassingsproblemen op een internaat werd geplaatst. Toen hij twintig was, werd Van Genk te werk gesteld bij de AVO-werkplaats (Arbeid voor Onvolwaardigen) in Den Haag. Tien jaar later werd hij echter toegelaten tot de Haagse Academie voor Beeldende Kunsten waar zijn talent gezien werd.

Trolleybussen

Van Genk maakte fabelachtig gedetailleerde tekeningen van steden, stations en spoorwegen. Hij was gefascineerd door verbindingen, met name de electriciteitslijnen die trolley’s, trams en treinen van stroom voorzien. De tekenaar reisde graag. Hij bezocht Madrid en Praag, en liet zich rondvliegen in een helikopter boven Wenen.

Van Genk legde ook zijn eigen leven vast, in de vorm van denkbeeldige cover stories in Time. En dan zijn er nog de trolleybussen die hij maakte met blikjes en kartonnen verpakkingen. W.F. Hermans noemde zijn werk ‘huiveringwekkend’ mooi. Het duurt echter tot halverwege de jaren zeventig voordat musea en liefhebbers belangstelling tonen om zijn werk ook aan te kopen.

De fascinatie met steden zien we ook bij André Demonchy (1914-2003). Net als Widener en Van Genk heeft deze Fransman een wonderbaarlijk gevoel voor detail. Elk venster, elke gevelbalk, elk reclamebord keert terug op zijn stads- en straatgezichten. We tonen het geveilde stadsgezicht naast vergelijkbare werken.

Art Brut

Van Demonchy is niet veel bekend. Een voormalige buurman uit Crouy omschrijft hem als een oorlogswees die door een lokaal boerengezin in de Yonne (Bourgogne) is opgevoed. Hij werkte dertig jaar als machinist en kantoorassistent bij de Franse spoorwegen, de SNCF. Hij tekent de spoorwegen, de dorpen en de landschappen uit zijn omgeving om wat bij te verdienen voor zijn jonge gezin. Dan schakelt hij over op olieverf met de materialen die hem aangereikt worden door een bevriende amateur-kunstenaar.

Een eerste expositie vind plaats in Parijs bij de Galerie de Berri, in 1947, en André Breton schrijft het voorwoord van de catalogus. Demonchy zou beïnvloed zijn door de politieke sfeer van de jaren dertig. Door de kunst en affiches uit die tijd, een surrealisme waaruit magisch realisme ontspruit. Ik zie een kindse keuze voor kleuren, maar dat noemen we naief, primitief of brut. De auto’s zijn speelgoedauto’s. Het laat wel intense indruk na.

Het geveilde werk bracht € 602- op. Dat is weinig in vergelijking met de waardering voor Van Genk. Het mag ook niet zo zijn dat we prijskaartjes gaan hangen aan het werk van savants om ze onderling te vergelijken. Maar het zijn wel zeldzame en unieke werken, ook omdat ze een uitzonderlijke vaardigheid vergen. Ter afsluiting voeg ik nog drie opmerkelijke werken toe.

 

Jean Pougny

Soms denk ik dat ze het expres doen. Een verzamelaar biedt op een online veiling een abstrakt Russisch werk aan uit de jaren vijftig. Voorop staat een signatuur ИП oftewel IP, achterop staat geschreven PUNI. De particuliere verkoper Ben schrijft: We hebben de letters kunnen vertalen naar een I en P. Maar is lastig. Misschien weet iemand het. Dat is een verkoopbabbel, want Ben (die ook een nep-Kandinsky in de aanbieding heeft) weet waarschijnlijk heel goed wie IP is.

Ivan Puni!

Puni (1892-1956) is geen kleine jongen in de wereld van de abstrakte kunst. Hij was de kleinzoon van de Italiaanse componist Cesare Pugni, geboren in Kuokkale in Finland. Op zijn achttiende had hij al schilderles aan de Académie Julien in Parijs. Een paar jaar later in Petersburg waren Puni en zijn vrouw Xana betrokken bij spraakmakende exposities van een nieuwe avant-garde (Tramway V en 0,10) waar ook Kazimir Malevich en Vladimir Tatlin onderdeel van uitmaakten.

Samen met Malevich schreef Puni in 1916 het Suprematist Manifesto, waarin ze een tijdperk van nieuwe abstrakte kunst aankondigden.

Berlijn

Na de eerste wereldoorlog en de Russische revolutie was Puni even actief in de vroege art-scene in de Sovjet-Unie, maar eind 1919 wandelde hij over de bevroren Baltische baai terug naar Helsinki om zich in Berlijn te vestigen. In 1924 vertrok hij naar Frankrijk om na enkele jaren een vooraanstaande rol te spelen in de daar actieve avant-garde. Ivan Puni veranderde zijn naam in Jean Pougny.

Het werk dat op de veiling wordt aangeboden lijkt op een serie die te zien is in de catalogi van Herman Berninger. Het zijn schetsen (suprématist compositions) die Puni aan het begin van zijn loopbaan maakte, voor collages die hij later in uiteenlopende materialen zou uitvoeren. Het MOMA heeft zo’n schets en bij het Centre Pompidou vonden we een compositie uit 1916 die erg lijkt op het te veilen werk. Gemaakt met inkt en houtskool.

Namaak

Enkele schetsen werden later uitgevoerd, de ene keer met verf en soms als collage van uiteenlopende materialen. Met deze reliefs gaven Puni en Malevich de aanzet tot het constructivisme, maar ook Bauhaus en De Stijl zijn schatplichtig. Zo zien we bij Puni al strippen hout en tape verschijnen, die Mondriaan later ook zou gebruiken om geometrische effecten te veroorzaken.

Is het ook maar enigszins denkbaar dat zo’n werk toevallig op een online veiling in Nederland aangeboden kan worden en dat niemand snapt wat het is? Of ziet elke kenner meteen dat het om een kopie gaat en is het slechts een leuk gebbetje van een fan? Deze vroege abstrakte kunst is bijna op industriële schaal nagemaakt, dus de kans dat het een onontdekte origineel is, is nagenoeg nihil.

Maar het is wel intrigerend.

We zien dat de schetsen die in musea te vinden zijn allemaal op (inmiddels) vergeeld papier getoond worden. Dat waren studies. De eerste composities. Enkelen daarvan zijn uitgewerkt en dan maakte Puni soms ook een geschilderde witte achtergrond, bijna gekalkt. Daar werden materialen en objecten aan toegevoegd, zoals scharen en meetlatten.

Het geveilde werk bracht uiteindelijk € 330- op. Koop bij De Slegte een boek over 0,10 The Last Future Exhibition of Painting en je hebt een mooi verhaal!

Reliefs

Voor de volledigheid tonen we enkele reliefs en paintings die zijn gemaakt op basis van Puni’s schetsen. Deze zijn te vinden in Tate, MoMA, Nasher Sculpture Center, de National Gallery of Art (Washington), Sotheby’s en uiteraard ook op veilingen zoals WorthPoint. Maar een kritisch kijker kan vaststellen dat het doorgaans reproducties of reconstructies zijn, al dan niet afkomstig van weduwe Xana Pougny. Het is ook moeilijk voor te stellen dat het echtpaar al die kunstwerken kon meesmokkelen in zijn vlucht over het ijs in 1919.

Bij de afbeeldingen van diverse schilderijen en affiches die aan Puni worden toegeschreven, vraag ik me af wie bepaalt wat echt is en wat niet. Veel samenhang zie ik er niet in. Misschien is zijn belangrijkste erfenis een gedachtengoed, een aantal schetsen en wat oude collages die in zijn naam gemaakt zijn. En veel namaak. Zo troffen we in de Russian Art Salon nog een paar leuke Puni-ansichts aan…

Balkonscenes

De bekende impressionist Camille Pissarro had een voorliefde voor stadsgezichten met een perspectief van bovenaf. Daar kreeg hij een mooi beeld van de alledaagse drukte op straat, eind negentiende eeuw. De koetsen, de wandelaars, de nijverheid, de kleuren in beweging.

Een favoriete plek van Pissarro was de Place du Théâtre-Français die hij in 1898 verschillende keren schilderde vanuit het Hotel du Louvre in Parijs. Je zou het de balkonscenes van Pissarro kunnen noemen. Hij was toen 68, zijn ogen gingen achteruit en hij verkoos het comfort van zijn hotelkamer boven de buitenlucht.

Pissarro had ontdekt dat bird-eye views van de stad aandacht trokken in de galeries en hij vond veel voldoening in deze composities. De kunstschilder schreef aan zijn zoon: “I am returning to Paris again on the tenth, to do a series of the Boulevard des Italiens. Last time I did several small canvases – about 13 x 10 inches – of the Rue Saint-Lazare, effects of rain, snow, etc., with which Durand was very pleased. A series of paintings of the boulevards seems to him a good idea, and it will be interesting to overcome the difficulties. I engaged a large room at the Grand Hôtel de Russie, 1 rue Drouot, from which I can see the whole sweep of boulevards almost as far as the Porte Saint-Denis, anyway as far as the boulevard Bonne Nouvelle.”

Paul Durand-Ruel was de kunsthandelaar die veel impressionisten steunde door hun werk te kopen en tonen in zijn galerie. Durand-Ruel hing geen wanden vol schilderijen (op zijn Petersburgs) maar gaf individuele werken ruimte en licht. Pas in 1886 brak hij door, toen de impressionisten in de Verenigde Staten een koopkrachtige vraag opwekten bij de nouveau riche. Pissarro merkte daar niet veel van, want bij leven verkocht hij amper. Iemand zou eens moeten nagaan welke route al die stadsgezichten gevolgd hebben, want die zijn nu stuk voor stuk miljoenen waard.

Boulevard Montparnasse

Pissarro heeft in 1897 tenminste veertien schilderijen gemaakt vanaf het balkon van Hotel de Russie, volgens de website Impressionist Arts. In het voorjaar, in de winter, overdag en ’s nachts.

De combinatie van handicap en vaardigheid geeft deze schilderwerken van Pissarro een extra lading. Het zijn doeken vol details, het fin-de-siecle trefzeker in verf vastgelegd. Te meer omdat ook de kracht van de natuur voelbaar is: het weer en de seizoenen.

Helemaal nieuw was deze werkwijze niet. Pissarro bracht ook regelmatig bezoekjes aan de stad Rouen waar hij vanuit hoger gelegen hotelkamers onder andere de Place de la Republique, de Pont Boieldieu en de Rue de l’Epicerie op het doek vereeuwigde.

Rue de l’Epicerie

De schilderijen van de Rue de l’Epicerie zetten we ook even naast elkaar, want daar gaan we mee door. Let op de straat, de wandelaars en de karrevrachten, de gevels en de zonweringen. Het derde schilderij wordt ook aan Rouen toegeschreven, maar dat zou ook de Rue Saint Lazare of La Place du Havre in Parijs kunnen zijn. Het vierde schilderij is van die laatste plaats afkomstig.

De laatst getoonde uitvoeringen lijken namelijk een bron van inspiratie voor een schilderij dat deze week verkocht wordt op een online veiling. We zoomen er nader op in.

Het te veilen schilderij heeft details die we van verschillende Pissarro’s herkennen, maar qua kleur en finesse is het toch een andere klasse. Een onontdekte Pissarro zal het niet zijn. Desalniettemin toch vaardig gemaakt. Zoom eens in op de witlijntjes die de jurkjes van de dames accentueren en je ziet hoe knap ook dit werk is. Op de achterzijde van het schilderij staat Parijs met een lange IJ en het nummer 38. Vandaar dat de verkoper spreekt van Hollandse School. Maar de gelijkenissen met Pissarro noemt niemand. Ik zie er een Belgische hand in, een klare lijn in de spirit van Hergé.

Puzzelstukjes

Overigens worden de werkelijke overeenkomsten en verschillen duidelijk terwijl ik dit schrijf, want dan pas zie ik de puzzelstukjes daadwerkelijk naast elkaar. Zo bracht ik onlangs nog Les Trois Musiciens van Picasso bijeen, Houses of Parliament van Monet, Lepelaars van Alexander Wilson en Torens van Babel van Grimmer. Allemaal veilingstukken die duidelijk namaak zijn (of geïnspireerd door) maar door de verkoper en veilingmeester niet herkend zijn. Zulke kopieën hebben hun eigen kwaliteit, want ze zijn vaak knap vervaardigd.

En te koop voor een paar tientjes, wellicht een paar honderd euro. Andere liefhebber zagen het ook wel zitten, want op de laatste dag van de veiling klom de prijs op van 150 naar 510 euro…

Westminster

Is kunstgeschiedenis een verplicht vak voor veilingmeesters? Ik vraag het me af, omdat ik op veilingen vaak kopieën aantref van bekende werken waarbij noch de verkoper noch de veilingmeester een opmerking toevoegt: geïnspireerd op…

Zo zag ik deze week op een bekende online veiling een werk met een afbeelding van het Palace of Westminster aan de Thames in Londen, ook wel Houses of Parliament genoemd. Volgens de verkoper een expressionistisch werk. Kunstliefhebbers herkennen meteen de serie schilderijen gemaakt door Monet, een bekende impressionist.

Monet zat op het terras bij St Thomas Hospital, aan de overkant van de rivier. De Fransman op bezoek in Engeland bracht de rivier, de mist en de avondzon prachtig in beeld met grote kleurvlakken. Monet maakte helemaal aan het begin van de twintigste eeuw (1902-1903) maar liefst negentien versies van deze Houses of Parliament, allemaal op doeken van 81×92 cm. Hij schilderde ook twaalf werken met de naburige Waterloo Bridge. De zonnebloemen van Van Gogh zijn er niks bij.

De geveilde versie is 24×27 cm, een stuk kleiner dus. Op hardboard, al mompelt de verkoper iets over een marouflage: doek op karton. Er mogen allerlei alarmbellen gaan rinkelen, maar er is nog niks geboden. De expert van het veilinghuis vindt het schilderij wel een paar honderd euro waard. De koper betaalde vijftig euro.