UA-118292059-1

VOC – hoe uniek?

De Vereenigde Oostindische Company werd in 1602 opgericht, als resultaat van een door de staat afgedwongen fusie tussen zes private ondernemingen die handel dreven met het verre oosten. Kwestie van schaalvoordelen. De VOC kreeg van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden het monopolie op de overzeese import uit de Indiën. De onderneming gaf aandelen uit die niet op naam stonden en dus vrij verhandeld konden worden. Het was de eerste naamloze vennootschap (1612) ter wereld. De handel in deze aandelen leidde tot oprichting van de Amsterdamse beurs.

Het idee van zo’n nationale handelsonderneming was begin 17e eeuw tamelijk nieuw. Bij de Portugezen – die zeker een eeuw voorsprong hadden in het verre oosten – was deze import nog een koninklijk privilege. De Britse Honourable East India Company (opgericht in 1600) kon echter veel meer kapitaal bijeen brengen en dus snel terrein winnen op de Portugezen. Datzelfde model werd gekopieerd door de VOC.

Later zijn ook de Denen actief geworden met een Ostindisk Komagni, terwijl de Fransen hun Compagnie des Indes orientales kenden en de Zweden een Svendska Ostindiska Companiet begonnen. De laatste werd opgericht op suggestie van een Nederlander die zijn sporen verdiend had in de koloniën: Willem Usselincx.

Kaapvaart

Typerend voor deze nieuwe ondernemingen is dat ze hun handelsdomeinen met macht en geweld regeerden, als een soort private overheid. Privateers die geweld gebruikten om de lokale bevolking te onderdrukken, regionale handelsnaties uit bijvoorbeeld China, India of Arabië te domineren en concurrerende Europese compagnieën buiten de deur te houden.

De VOC was in de eerste twintig jaar van zijn bestaan vooral actief als kaapvaarder. Toen vervolgens lucratieve inkomstenbronnen verzekerd waren, konden de aandeelhouders rekenen op jaarlijkse dividenden. Dat resulteerde in een koersstijging tot een marketcap van wel 78 miljoen gulden in 1637 – vergelijkbaar met bijna 8 triljoen dollar nu. Dat is acht keer de waarde van Standard Oil toen dat bedrijf in 1900 opgesplitst werd. Apple en Microsoft zijn elke thans ruim 8 miljard waard, een promille van de VOC op zijn hoogtepunt.

De gouden eeuw met al zijn profijt voor Nederland was geplaveid met geweld in de wingebieden.

Van alle oostindische handelshuizen hadden vooral de Britse en Nederlandse compagnieën succes.

Westindische Compagnie

In 1621 kreeg de Geoctroyeerde Westindische Compagnie het monopolie op handel met de West. Dat betrof niet alleen de Amerika’s en de Caraïbische eilanden, maar ook West-Afrika onder de kreeftskeerkring. Reden om delen van Afrika onder het gezag van de WIC te plaatsen, was waarschijnlijk de slavenhandel. De eerste decennia verdiende deze compagnie vooral geld met kaapvaart op Spaanse schepen. De buit van Piet Hein was een slag in het gezicht van de Spaanse heersers. In 1648 kwam een einde aan deze kaapvaart dankzij de vrede van Munster.

Ondertussen in de Amerika’s veroverden de Nederlanders eerst in 1630 Brazilië op de Portugezen, om dat land enkele jaren later weer te verliezen. In 1634 werd Curacao afgepakt van de Spanjaarden. In 1667 is Suriname ingenomen. De vrede van Breda leidde dat jaar tot overeenstemming met de Engelsen, die instemden met een ruil van Nieuw-Amsterdam voor Suriname.

Voor de slavenhandel is van belang dat op de Britse overzeese gebiedsdelen tot circa 1660 meer Ierse, Schotse en zelfs Duitse dwangarbeiders werkzaam waren op plantages dan Afrikanen. Hun afstammelingen leven nog steeds in de Caraïben als redlegs, neven van de Noordamerikaanse rednecks. Het zou interessant zijn om een vergelijking te maken met de Nederlandse kolonieën. Werkten daar ook witte slaven?

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.